#Almoraviden

2026-01-27

Toerist in Almería

Poort in de Alcazaba van Almería

Vanuit onze hotelkamer in Almería keken we uit op een zonsopkomst over het water, dat hier Alboránzee heet, maar natuurlijk gewoon een deel is van de Middellandse Zee. De bus uit Cartagena was gisteren vrij laat in Almería aangekomen, maar nu het daglicht was, konden we de havenstad gaan verkennen.

Al-Marrya

Almería heette ooit Al-Marrya, wat zoiets betekent als “spiegel van de zee”. De stad is ontstaan toen zeelieden huizen begonnen te bouwen op een plek waar ze al weleens handel dreven met de boeren in deze omgeving. Graan voor vis. In 955 stichtte kalief Abd al-Rahman III van Córdoba hier een vlootbasis, die vanzelfsprekend moest worden beschermd met stadsmuren en met een moskee om te bidden om goddelijke bescherming. (Een inscriptie die de bouwwerkzaamheden documenteert, is te zien in het plaatselijke museum.) Op de rotsen achter de stad verrees de enorme burcht die bekendstaat als Alcazaba.

Tuin in de Alcazaba

Dat woord, al-qasabah in het Arabisch, verwijst naar de citadel waar de gouverneur resideerde in een stad met eigen versterkingen. Het is dus een onderdeel van een groter geheel. Het was voor mij een enorme Aha-Erlebnis toen ik me bij de voorbereiding van deze reis realiseerde dat het Spaanse alcazaba teruggaat op hetzelfde Arabische woord als het Maghrebijnse kasbah. De versterking zelf kan alcazar heten, wat is afgeleid van qasr, wat op zijn beurt weer een verbastering is van het Latijnse castrum, “kasteel”.

Bloei en verval

Almería profiteerde van de aanwezigheid van de zeestrijdkrachten en van de handel, en groeide. In de omgeving werd marmer gewonnen, dat onder meer werd gebruikt voor de bouw van het paleis van kalief Abd al-Rahman III van Córdoba, Madinat al-Zahra. Het werd ook gebruikt voor grafstenen, waarvan we er veel hebben gezien in het museum. De stad produceerde ook zijde.

Nasridische graffito van een schip (Museo de Almería)

De eigenlijke bloeiperiode lag in de tijd van de Eerste Taifas (dus na de ondergang van het Kalifaat van Córdoba) en vooral in de tijd van de Almoraviden. Het zwaartepunt van hun macht lag immers in het huidige Marokko en de haven van Almería was cruciaal voor de contacten over de Alboránzee. Groei en bloei kwamen in 1147 echter abrupt ten einde toen keizer Alfonso VII van Castilië de stad innam. De Castiliaanse heerschappij duurde niet lang, want een nieuwe Arabische dynastie nam tien jaar later de macht over: de Almohaden. Het museum toont een enorme katapultkogel die in 1147 of 1157 moet zijn gelost.

Hoewel de stad nog steeds een rol speelde in de contacten tussen El-Andalus en de Maghreb, werd ze overvleugeld door Málaga. Ze viel in 1239 in handen van de Nasriden van Granada, had zwaar te lijden van de Pest, en viel uiteindelijk in 1489 in handen van het verenigde koninkrijk Castilië-Aragón. Toen is ook de  kathedraal gebouwd.

Bezoek

Bij ons bezoek aan de Alcazaba hadden we een beetje pech, want de wind wakkerde aan, en de zachte regen veranderde in zo’n mediterrane winterstorm als je weleens meemaakt wanneer je in de winter reist in deze contreien. De wind ging zelfs zo te keer dat mijn voortdurend opwaaiende poncho op een gegeven moment achterstevoren zat. Mijn vriendin heeft een paar hilarische foto’s gemaakt van de wandelende vlaggenmast die ik was geworden met mijn wapperende poncho. Minder grappig was dat grote delen van de Alczaba voor het publiek waren afgesloten, maar als je zag hoe steil sommige trappen waren, begreep je wel waarom. Het voordeel was dat de waterwerken in de tuinen ook werkelijk vol water stonden.

Plafond van de kathedraal van Almería

De kathedraal en het er tegenover gelegen klooster waren mooi, zeker, maar konden me niet echt boeien. Ik denk dat ik het zinnetje “mooi, maar geen Toledo” ga opnemen in mijn taaleigen, want dat vat eigenlijk wel samen hoe ik denk over de katholieke kunst in dit land. En sprekend over die mooie stad: de regenwolken vandaag deden me denken aan de donkere luchten die El Greco schilderde boven Toledo. Al kan de natuur de schilderkunst vanzelfsprekend nooit blijvend evenaren.

Het museum

We bezochten in de ochtend het Museo de Almería, dat alleen te typeren valt als een triomf. Het is in wezen een prehistorisch museum, dat zich concentreert op de Late Steentijd en de Bronstijd. Tot dat laatste tijdperk behoort de Argar-cultuur, die uitvoerig wordt toegelicht. En dat doet het museum heel, heel erg goed. Er wordt echt een maatschappij geschetst, met delen die functioneel samenhangen – en de uitleg is zó dat je ook begrijpt waarom ze zo samenhangen. Er is vaak een ongezonde spanning tussen de archeologische claim inzicht te geven in de menselijke samenlevingen en de feitelijke praktijk, waarin de nadruk ligt op vondsten, maar in Almería biedt het vakgebied wel waar voor zijn geld.

