#Zijderoute

2026-01-13

Manicheeërs in China

Schijf met manichese motieven (Wereldmuseum, Leiden)

Het manicheïsme is een verdwenen godsdienst uit de Late Oudheid. De stichter was de Mesopotamische profeet Mani (216-274 na Chr.), die onderwees dat het universum was verdeeld in twee strijdige kampen, de kwade materiële wereld (“de Duisternis”)  en de goede wereld van de geest (“het Licht”). Dit dualisme deelde het manicheïsme met het Perzische zoroastrisme. Daarnaast accepteerde het elementen uit het neoplatonisme, het rabbijnse jodendom, de gnosis, de hellenistische godsdiensten van Mesopotamië en het vroege christendom. Mani beschouwde zich als de Trooster (Parakleet) die in het Johannes-evangelie wordt aangekondigd.noot Johannes 14.16. Mani kende ook de Indische godsdiensten en er zijn in de manichese geschriften ook boeddhistische elementen aan te wijzen.

Van Mani naar China

Het manicheïsme ontstond in het nog jonge Sassanidische Rijk, geregeerd door een dynastie die als voorvader een belangrijke priester van Anahita had. De eerste koningen waren geen scherpslijpers en kunnen Mani’s opvattingen, die een synthese vormden van alle binnen het rijk bestaande ideeën, hebben beschouwd als nuttig om eenheid te scheppen.

Dat veranderde echter toen in 273 koning Bahram I aan de macht kwam. Deze stond onder invloed van een zoroastrische hogepriester, Kartir, die meende dat áls er dan zo nodig eenheid moest zijn, die moest uitgaan vanuit het zoroastrisme. De manicheeërs kregen daarna te maken met vervolging en Mani overleed in de gevangenis. Daar zou hij, als een soort Sokrates, in de cel gesprekken hebben gevoerd met zijn leerlingen, waarin hij hun uitlegde dat de dood voor de ware wijze iets nastrevenswaardigs is omdat de ziel dan terugkeert naar het Licht.

Mani zou twaalf apostelen hebben gehad, die het nieuwe geloof verspreidden over de rest van de wereld. Naar het Romeinse Rijk, maar ook naar het oosten. Het hielp natuurlijk dat een religie die zich baseert op eerdere godsdiensten, overal wel iets herkenbaars heeft. Een zekere Mar Ammo (d.w.z., de Aramese vorm van de christelijke naam Immanuel) bereikte al tijdens Mani’s leven het huidige Oezbekistan, dat destijds Sogdië heette. Daarvandaan verspreidde het manicheïsme zich langs de Zijderoute naar het oosten, over de Pamirbergen, naar Xinjiang en richting China. Met name tijdens de Tang-dynastie, die in 618 de macht verwierf, kregen de manicheeërs alle ruimte.

Manichese motieven

De bovenstaande metalen schijf, te zien in het Wereldmuseum in Leiden, toont vooral heel veel druiventrossen: het heilige voedsel van de manicheeërs. In de buitenring zijn deze trossen en ranken aangevuld met vogels, die golden als de brengers van vreugde en huwelijksgeluk. In de binnenring zijn leeuwen te herkennen, die de zon symboliseerden, en fabeldieren die stonden voor het Licht.

Invloed elders

Het manicheïsme heeft twee eeuwen kunnen bestaan, maar werd toen door de Chinese autoriteiten verboden. Iets dergelijks gebeurde in het westen, waar keizer Diocletianus al rond 300 na Chr. maatregelen had genomen tegen wat hij beschouwde als een on-Romeinse cultus. Evengoed waren er eind vierde eeuw nog aanhangers; geen stuk over het manicheïsme is compleet zonder de vermelding dat de christelijke kerkvader Augustinus in Karthago een tijd lang manicheeër is geweest.

