#StrabonVanAmaseia

2019-06-11

Klassieke literatuur (7c): wetenschap

Wat Germania Capta met wetenschap heeft te maken, leest u hieronder (Rheinisches Landesmuseum, Bonn).

[Het is alweer een tijdje geleden dat ik de vraag kreeg voorgelegd welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een cursus aanschuiven. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag behandel ik de antieke wetenschappelijke literatuur.]

In het eerste stukje over de Griekse en Romeinse wetenschappelijke literatuur behandelde ik dé antieke wetenschappelijke tekst bij uitstek, Plinius de Oudere, en vervolgens behandelde ik in een tweede stukje de geneeskundige teksten, Vitruvius’ Bouwkunde en nog wat ander spul. Vandaag nog wat meer teksten, zoals Frontinus’ boekje over de waterleidingen van de stad Rome. De auteur, die ook een collectie krijgslisten heeft gepubliceerd, was aan het begin van de tweede eeuw na Chr. verantwoordelijk voor de watervoorziening van een stad met honderdduizenden inwoners en legt uit wat daarbij zoal komt kijken. Van De aquaducten van Rome is een Nederlandse vertaling van Vincent Hunink maar om u de waarheid te zeggen: laat dit niet de tekst zijn waarmee u uw kennismaking met de antieke letteren begint.

Aardiger is het geschriftje over de menselijke karakters van Theofrastos, waarin deze leerling van Aristoteles allerlei mensentypen beschrijft die je in het vierde-eeuwse Athene kon tegenkomen op de markt, in het theater, in de volksvergadering of in huis. We ontmoeten een huichelaar, een hielenlikker, een zwamneus, een boerenpummel, een uitslover, een betweter en nog twee dozijn anderen. Ze zijn vaak heel herkenbaar, maar we hebben geen idee waar deze tekst toe diende. Was het een voorstudie voor een boek over de menselijke psychologie? Was het bedoeld als handreiking aan komediedichters? Een handboek waarmee redenaars hun doelgroep konden identificeren? Hoe dat ook zij, de Karakterschetsen zijn een aardige tekst en het werkje is vertaald door Hein van Dolen.

Een genre waar ik me tijdens mijn studie mee heb moeten bezighouden – en om u de waarheid te bekennen: met groeiende tegenzin – is de agronomie. Het gaat om auteurs die u uitleggen hoe u een boerderij moet beheren. Voor u en mij, levend in een postindustriële samenleving, is het wonderlijke materie maar het gaat om zaken die voor de oude Grieken en Romeinen niet slechts van levensbelang waren (wat ze welbeschouwd ook voor ons zijn) maar ook urgent. Een misoogst was een catastrofe. Auteurs als Cato, Varro en Columella meenden dat dat niet onvermijdelijk was en boden de informatie die de overlevingskansen vergrootte. Ze inspireerden de agronomen van de nieuwe tijd – daar is Johan Picardt weer – maar ik voor mij kan er weinig aan vinden. En ik begrijp werkelijk niet waarom een Cato, in een opsomming van de zaken die noodzakelijk zijn voor een goed-lopende boerderij, ook de servetten vermeldt. Wie het wil proberen: Vincent Hunink vertaalde Cato onder de titel Goed boeren.

Nee, dan Pausanias! Een leuke man die eindeloze wandelingen moet hebben gemaakt over de Peloponnesos en door Centraal-Griekenland, dus zeg maar Morea en Sterea. Hij schreef een soort reisgids en we mogen blij zijn dat hij dat deed in de tweede eeuw na Chr., toen de grote Romeinse bouwperiode voorbij was maar voordat het verval intrad. Overal noteerde hij de verhalen, de oude tradities en de rituelen, wat zijn Gids voor Griekenland niet alleen maakt tot een schatkamer vol informatie over het culturele leven in de keizertijd én een nuttig hulpmiddel voor archeologen die willen weten wat ze hebben opgegraven, maar ook tot een van de afwisselendste teksten uit de oude wereld. Er is een Nederlandse vertaling van Jelle Abbenes waarover u hier meer kunt vinden.

Pausanias lijkt nog het meest op Strabon, de Griekse geograaf die ten tijde van keizer Augustus de hele wereld beschreef. Opnieuw: een afwisselende collectie informatie. Strabon gebruikt allerlei oude bronnen, waardoor het opnieuw waardevol materiaal is. Niettemin is het ook wat droog. Een internet-vertaling vindt u hier.