Beker, Argar-cultuur

De verdiepingen van het museum zijn van onder naar boven chronologisch geordend. Dat zie je meteen als je binnenkomt, want het trappenhuis is gebouwd rond een metershoog profiel, dat van de Steentijd omhoog loopt naar het heden. Dus op de bovenste verdieping zie je de eeuwen na Chr. Het Romeinse deel is voorspelbaar en de uitleg is minimaal. Dit heeft evident de belangstelling van de conservatoren niet. De periode nadat kalief Abd al-Rahman hier een vlootbasis had aangelegd, krijgt daarentegen alle aandacht – en dit is weer heel erg goed gedaan.

Almería was overigens de eerste stad waar we geen Nederlands hebben horen spreken, zodat we vandaag genoten van de roes van een nimmer verstoord vakantiegevoel. En op die noot eindig ik, zittend in de bus naar Málaga, deze negende aflevering van mijn narcistisch winterfeuilleton.

#AbdAlRahmanIIIVanCórdoba #Alboránzee #AlfonsoVIIVanCastilië #Almería #Almohaden #Almoraviden #ArgarCultuur #EersteTaifas #Nasriden
2025-11-24

Nogmaals El-Andalus

Een tijdje geleden blogde ik over het boek Muslim Spain Reconsidered (2014) van Richard Hitchcock over de geschiedenis van…, eh, ja, hoe moeten we dat nou noemen? Arabisch Spanje? Nee, want er is ook Portugal, en veel mensen in het Emiraat van Córdoba (en zijn opvolgerstaten) beschouwden zich niet als Arabieren. Islamitisch Iberië? Onnauwkeurig, want er waren lange tijd grote christelijke en joodse minderheden. Ik koos destijds voor El-Andalus, en doe het vandaag opnieuw, maar het is een verlegenheidsoplossing. In elk geval: de tijd waarin Arabischsprekenden heersten over het Iberische Schiereiland.

Die vervelende hype weer

Ik las er inmiddels nog een ander boek over: Kingdoms of Faith (2021) van de Amerikaanse mediëvist Brian A. Catlos. De kritiek die ik had op het hierboven genoemde boek, namelijk dat ik niet herkende wat er nou reconsidered was, is ook dit keer van toepassing. Dat religie niet zo belangrijk was als eerdere auteurs hebben beweerd? Dat wist ik als student al. Dat de reconquistà grotendeels een later verzonnen mythe is? Ook geen nieuws.

Het stoort me als historici zaken die al bekend zijn, brengen als innovatie. Dat versterkt het voze vooroordeel dat ze geen nieuwe ideeën hebben en subsidiënten zand in de ogen strooien. En het triestgrappige is: het is helemaal niet nodig. Het boek van Catlos, dat begint met de overbodige constatering dat El-Andalus noch een Fremdkörper in de Spaanse geschiedenis noch een verloren paradijs van tolerantie is geweest, kan uitstekend zonder hype. De auteur biedt, net als Hitchock, een overzicht van de middeleeuwse geschiedenis van Iberië. Hij presenteert weliswaar geen nieuwe vergezichten maar neemt het laatste onderzoek mee, illustreert zijn betoog met fatsoenlijk kaartmateriaal en helpt de lezer met een beredeneerd overzicht van vervolgliteratuur. Dat is wat we van een geschiedenisboek verwachten. Dat is verdienstelijk genoeg.

Al-Mansur en de taifas

Het boek is niet alleen zeven jaar jonger dan dat van Hichcock, het is ook eens zo dik, dus het was onvermijdelijk dat ik er veel van heb opgestoken. Catlos neemt de tijd om de diversiteit van de islam te verklaren vanuit de voorgeschiedenis, en deze pluriformiteit keert regelmatig terug. Daardoor is vooral zijn beschrijving van de elfde en twaalfde eeuw, toen de Marokkaanse Almoraviden en Almohaden zich legitimeerden met oorlogen in Iberië, heel verhelderend.

Wat ik prettig vond, is dat Catlos de geschiedenis van de diverse deelstaten die volgden op het Kalifaat van Córdoba (de taifas) in enig detail vertelt. In de boeken die ik eerder las, bleef het verleden van de door machtige families bestuurde steden Sevilla, Toledo, Zaragoza, Badajoz en Granada wat onderbelicht. Dat het betoog door het grote aantal Muhammads, Hishams en Abdelrahmans wat onoverzichtelijk is, neem ik bij deze rijkdom aan detail op de koop toe.

Daarvóór heeft Catlos in even groot detail verteld over de periode van Al-Mansur, de generalissimo die rond 1000 na Chr. de laatste kaliefen van Córdoba onder curatele stelde en vervolgens de ene campagne naar de andere voerde. Hij schakelde alle andere machtscentra in El-Andalus uit, waardoor er na zijn dood eigenlijk niemand was met voldoende gezag. Dat bood in de loop van de elfde eeuw de noordelijke koninkrijkjes, bestuurd door christelijke koningen, een kans om hun gezag uit te breiden in de richting van Toledo. El Cid krijgt een mooie behandeling: een condottiere, geen proto-kruisvaarder. In deze hoofdstukken is overigens een veelvoud aan Fernando’s en Alfonso’s aanwezig.

Kennisopbouw

Ik noem die, omdat Catlos, zoals zo veel Engelstalige auteurs, alleen aan individuen agency toeschrijft. Geschiedenis wordt dan gemaakt door mensen. Maar zo eenvoudig is het niet. Klimaatverandering komt terloops langs, economische veranderingen eveneens, maar de nadruk ligt bij Catlos op “grote mannen”. Dat is een keuze. Een keuze waarover te discussiëren valt, maar die in elk geval leidt tot een toegankelijk narratief.