Ook is een stukje over manicheïsme incompleet zolang niet is opgemerkt dat het in de zevende eeuw, dus toen het voet aan de grond kreeg in Tang-China, eveneens doorbrak in Armenië, waar de aanhangers van dit geloof bekendstaan als paulicianen, en dat de Byzantijnen hen overplaatsten naar de Balkan, waar ze bogomielen heetten, en dat zij vervolgens weer de Zuid-Franse katharen beïnvloedden. Ik noteer dit maar even, opdat u niet denkt dat ik de genreconventies niet zou kennen, maar ik voeg toe dat we over de paulicianen feitelijk helemaal niets weten en dat de overeenkomsten tussen katharen en manicheeërs weliswaar kunnen hebben bestaan, maar evengoed kunnen zijn geconstrueerd door inquisiteurs die de gelovigen het verhoor afnamen en gericht vroegen naar dualistische ideeën.

Kortom, laten we de nawerking van het manicheïsme maar negeren. Ze is veel te speculatief. Laten we ons liever beperken tot de Late Oudheid. Het toenmalige manicheïsme, dat zich uitstrekte van Karthago tot China, is immers interessant genoeg.

[Dit was het 523e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#Augustinus #BahramI #Kartir #Mani #manicheïsme #MarAmmo #Sassaniden #Sogdië #TangDynastie #Zijderoute #zoroastrisme
2025-08-20

De Kushana’s

Een Kushana-prins uit Dalverzintepa (Nationaal Museum, Tasjkent)

Het begint dus in China. Of beter, ten noorden van China. Aan het begin van de tweede eeuw v.Chr. woonden daar twee groepen nomaden. In het noordwesten waren dat de Tochaars-sprekende Yuezhi en in het noordoosten de Xiongnu. En verder was er de eeuwige trek waarmee herdersvolken westwaarts reizen, omdat je dan van het betrekkelijk droge Manchurije en Mongolië naar steeds groenere gebieden reist – over de Altai, naar de Pontische Steppe, naar de Hongaarse poesta.

En dat wil dus zeggen dat de Xiongnu westwaarts trokken en de Yuezhi voor zich uit dreven. In 176 v.Chr. kwam dit proces door een militair conflict in een stroomversnelling en de Yuezhi migreerden via het huidige Kazachstan naar Sogdië, zeg maar het huidige Oezbekistan, waar ze rond 130 v.Chr. aankwamen. Ook vestigden ze zich in Baktrië, het grensgebied tussen Oezbekistan en Afghanistan, aan weerszijden van de rivier de Oxus. Ze woonden hier te midden van een Sogdisch-Baktrisch-Perzisch-Griekse bevolking en namen het Griekse alfabet over. Opgravingen als het Oezbeekse Khalchayan en het Afghaanse Tillya Tepe documenteren het pluriforme karakter van deze wereld.

De muren van Ayaz Kala

De Kushana’s

Zoals de Xiongnu de Yuezhi voor zich uit hadden gedreven, zo dreven de Yuezhi de Saken voor zich uit, een soort Skythen, die uiteindelijk via Sakastan (Sistan in Afghanistan) naar de Punjab zouden trekken. En langs die route volgden uiteindelijk, na pakweg  30 na Chr., ook de Yuezhi, geleid door een zekere Kujula Kadfises. Hij en zijn opvolgers bouwden een groot rijk op dat zich uitstrekte vanuit Xinjiang via Sogdië en Baktrië naar Gandara, de Punjab en de Gangesvallei. U kunt het zich voorstellen als een grote C rondom Tibet. Dit rijk staat bekend als dat van de Kushana’s en het moge duidelijk zijn dat het, samen met het Parthische Rijk, de verbinding vormde tussen het Romeinse Rijk in het verre westen en Han-China in het verre oosten. Deze handelsweg staat bekend als Zijderoute.

Boeddha (Nationaal Museum, Tasjkent)

In het Kushana-rijk zou het zogeheten Mahayana-boeddhisme alle ruimte krijgen, zoals gedocumenteerd in Oezbeekse sites als Dalverzintepa, Zurmala, Kara Tepe en Fayaz Tepe, en in Pakistan in de kloosters van Mohra Moradu en Jaulian bij Taxila. Een heel vroege aanwijzing is dat het Chinese geschiedenisboek Hou Hanshu vermeldt dat een door de Yuezhi afgevaardigde diplomaat in 2 v.Chr. in de Chinese hoofdstad Chang’an les gaf over het boeddhisme. Dit bewijst dat althans een deel van de Yuezhi op dat moment al was overgegaan tot dit geloof. Toen Kujula Kadfises richting Punjab trok, trok hij geen onbekende wereld binnen, want er waren dus al religieuze contacten met India.