Er zijn ook handboeken. Zo vertelt Artemidoros van Daldis hoe je een droom moet uitleggen – de Nederlandse vertaling van het Droomboek is van Simone Mooij en ook deze auteur biedt, alweer, een schat aan informatie over het dagelijkse leven in de Romeinse Rijk. Eén goede raad: als u droomt dat een waarzegger u iets vertelt, moet u de voorspelling niet geloven, tenzij het gaat om het advies van een betrouwbare waarzegger, zoals een droomduider.

Het handboek voor de geschiedschrijver is van Lucianus: Hoe word ik een goed historicus? is vertaald door Gé de Vries. Het is minder een echt handboek dan satire op slechte geschiedschrijving, maar veel van wat hij zegt is nog steeds zinvol. Geschiedenis is een wetenschap. Je hoeft echt je financier niet naar de mond te praten, want niet jij bent verantwoordelijk voor wat mensen vroeger hebben gedaan. Rankes beroemde definitie van geschiedenis, dat de historicus het verleden niet hoeft te beoordelen en het verleden evenmin nuttig toepasbaar hoeft te maken, maar slechts hoeft te vertellen wat er eigenlijk is gebeurd, is gebaseerd op Lucianus.

Aardig is ook Tacitus’ traktaat over de Germanen, waarover ik al eerder blogde. Het lijkt op het eerste gezicht een etnografie maar het is meer dan een beschrijving van de zeden en gewoonten. Keizer Domitianus had namelijk beweerd dat hij de Germanen had verslagen – zie de munt hierboven – en Tacitus beschreef doodleuk de onafhankelijke bewoners van het land aan gene zijde van de Donau. Het is dus een in feite geen wetenschap maar een politiek geschriftje. Maar ook: de Germanen zijn, in al hun wildheid, minder decadent dan de Romeinen.

Tacitus houdt de lezers dus een spiegel voor en is in feite een moralist. Die dimensie is eigenlijk voortdurend bij alle antieke wetenschappelijke literatuur aanwezig: in de Karakterschetsen van Theofrastos, in het streven naar betere landbouw van de agronomen, maar ook bij de stoïcijn Plinius de Oudere en in de artes-teksten die ik in mijn eerste en tweede stukje behandelde. Antieke wetenschap gaat vaak over wat het betekent om een goed mens zijn. Het is wetenschap, zeker, maar anders dan de onze.

#agronomie #ArtemidorosVanDaldis #CatoDeOudere #Frontinus #klassiekeLiteratuur #LucianusVanSamosata #LuciusJuniusModeratusColumella #MarcusTerentiusVarro #menstypen #Pausanias #PubliusCorneliusTacitus #StrabonVanAmaseia #Theofrastos

2025-02-13

Wat is een krokotta?

Een Tasmaanse tijger (Sheffield, Tasmanië)

Wie een antieke tekst leest en stuit op een woord dat hij niet kent, zal hetzelfde doen als wie in een Nederlandse tekst een vreemd woord tegenkomt: het woordenboek erop naslaan. Maar wat als de lexicograaf het ook niet weet? Neem het dier dat in de Romeinse Keizertijd de krokotta heette.

Ktesias en Strabon

De eerste mij bekende vermelding is van Ktesias, een Griekse schrijver die een tijd aan het Perzische hof verbleef en nogal wat over India vertelt. Voor het goede begrip zeg ik er even bij dat de Grieken op dat moment het verschil tussen India en Afrika niet kenden. Wat wij beschouwen als twee landen werd bij hen bewoond door één volk, de donkere Ethiopiërs. Toen de mannen van Alexander de Grote later de Indus zagen, dachten ze dat het de Nijl was. Ook zeg ik erbij dat Ktesias niet altijd even goed onderscheid maakt tussen de harde feiten en vertelsels die hij aan het hof heeft gehoord.

In Ethiopië is er een dier genaamd krokotta, ook wel hondwolf genaamd, met een verbazingwekkende kracht. Er wordt gezegd dat het de menselijke stem imiteert, ’s nachts mensen bij hun naam roept en degenen verslindt die in zijn buurt komen. Hij is zo dapper als een leeuw, zo snel als een paard en zo sterk als een stier. Hij kan door geen enkel wapen van staal overwonnen worden.noot Fotios, Uittreksel uit Ktesias’ Indika 50.

Een tweede vermelding is bij de geograaf Strabon van Amaseia, die alleen weet dat zijn voorganger Artemidoros (die van de omstreden papyrus) het dier vermeldt in de contreien bezuiden de Rode Zee, in oostelijk Afrika.noot Strabon, Geografie 16.4.16. Daar wonen ook giraffen en slangen met een lengte van dertig el die olifanten overmeesteren. Artemidoros zou ook zeggen dat de krokotta een kruising is van een wolf en een hond.