Aanrader? Ja, zeker. Maar misschien niet als eerste boek. Lees eerst een algemeen overzicht, zoals dat van Hitchcock. Ik denk dat Catlos dat met me eens zou zijn. Zijn boek eindigt namelijk niet met een eindeloze lijst van titels achter betaalmuren (zoals we in de oudheidkundige disciplines gewend zijn), maar met een overzicht dat de lezer werkelijk op weg helpt naar vervolgliteratuur. Het nawerk is er in een historische synthese immers niet om je tegenover professionele historici te verantwoorden, maar om de lezer te laten klimmen naar het door hem gewenste kennisniveau. Catlos begrijpt dus hoe kennisopbouw werkt en weet dat op dat laddertje de Wikipedia de eerste tree vormt, een boek als dat van Hitchcock de tweede tree en een boek als Kingdoms of Faith de derde tree, vóór je verder omhoog klimt naar de grenzen van het historisch onderzoek. Kortom, een fijn boek.

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

Zelfde tijdvak


3500 jaar Sint-Joris (1)

december 2, 2023
Nobel streven (3)

november 9, 2017
Ibn al-Haytham

april 11, 2015 Deel dit:

#alMansurGrootvizier #almohaden #almoraviden #brianACatlos #eersteTaifas #elAndalus #emiraatVanCordoba #granada #kalifaatVanCordoba #portugal #spanje #toledo #tweedeTaifas

2025-10-13

Een geschiedenis van El-Andalus (2)

De leeuwenfontein van het Alhambra

Zo, het vorige blogje moest ik even kwijt. Maar afgezien van het feit dat er weinig reconsidered is, heb ik het genoemde boek van Richard Hitchcock, Muslim Spain Reconsidered, met enorm veel plezier gelezen. En het is natuurlijk ook weer niet zo dat ik er helemaal niets van leerde, want hij bood argumenten voor de “de-islamisering” van de Iberische geschiedschrijving die ik, niet-arabist, nog niet kon kennen. Hitchcock attendeert er bijvoorbeeld op dat het Arabische woord ‘ajam traditioneel werd vertaald als “christelijk”, terwijl het feitelijk een religieus neutraal woord is dat betekent dat iemand imperfect Arabisch spreekt. Dat argument kende ik niet en versterkt het beeld dat religie minder belangrijk was dan voor pakweg 1975 werd aangenomen. En Hitchcock biedt meer redenen om het zwaartepunt niet nodeloos vaak bij de godsdiensten te leggen. Zo wordt de slag bij Las Navas de Tolosa in 1212 in onze bronnen weliswaar getypeerd als religieus conflict, maar plaatste Muhammad an-Nasir geen jihad tegenover de kruisvaart waartoe koning Alfonso VIII van Castilië had opgeroepen. Dat nuanceert de zaak nogal.

Toch ontkent Hitchcock niet dat religieuze tegenstellingen zo nu en dan een rol speelden. De tegenstellingen tussen de diverse koninkrijken en emiraten waren reëel en een vorst kon religie altijd gebruiken om zijn tegenstanders te typeren. Niet alleen scholden christenen en moslims op elkaar, maar moslims noemden elkaar kafir of varken, terwijl christenen tegenstanders beschuldigden van ketterij. Omgekeerd waren er overeenkomsten tussen de religies. De hervormingsbeweging van Cluny is gelijktijdig aan de hervormingen die de Almoraviden introduceerden.

Arabische cultuur in El-Andalus

Wat ik heel sterk vind in Hitchcocks boek, is de ruime aandacht die hij besteedt aan het culturele leven. Allerlei Arabische dichters – de bekendste is Ibn Hazm – worden geïntroduceerd en gecontextualiseerd. Hitchcock attendeert ook op de invloed van El-Andalus op de rest van Europa. Nu hoort dat bij het genre, maar hij heeft nieuwe aanwijzingen. Een fascinerend en voor mij nieuw detail is dat de graaf van Barcelona in 971 naar kalief Al-Hakam II reisde met als geschenk dertig krijgsgevangen én twintig “heren van stand”. Dit lijken geleerden te zijn geweest die zich kwamen verdiepen in de Arabische cultuur. Drie jaar later, toen een gezantschap namens de graaf van Barcelona en keizer Otto II in Córdoba aankwam, reisden de geleerden weer terug, vrijwel zeker met in hun reistassen nieuw gemaakte vertalingen.

Ik werd verder herinnerd aan het belang van Slavische huurlingen, die in de late elfde eeuw, volledig gearabiseerd, leiding gaven aan verschillende deelrijkjes (taifas). Nieuw was voor mij dat de Leeuwenfontein uit het Alhambra in Granada helemaal niet is ontworpen voor de laatste Arabische dynastie van El-Andalus, maar stamt uit het elfde-eeuwse paleis van een zeer voorname joodse hoveling en een kopie is van een soortgelijk waterwerk uit de Tempel van Salomo.

Granada

En nu ik het toch heb over Granada: de laatste vorst, Mohammed XII Boabdil, was niet de schlemiel van de historische traditie. Hij zal wel voor eeuwig geassocieerd blijven worden met de aan sultana Aïcha toegeschreven uitspraak dat hij huilde als een vrouw om datgene wat hij niet had verdedigd als man, maar Hitchcock beschrijft de ondergang van Granada in groot detail, en de waarheid is dat de Castiliaans-Aragonese coalitie tegenover hem eenvoudigweg te sterk was. Er is nog behoorlijk gevochten, Granada raakte na de val van Gibraltar afgesneden van Marokkaanse versterkingen, Boabdil heeft nog geprobeerd steun te verwerven in Egypte. Anders gezegd: hij deed alles wat de leider van een gedoemd koninkrijk doen moest.

Kortom, ik heb Muslim Spain Reconsidered met vrucht en met plezier gelezen. Ik kan het u aanraden. Maar historici moeten eens ophouden om interpretaties die al een kwart eeuw gangbaar zijn, aan te duiden als reconsideration, revisie of nieuw inzicht. Iets meer vaktrots mag best.

#AïchaAlHorra #AlHakamIIVanCórdoba #AlfonsoVIIIVanCastilië #Alhambra #Almoraviden #boek #Cluny #EersteTaifas #Granada #IbnHazm #KalifaatVanCórdoba #LasNavasDeTolosa #MohammedXIIBoabdil #MuhammadAnNasir #OttoII #RichardHitchcock
2025-08-30

De Maghreb in de Middeleeuwen

Maquette van Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot Herodotos, Historiën 4.187.

Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.

Wat ik wel en niet snap

Wat ik wel weet: de regio die de Arabieren rond 710 in hun macht hadden, kende nomaden, dorpsbewoners en stedelingen, was meertalig en was bewoond door minimaal twee soorten christenen, door joden en door de eerste moslims. De regio zou, zoals ik in een eerder blogje al schreef, vrij snel verder islamiseren. Verder waren de Berbers verdeeld in twee hoofdgroepen, de Baranis en de Butr, waarvan ik nooit heb kunnen achterhalen wat daar nou precies achter schuil gaat. Er waren Arabieren, afkomstig uit diverse gebieden. Rond het midden van de achtste eeuw speelden deze tegenstellingen een rol bij de burgeroorlog op het Iberische Schiereiland waarover ik al eerder blogde. De definitie van Arabier en Berber sla ik gemakshalve over.

Het stoort me een beetje dat ik de complexiteit niet goed doorgrond, want voor mij is de geschiedenis van de middeleeuws Maghreb nu iets dat ik beschrijf vanuit het perspectief van de heersende dynastieën. Daarbij vormen “de” Berbers dan een ongedefinieerd substraat van mensen die nog niet gearabiseerd en geïslamiseerd waren, maar verder geen eigen rol van betekenis speelden. Zo was het natuurlijk niet.

Een blad uit de “blauwe Koran” (Raqqada, Kairouan)

Eenheid en versplintering, deel één

Zoals ik het dynastieke deel begrijp, behoorde de Maghreb eerst tot het Umayyadische kalifaat van Damascus en ging het na het jaar 750 over in handen van de Abbasiden, die de residentie verplaatsten naar Bagdad. De situatie in de Maghreb schijnt gedurende een halve eeuw instabiel te zijn geweest, met allerlei lokale machthebbers die redelijk zelfstandig konden zijn zolang het kalifaat zwak stond, maar ook weer in het gareel konden worden gedwongen.

Ifriqiya, zoals Tunesië destijds heette, is rond 800 gepacificeerd door Ibrahim ibn al-Aghlab, die als emir werd erkend door kalief Harun ar-Rashid, wat betekende dat Ibrahim zich kon laten opvolgen door zijn afstammelingen, de Aghlabiden waarover ik al eerder blogde. Anders gezegd: een lokale dynastie verving het roulerend gouverneurschap. In het noordwesten van het huidige Algerije was verder een Emiraat van Tlemcen, dat me doet denken aan een voortzetting van het Berber-rijk Altava, maar rond 800 waren die emirs alweer vervangen door de dynastie van de Rostamiden, die ergens nog wat Perzisch bloed hadden. En helemaal in het westen, in het huidige Marokko, heersten de Idrisiden, een sji’itische dynastie met banden met het Emiraat van Córdoba. Deze groepen – en andere – hadden er weinig moeite mee de kalief in Bagdad te erkennen als de heerser der gelovigen, maar gingen in de loop van de negende eeuw steeds meer hun eigen weg.

Muntschat uit Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

Eenheid en versplintering, deel twee

Dat veranderde in de jaren na 900, toen een nieuwe, sji’itische dynastie de macht in Ifriqiya overnam: de Fatimiden. De heersers claimden het kalifaat en onderwierpen heel noordelijk Afrika. Hun hoofdstad was eerst Raqqada (naast Kairouan) en later het door hen gestichte Caïro. Van de Aghlabiden en de Rostamiden werd niets meer vernomen, de Idrisiden betaalden schatting.

En vervolgens gebeurde hetzelfde als in de negende eeuw: omdat de kalief ver weg was, konden de lokale heersers zich steeds zelfstandiger gaan gedragen. In Ifriqiya namen de Ziriden de macht over en in het huidige Algerije werden de Hammadiden steeds onafhankelijker. Hun hoofdstad was Qal’at Bani Hammad, momenteel werelderfgoed. In Marokko heersten eerst de Maghrawaden en daarna de Almoraviden. Over die laatste dynastie blogde ik al eens, omdat ze El-Andalus onderwierpen: op het Iberische Schiereiland, buiten de wereld van de islam, kon een dynastie laten zien dat ze streed voor de goede zaak.

Elfde-eeuws houtsnijwerk (Raqqada)

Eenheid en versplintering, deel drie

De Almoraviden werden rond 1147 in Marokko en Andalusië weer afgelost door de Almohaden, die de gehele Maghreb in handen kregen. En zoals het al eerder was gegaan, ging het opnieuw: het centrale gezag verloor de controle en lokale dynastieën namen de macht over. Meer specifiek: de Hafsiden in Ifriqiya en de Ziyaniden in Algerije, tot de verzwakte Almohaden in Marokko werden afgelost door de Meriniden.