Plinius over de krokotta

Ook Plinius de Oudere plaatst het dier in oostelijk Afrika:

In Ethiopië komen sfingen met bruin haar en twee borsten op hun bovenlichaam, en vele andere dieren die wel fabeldieren lijken algemeen voor: gevleugelde en met hoorns gewapende paarden, pegasi genaamd; op een kruising tussen honden en wolven lijkende krokota’s die alles met hun tanden kunnen breken, meteen verslinden en in hun maag verteren.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 8.72; vert. Joost van Gelder e.a.

Hoewel het dier lijkt op een hond of wolf, denkt Plinius, anders dan Strabon, dat het geen kruising is van die dieren.

Als een Ethiopische leeuwen met een hyena heeft gepaard werpt ze een krokotta, die eveneens het stemgeluid van mensen en vee nabootst. Hij spiedt eeuwig en altijd om zich heen, heeft in beide kaken een aaneengesloten tand, zonder tandvlees, die wordt omsloten door een soort kas om te voorkomen dat hij afstompt onder druk van de andere kaak. noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 8.107; vert. Joost van Gelder e.a.

Latere vermeldingen bij Aelianus en Porfyrios voegen hieraan weinig toe, maar er zijn nog wel twee interessante details. De Historia Augusta weet dat keizer Antoninus Pius een complete dierentuin liet doden bij een niet geïdentificeerd festival en noemt dan olifanten, krokotta’s en tijgers in één adem, waaraan hij dan neushoorns, krokodillen en nijlpaarden toevoegt, benadrukkend dat dit dieren van de hele wereld waren. noot Historia Augusta, Antoninus Pius 10.9. Je krijgt de indruk dat twee teams zijn bedoeld, Indisch (waar tijgers wonen) en Afrikaans (waar nijlpaarden leven).

De andere vermelding is van de Grieks-Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio, die weet dat keizer Septimus Severus in 203 een krokotta in de arena presenteerde.

De krokotta komt uit India en … heeft een kleur die het midden houdt tussen die van een leeuwin en een tijger en het lijkt ook op die dieren, maar ook op een eigenaardige vermenging van een hond en een vos.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 77.1.4; vert. Simone Mooij.

Deze passage is belangrijk, want Dio is de enige die het dier zelf heeft gezien.

Wat is een krokotta?

Maar welk dier is het? Als we de fantastische informatie over imitatie van de menselijke stem even buiten beschouwing laten, weten we alleen dat het een viervoeter is ter grootte van een hond of wolf, een kleur heeft zoals een leeuwin of tijger. Misschien strepen en een opvallend staart, want Dio maakt vergelijkingen met tijgers en vossen. Het is zeker geen hyena, want Plinius maakt duidelijk een onderscheid.

Tot slot komt de krokotta van voorbij de Rode Zee, waarbij ik geneigd ben de plaatsing in Afrika te negeren. Het woord “Ethiopië” is te vaag van betekenis. Simone Mooij, die het laatste fragment vertaalde, meende dat het een Tasmaanse tijger was, een dier dat in de eerste eeuwen van onze jaartelling nog leefde op Java en heel goed op transport kan zijn gezet naar het westen. De Romeinen importeerden ook nootmuskaat, dat eveneens kwam uit het huidige Indonesië. We moeten de woordenboeken nog maar niet aanpassen, maar ik vind het een brutale, leuke hypothese.

#AntoninusPius #ArtemidorosVanEfese #CassiusDio #FotiosI #krokotta #Ktesias #SeptimiusSeverus #SimoneMooijValk #StrabonVanAmaseia #tijger

2024-11-26

Romeins Lycië

Het theater van Patara

[Dit is het laatste van vijf blogjes over Lycië; het eerste was hier.]

Na 168 v.Chr. was Lycië (landkaart) weliswaar onafhankelijk, maar het behoorde wel tot de Romeinse invloedssfeer. Echt onafhankelijk was het niet. Het kreeg te lijden tijdens de Eerste Mithridische Oorlog (89-85), toen koning Mithridates VI van Pontos alle Romeinse bezittingen in Klein-Azië aanviel. Toen de oorlog voorbij was, reorganiseerde Rome de politieke landkaart.  Diverse steden in het binnenland, zoals Oinoanda, hoorden voortaan bij Lycië. Faselis werd weliswaar nog een tijdje bezet door de Cilicische Piraten, maar die vormden geen partij voor de Romeinse generaal Pompeius de Grote, die in 67 v.Chr. het Nabije Oosten opnieuw reorganiseerde.

Een paar jaar later bezocht de Romeinse politicus Cicero Lycië en beschreef het gebied als een “Griekenland”. Dit suggereert dat de bovengenoemde fantastische verhalen inmiddels algemeen werden beschouwd als nauwkeurige beschrijvingen van de begindagen. De Romeinse politicus merkte ook op dat de Lyciërs, als ze aan het einde van hun toespraken zijn, dichtbij het zingen komen.noot Cicero, Orator 18.57.