Ibn Khaldun

Uiteindelijk vielen al deze gebieden in handen van weer een nieuwe groep heersers: de Ottomanen. Maar tot die tijd valt een patroon te ontwaren: er is een machtige dynastie die de regio beheerst, die delegeert de macht aan lokale heersers en vervolgens worden die zelfstandig, tot een nieuwe machtige dynastie opstaat. Er zit iets cyclisch in.

Pas toen ik dit blogje schreef, realiseerde ik me: dit is de wereld waarover de geleerde Ibn Khaldun (1332-1406) schrijft dat geen dynastie het langer uithoudt dan een paar generaties, omdat de groepssolidariteit (ʿasabiyyah) die hielp om het gezag te vestigen, al snel zou afnemen. Fascinerend.

#Abbasiden #Aghlabiden #Almohaden #Almoraviden #Altava #Baranis #Butr #Cairo #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #Hafsiden #Hammadiden #HarunArRashid #HerodotosVanHalikarnassos #IbnKhaldun #IbrahimIbnAlAghlab #Idrisiden #Ifriqiya #Kairouan #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanDamascus #Massinissa #Meriniden #nomadisme #Numidië #Polybios #QalAtBaniHammad #Raqqada #Rostamiden #seizoensmigratie #Tlemcen #Umayyaden #Ziriden #Ziyaniden
2025-08-12

Spanje tussen twee werelden

Spaanse manuscript met de tekst van de Griekse auteur Dioskourides (Pergamonmuseum, Berlijn)

Ik heb u de afgelopen maand meegenomen door de geschiedenis van het Iberische Schiereiland, vooral Spanje, in de tweede helft van het eerste millennium, met vooraf twee stukken over het Rijk van Toulouse en achteraf twee stukken over de Almoraviden en Almohaden. Ze gaan terug op een deel van de scriptie die ik in 1993 inleverde in Leiden; daarin stelde ik de vraag waarom de Romeinse samenleving de Visigotische invasie kon absorberen en waarom de Arabische samenleving dat niet kon doen met wat ik gemakshalve maar even de Reconquista zal noemen.

Ik concludeerde destijds dat de druk om je aan te passen aan de Romeinse habitus groter was dan de druk om je aan te passen aan de Arabische, maar die stof laat ik nu rusten. Om te beginnen omdat de analyse ongeschikt is voor een blog en verder omdat tegenwoordig niet ter discussie staat dat de Visigoten al vóór hun aankomst op het Iberische Schiereiland waren geromaniseerd. Liever eindig ik met een ietwat voorspelbare dubbele observatie.

Het christendom in de aanval

Ik wees er in mijn stukje over Asturië op dat het negentiende-eeuwse, nationalistische idee van een bijna acht eeuwen durende Reconquista te gemakkelijk was. Zo doelgericht was het allemaal niet. Er was eigenlijk vooral sprake van vreedzame en minder vreedzame co-existentie. Pas na de val van Toledo in 1085 ontstond het idee dat de christelijke koninkrijkjes in het noorden in een langdurig conflict waren met de islamitische taifas in het zuiden.

In de tweede helft van de elfde eeuw lezen we ook over het Roelandslied, dat de Saracenen neerzet als aartsvijanden van de christenheid, en het was natuurlijk ook de tijd van de slag bij Manzikert, van de implosie van het Byzantijnse Rijk en van de Eerste Kruistocht. Ik noem nog één aspect. In de winter van 1095/1096 probeerde de graaf van Barcelona de havenstad Tarragona te veroveren en zo de taifa van Zaragoza af te snijden van de zee. De operatie mislukte, maar paus Urbanus II beloofde soldaten die om het leven zouden komen een volledige aflaat. Dat was een totaal nieuw idee, dat de paus een paar maanden later in Clermont-Ferrand herhaalde toen hij opriep tot de Eerste Kruistocht. Het zou overdreven zijn te zeggen dat de gedachte van een “clash of civilizations” uitsluitend is ontstaan in Spanje, maar de regio speelde zeker een rol.

Vertalingen

In 1212 versloegen de verbonden legers van Castilië, Navarra en Aragón bij Las Navas de Tolosa de troepen van kalief Muhammad an-Nasir. Aan de Almohadische zijde waren de verliezen zo groot dat de voornaamste madrasa van Córdoba moest worden gesloten, terwijl de buit van de Castilianen zo groot was dat ze een universiteit konden stichten in Palencia. Het (overigens niet onomstreden) synchronisme heeft me altijd gefrappeerd, want het illustreert zo mooi dat de intellectuele traditie van El-Andalus afliep terwijl in de christelijke koninkrijken iets opbloeide.

Ik heb vaker geblogd over de culturele ontleningen – hoe Europa allerlei zaken uit de Arabische wereld overnam en zo een alternatief vond voor de laatantieke traditie. Dit staat bekend als de Renaissance van de Twaalfde Eeuw, waarbij u de tijdaanduiding met een stevige slag om de arm moet nemen.

Vroege Arabische cijfers in een tiende-eeuws manuscript

Eén aspect was de vertaalactiviteit. De koning van Castilië financierde een school in Toledo en de koning van Aragón financierde er twee, in Zaragoza en Barcelona. De bekendste vertalers waren Gerard van Cremona en Kalib, die in totaal drieënzeventig geschriften vertaalden: Ibn Sina’s omvangrijke Canon der medicijnen en nog drieëntwintig geneeskundige titels, achttien boeken over de alchimie en de astronomie, zeventien over de wiskunde en drie over de logica. Belangrijk is ook hun vertaling van het astronomische hoofdwerk van Ptolemaios, de Almagest. Elf door Gerard en Kalib uit het Arabisch vertaalde werken van Aristoteles waren in West-Europa al eeuwen vergeten en het zou nog even duren voordat Willem van Moerbeke deze teksten vertaalde uit het oorspronkelijke Grieks.

Vertellingen

Dat de hoofse liefde, de ridderroman en het graalmotief vanuit de oosterse wereld zijn beïnvloed, is vooral interessant omdat het toont dat de West-Europese schrijvers zich niet beperkten tot het overnemen van teksten met wetenschappelijk of filosofisch belang, maar ook literatuur en literaire motieven kenden. Deze overdracht moet merendeels mondeling zijn geweest, wat uit de aard der zaak moeilijk is vast te stellen.

Almohadische afbeelding van een scène uit het verhaal van Bayad en Riyad

De Europese romans over eenzaam dolende ridders hebben zeker invloed ondergaan van Arabische en Perzische voorbeelden. Er is bijvoorbeeld in beide culturen een thematische omslag geweest, waarbij de oorspronkelijke thematiek van trouw aan een hoger geplaatste heer werd ingeruild voor hoofse trouw aan een geliefde. Het verhaal van Ajib en Gharib uit Duizend-en-een-nacht is een voorbeeld.

De inspiratie uit de Arabische wereld bleef niet beperkt tot ridderromans. Zoals Wim Raven hier onlangs al vertelde, wortelt de West-Europese minnezang in de Arabische literatuur; de Provençaalse troubadours ontleenden motieven aan de oosterse liefdespoëzie, zoals Bayad en Riyad, en het Europese Graalmotief heeft parallellen in de Almoravidische gnosis. Zonder er al te veel gewicht aan te willen toekennen, wijs ik erop dat Wolfram von Eschenbach, de dichter van de Parzifal, expliciet zegt zijn stof via zijn leermeester Kyot te ontlenen aan de bibliotheek van Toledo.

Het heeft dan ook niet ontbroken aan ideeën om beroemde westerse literaire teksten te voorzien van Arabische antecedenten. Ik noem, bij wijze van afronding, nog één voorbeeld: de Spaanse oriëntalist Miguel Asín Palacios heeft erop gewezen dat Dantes Goddelijke Komedie via het Libro della scala van Brunetto Latini is gebaseerd op islamitische verhalen over Mohammeds nachtelijke hemelreis.

Besluit

Het probleem met deze theorie, en veel vergelijkbare theorieën, is dat mondelinge overdracht zo lastig bewijsbaar is. En dat is wat het leuk maakt en wat het maakt tot een fijne afronding van deze zeventiendelige reeks. Ik heb geprobeerd het midden te bewaren tussen enerzijds clash-of-civilizations-achtige ideeën en anderzijds kritiekloze verheerlijking van een tolerant Emiraat van Córdoba, en rond af met de conclusie dat er nog veel valt te ontdekken.

#Almohaden #Almoraviden #Aragón #Aristoteles #Barcelona #BrunettoLatini #Castilië #clashOfCivilizations #DanteAlighieri #EersteKruistocht #ElAndalus #GerardVanCremona #graal #hoofseLiteratuur #IbnSina #Kalib #LasNavasDeTolosa #madrasa #Manzikert #MiguelAsínPalacios #MuhammadAnNasir #Reconquista #RenaissanceVanDeTwaalfdeEeuw #ridderroman #Roelandslied #Spanje #Tarragona #Toledo #universiteit #UrbanusII #vertaalpraktijk #WillemVanMoerbeke #WolframVonEschenbach #Zaragoza

2025-08-12

De Almohaden

Almohadische ruiters

In mijn vorige blogje noemde ik de Almoraviden, een Noordwest-Afrikaanse groep die een gnostische interpretatie gaf aan de islam. Toen ze El-Andalus had onderworpen, legde ze de regio strenge religieuze regels op. Er was in deze tijd echter ook een stroming waarvan de aanhangers meenden de eenheid van God beter begrepen dan wie ook. Eén van de leiders van deze stroming, die onder de Baranis-Berbers populair was, was Ibn Tumart (1082-1130); zijn volgelingen staan bekend als Al-Muwahhidun (“de benadrukkers van de eenheid”), wat in de Europese talen is verbasterd tot Almohaden.

Vanaf 1121 meende Ibn Tumart dat hij de mahdi was, in de sjiitische traditie de imam die kort voor de Jongste Dag zal terugkeren. Omdat het einde der tijden zo nabij was, waren Ibn Tumarts volgelingen bereid te vechten, en ze begonnen een heilige oorlog tegen de Almoraviden. Aanvankelijk nam die de vorm aan van schermutselingen in het Atlasgebergte, waarbij Ibn Tumart om het leven kwam. Zijn opvolger nam in 1147 de Almoravidische hoofdstad Marrakesh in, liet zich benoemen tot kalief en veroverde heel de Afrikaanse noordkust tot Tripoli aan toe.

Almohadische kunst: een fluitiste (Archeologisch museum, Córdoba)

Het Almoravidische gezag op het Iberische Schiereiland, dat toch al enigszins onder druk stond, leed onder het wegvallen van de Afrikaanse gebieden. Lokale heersers zochten de onafhankelijkheid weer op en men spreekt wel van de Tweede Taifas. Het hielp niet dat de deelnemers aan de Tweede Kruistocht ter voorbereiding op het echte werk Lissabon innamen en schonken aan het jonge koninkrijk Portugal. Bovendien was in Castilië Alfonso VII aan de macht gekomen, die grootse plannen had en de ene strooptocht na de ander ondernam. Toen de Duitse koning Koenraad III er niet in slaagde de keizerskroon te bemachtigen, nam Alfonso VII de snoeverige titel aan van “keizer der beide religies”.