De Romeinse Keizertijd

In de jaren na de moord op Julius Caesar viel een van de moordenaars, Brutus, Lycië binnen. Xanthos werd meedogenloos aangeslagen voor een bijdrage aan de krijgskas en het was duidelijk dat het land, hoewel formeel onafhankelijk, in feite Romeins grondgebied was. (Na de verwoesting van Xanthos werd Patara de nieuwe hoofdstad.) Enkele jaren later schreef de Grieks-Romeinse aardrijkskundige Strabon dat Lycië een goed bestuurd gebied was, wat eigenlijk wilde zeggen dat de Romeinse overheid er geen omkijken naar had.noot Strabon, Geografie 14.3.3. De Romeinen annexeerden het uiteindelijk in 43 na Chr. en creëerden toen de nieuwe provincie Lycia et Pamphylia.

Twaalf Lycische goden; hun positie boven twaalf dieren, gaat terug op de Bronstijd (Archeologisch Museum, Antalya)

Het Romeinse Rijk garandeerde rust, en we horen weinig over Lycië. De Lycische Bond, die inmiddels dertig steden telde, speelde nog een rol in de cultus voor de keizer, maar was geen politieke instelling meer. Onze bronnen noemen geen sensationele gebeurtenissen. Plinius de Oudere vertelt ergens een onschuldige anekdote over een gouverneur die met zeventien gasten had gedineerd onder een plataan. Dezelfde schrijver wijdt een vriendelijk woord aan de wijn uit Telmessos. Andere bronnen noemen Lycische sponzen (die Aristoteles al eens had genoemd als iets speciaals) en de saffraan van Olympos. Geen serieuze gebeurtenissen, met andere woorden.

Van verschillende keizers is bekend dat ze gebouwen in Lycië hebben opgericht. Hadrianus gelastte bijvoorbeeld de aanleg van betere faciliteiten in de haven van Myra. Antoninus Pius greep in na een aardbeving en werkte daarbij samen met een Lycische miljardair genaamd Opramoas van Rhodiapolis. Iets later worden ook Septimius Severus en Caracalla genoemd als weldoeners van de Lycische steden. De brug in Limyra, een van de oudste bruggen met segmentbogen ter wereld, is niet nauwkeurig te dateren, maar is zeker een constructie uit de Romeinse keizertijd. Een speciale vermelding verdient de filosofische inscriptie van Diogenes van Oinoanda.

De markt van Oinoanda

Langzaam verdwijnt Lycië echter nog verder uit onze bronnen. De Byzantijnse auteur Zosimos weet van een bandietenleider, Lydios, die Pamfylië en Lycië teisterde, totdat de Romeinse keizer Probus hem gevangennam in het aangrenzende Pisidië.noot Zosimos, Nieuwe Geschiedenis 1.69. We vernemen verder van christelijke leiders, maar zelfs de beroemdste van hen, Nikolaas van Myra, is slechts een naam. In 366 vluchtte een usurpator – dit is misschien niet helemaal de juiste naam, want hij kwam uit de oude keizerlijke dynastie – genaamd Procopius naar de bergen van Lycië, maar hij werd uitgeleverd aan keizer Valens, die hem liet onthoofden. Nogmaals: het zijn maar anekdotes.

Toch weten we dat de bevolking stabiel bleef en dat Lycië niet echt leed onder bijvoorbeeld de epidemie van 541. Misschien lag het te ver van de grote handelsroutes om aan de ziekte te lijden. Het is verder opvallend dat de bevolkingsafname in de Late Oudheid, Lycië betrekkelijk laat trof. Toen tegen het midden van de zevende eeuw de Arabieren begonnen de kusten te plunderen, werd de regio echter hard getroffen. De Middeleeuwen waren nu ook begonnen in Lycië.

#AntoninusPius #Caracalla #Cicero #CilicischePiraten #DiogenesVanOinoanda #EersteMithridatischeOorlog #Faselis #GnaeusPompeiusMagnus #Hadrianus #JuliusCaesar #Limyra #Lycië #MithridatesVIEupator #Myra #NikolaasVanMyra #Oinoanda #Olympos #OpramoasVanRhodiapolis #Patara #ProcopiusUsurpator_ #Rhodiapolis #Rhodos #SeptimiusSeverus #StrabonVanAmaseia #Telmessos #Tlos #Valens #Xanthos #Zosimos

Client Info

Server: https://mastodon.social
Version: 2025.07
Repository: https://github.com/cyevgeniy/lmst