De Almohaden in El-Andalus

Inmiddels hadden de Almohaden belangstelling gekregen voor El-Andalus, en ze namen zowel de Almoravidische gebieden als de zelfstandig geworden emiraten over; de verovering was voltooid in 1172. De christelijke staten in het noorden werden in diverse veldslagen gedwongen tribuut te betalen, dat onder meer werd benut om de nieuwe hoofdstad Sevilla te verfraaien. Kalief Abu Yusuf Yaqub al-Mansur (r.1184-1199) is de geschiedenis in gegaan door de enorme buit die hij verwierf toen hij in 1195 de gecombineerde legers van Portugal, Leon, Castilië, Aragón en Navarra versloeg bij Alarcos (1195). Dit was kort nadat Saladin in het Heilig Land Jeruzalem had heroverd – dit waren deprimerende jaren voor christelijke middeleeuwers die de geschiedenis lazen als conflict tussen islam en christendom.

Modern standbeeld van Ibn Rushd, tijdgenoot van Abu Yusuf Yaqub al-Mansur (Córdoba)

Het Kalifaat van Sevilla leek op het toppunt van zijn macht toen Muhammad an-Nasir in 1199 kalief werd en strooptochten ondernam tot aan de Golf van Biskaye. In 1212 leed hij echter bij Las Navas de Tolosa een ernstige nederlaag tegen de verbonden legers van Castilië, Navarra en Aragón, en het was alleen doordat de overwinnaars ruzie kregen dat er niet in dat jaar een einde kwam aan de Arabische aanwezigheid op het Iberische Schiereiland. Het hielp dat de Arabieren zich konden verenigen rond de persoon van Ibn Hud, maar die bleek geen partij toen in 1231 de christenen zich herenigden en onder leiding van Ferdinand III van Castilië weer in het offensief gingen. In de tussentijd hadden soldaten van de Vijfde Kruistocht, op weg naar het Heilig Land, de grens van het koninkrijk Portugal alweer wat verder naar het zuiden verlegd. Ik noem het omdat er Nederlanders bij betrokken waren, zoals graaf Willem I van Holland.

Granada

Lauren van Zoonen heeft op deze blog al eens verteld hoe Ibn Hud in 1233 een vredesverdrag sloot met de Castilianen, hoe dat leidde tot protesten en hoe dat een kans bood aan zijn tegenstander Mohammed ibn Nasr, die zich uitriep tot sultan en een staatje voor zichzelf begon: Granada. Hij erkende de leenhoogheid van Ferdinand III en werd, na betaling van tribuut, met rust gelaten.

Het Alhambra (Granada)

Al snel was Granada het enige Arabische staatje op het Iberische Schiereiland, want in 1236 viel Córdoba en in 1248 Sevilla. Granada was de eerste staat die een bewuste islamiseringspolitiek voerde: mozaraben waren er niet en het Arabisch was de enige taal die er gesproken werd. Moslims die zich hier wilden vestigen, waren welkom. Zoals Lauren al vertelde, eindigde de onafhankelijkheid van Granada in 1492. De Arabieren bleven nog even in Andalusië wonen, vaak als christenen gedoopt, maar na enkele jaren kwam een migratiegolf op gang: tot 1520 verhuisden ongeveer 40.000 Arabieren naar Tunis.

[Slot volgt]

#AbuYusufYaqubAlMansur #Alarcos #AlfonsoVIIVanCastilië #Alhambra #Almohaden #Almoraviden #Aragón #Castilië #ElAndalus #FerdinandIIIDeHeiligeVanCastilië #Granada #IbnHud #IbnTumart #KoenraadIII #LasNavasDeTolosa #Lissabon #mahdi #Marrakesh #MohammedIIbnNasrVanGranada #MuhammadAnNasir #Nasriden #Navarra #Portugal #Reconquista #Saladin #Sevilla #Spanje #TweedeKruistocht #TweedeTaifas #VijfdeKruistocht #WillemIVanHolland

2025-08-13

De Almoraviden

Watermolen uit Córdoba

Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de geschiedenis van het Iberische Schiereiland in de tweede helft van het eerste millennium. Ik noemde de post-Romeinse staat van de Visigoten, het Rijk van Toledo, en ik vertelde over de Arabische verovering in 711. Daarna behandelde ik het ontstaan van het Emiraat van Córdoba, zijn bloeiperiode als kalifaat, de positie van de christenen in het Emiraat, en ten slotte was er een intermezzo over Asturië. Het verhaal eindigde rond het jaar 1000, toen een crisis in El-Andalus leidde tot het uiteenvallen van het Kalifaat in een stuk of dertig deelrijkjes, de zogeheten Eerste Taifas. Vandaag herneem ik dat verhaal.

Culturele bloei

Eerst dit: een eenheidsstaat die uiteenviel in deelrijken, wordt in de Europese historiografische traditie vaak getypeerd als een periode van neergang. Het klassieke voorbeeld is de geschiedenis van Egypte, met rijken en tussentijden. Deze (vaak impliciete) beoordeling zegt meer over de tijd waarin de Europese historiografische traditie is ontstaan: de negentiende eeuw, toen men overal streefde naar een sterke eenheidsstaat. In werkelijkheid was er vaak geen noemenswaardige afname van de welvaart en ging het culturele leven gewoon verder. Dat geldt ook voor Iberië.

Bij wijze van voorbeeld noem ik Abu Amr al-Dani (981-1053). Geboren in Córdoba, opgeleid in Kairouan en Caïro, pelgrim naar Mekka en daar geschoold als Koran-geleerde. Toen hij in 1009 terugkeerde, was El-Andalus verdeeld aan het raken, en hij verbleef in allerlei noordelijke taifas. Dat weerhield hem er niet van wetenschappelijke publicaties te doen over de teksttraditie van de Koran. Uitleg van de reciteerwijzen ligt buiten het bestek van deze blogreeks, maar we hebben hier te maken met eersteklas wetenschappelijk onderzoek, vol erkende onzekerheden en goed onderbouwde redenaties. De man moet altijd de beschikking hebben gehad over een fabelachtige bibliotheek, taifa-oorlogen of niet.

Toledo

Die taifa’s, deelrijkjes, maakten nooit één front tegen de noordelijke, christelijke staatjes: het graafschap Barcelona en de koninkrijkjes Aragón, Navarra, Castilië en Léon. Portugal was aanvankelijk niet meer dan een strook land tussen Léon en de taifa Badajoz. Die christelijke staatjes waren al even verdeeld als de taifa’s. In het Iberische Schiereiland werd in de eerste drie eeuwen na de Arabische verovering bepaald geen clash of civilizations uitgevochten. In 1085 veranderde de situatie echter drastisch. Koning Alfonso VI van Léon en Castilië (r.1072-1109) was bezig de taifa Toledo te brandschatten, toen een factie in die stad de poorten voor hem opende.

Het veroveren van de Castilische Hoogvlakte was nooit Alfonso’s opzet geweest, maar nu hij de kans kreeg, greep hij haar aan om zijn grens te verleggen tot aan de Taag en het nieuwe land te geven aan eenieder die er een boerderij wilde beginnen. De kolonisten kregen hun landerijen tegen zeer gunstige voorwaarden, die waren vastgelegd in fueros (privilege-contracten), waarin geen sprake meer was van horigheid. Militair stelde de inname van Toledo weinig voor – het was een kleine nederzetting met een te wijde muur – maar de inname van de aloude Visigotische hoofdstad vormde een propagandistische coup van jewelste. Dit schreeuwde om een reactie.

De Almoraviden

Het verbaasde dus niemand dat na de val van Toledo de resterende taifas op zoek gingen naar hulp. In de Maghreb was juist een machtig koninkrijk ontstaan, dat het al genoemde Emiraat van de Idrisiden in Marokko had afgelost en zich inmiddels had uitgebreid vanaf de Atlantische kust tot Algiers en Timbuktu. De hoofdstad was Marrakesh. De leiders worden aangeduid als Almoraviden, Al-Murabitun. Dat betekent zoiets als “ribat-bewoners”, waarbij een ribat de verblijfplaats is van een soort religieuze ridderorde, die in dit geval een gnostische interpretatie gaf van de islam. Toen de hulpvraag kwam uit El-Andalus, stond emir Yusuf ibn-Tashfin aan het hoofd van de Almoraviden.

In 1086 stak hij ter bescherming van zijn Arabische geloofsgenoten over naar Andalusië, waar hij Alfonso VI versloeg. In de volgende jaren leerde hij echter dat de onderlinge weerzin van de emirs in de taifas zó groot was dat ze zich nooit eensgezind zouden verdedigen tegen het agressieve Castilië. Tegen wil en dank bleef Yusuf ibn-Tashfin in Spanje, waar hij de taifas één voor één aan zich onderdanig maakte. (De oorlog rond Valencia zou worden vereeuwigd in het gedicht over El Cid.)

Toen hij in 1106 overleed, had hij alleen de taifa Zaragoza nog niet in handen, maar dat gebeurde vier jaar later. Voor het eerst sinds een eeuw waren de gebieden die ooit hadden behoord tot het Kalifaat van Córdoba, weer verenigd in één rijk. Niet voor lang echter: in 1118 overmeesterde Aragón Zaragoza. In de komende jaren verloren de Almoraviden overal terrein.

De Kruistochtgedachte

Voor El-Andalus betekende de Almoravidische heerschappij de invoering van een strenger religieus recht dan men was gewend. Maar er was meer aan de hand. In deze jaren ontstond bij de bewoners van Iberië voor het eerst het bewustzijn dat ze niet een stuk of veertig staatjes op een gedeeld schiereiland waren, maar dat ze moslims en christenen waren. Yusuf ibn-Tashfin kwam op voor geloofsgenoten; vanaf nu lezen we steeds vaker dat de christelijke koningen gezamenlijk opereren.

Wat meespeelde was dat aan de andere kant van de Middellandse Zee de Eerste Kruistocht met succes Jeruzalem had ingenomen. De verhouding tussen de twee wereldreligies werd in deze jaren op scherp gezet en hoewel er er ook daarna nog lange perioden van co-existentie zijn geweest, ontstaat in de twee decennia na 1085 een Iberische kruisvaardersideologie: de Reconquista. Wie onlangs in de krant las dat rechtse Spaanse politici islamitische feestdagen willen verbieden, herkent de erfenis.

[Wordt vervolgd]

#AbuAmrAlDani #AlfonsoVIVanLéonEnCastilië #Almoraviden #Aragón #Barcelona #Castilië #clashOfCivilizations #EersteKruistocht #EersteTaifas #ElCid #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Idrisiden #KalifaatVanCórdoba #Léon #Marrakesh #Navarra #Portugal #Reconquista #ribat #RijkVanToledo #Spanje #Toledo #YusufIbnTashfin #Zaragoza

Client Info

Server: https://mastodon.social
Version: 2025.07
Repository: https://github.com/cyevgeniy/lmst