Kushana-munt (Bode-Museum, Berlijn)

Overigens tonen de Kushana-munten een veelvoud aan Iraanse, Indische en Griekse goden. Het zou verkeerd zijn te denken dat de Kushana’s alleen maar boeddhisten waren. Niet alleen omdat antieke overheden zelden zoiets als één staatsgodsdienst hadden, maar ook omdat mensen normaal gesproken een “dubbel geloof” hadden, wat eigenlijk gewoon wil zeggen dat je meedoet aan de gebeden in het huis waar je toevallig bent. Dat kan de ene keer boeddhistisch zijn en de volgende keer iets hindoeïstisch of Baktrisch en de derde keer iets Grieks of jaïnistisch of zoroastriaans.

Een stupa bij Mohra Moradu

Late Oudheid

Zolang in het westen de Parthen heersten, hadden de Kushana’s geen noemenswaardige vijanden, maar na 224 kwamen in Iran de Sassaniden aan de macht. Al ten tijde van Ardašir I (r.224-242) waren er conflicten en rond 260 ging Sogdië voor de Kushana’s verloren. Niet veel later liepen de Sassaniden ook Baktrië en Gandara onder de voet. (Bij de plundering van Peshawar namen ze de bedelnap van Boeddha mee, die dus nog ergens in Iran moet zijn.)

Ivoor uit Begram (Musée Guimet, Parijs)

De noordelijke gebieden vielen in handen van groepen die we gemakshalve zullen aanduiden als “Hunnen” en mogelijk verwant zijn met de Xiongnu waarmee ik dit blogje begon. Ook die migreerden naar het westen en het was dus te verwachten dat ze ooit in de gebieden zouden komen waar ze ooit de Yuezhi naartoe hadden gedreven. De rest van het Kushana-rijk (dus de Punjab, de Indusvallei en de Gangesvallei) bleven als staat nog ongeveer een eeuw overeind, tot de Hunnen noordelijk India binnenvielen.

Fayaz Tepe

De onvermijdelijke Kushana’s

De Kushana’s zijn onvermijdelijk voor wie zich met de Oudheid bezighoudt. Zoals gezegd vormen ze een cruciale schakel in het enorme Euraziatische systeem. Zij waren wat centraal was in Centraal-Eurazië. Wie reist in Oezbekistan of Pakistan komt ze steeds weer tegen, en vermoedelijk geldt dat ook voor Afghanistan en Xinjiang.

Atlanten uit het Tapa-i-kafariha-klooster

Ik zelf werd voor het eerst geconfronteerd met de Kushana-architectuur bij mijn bezoek aan Taxila-Sirsukh, waar we de enorme (door hennep overgroeide) stadsmuren zagen van een gigantische vierkante stad. We waren moe van de vlucht van Londen naar Islamabad en hadden de andere delen van Taxila al gezien. Het was al laat in de middag – en we hebben het verder maar even gelaten zoals het was. Achteraf heb ik daarvan toch wel spijt. Ik zal niet snel weer in de Punjab zijn, vrees ik, en hoewel de wereld nog zo veel wonderen voor me in petto heeft, vind ik dat ergens toch ook wel weer jammer.

#Afghanistan #ArdaširI #Baktrië #boeddhisme #ChangAn #Dalverzintepa #dubbelGeloof #FayazTepe #Gandara #Ganges #HanDynastie #HouHanshu #Hunnen #India #Indus #Jaulian #KaraTepe #Khalchayan #KujulaKadfises #KushanaS #Mahayana #MohraMoradu #Oezbekistan #Pakistan #ParthischeRijk #Punjab #Saken #Sassaniden #Sirsukh #Sogdië #Taxila #TillyaTepe #Tochaars #Xinjiang #Xiongnu #Zijderoute
2025-05-06

Ik bezocht zojuist een vrouw aan de macht in het oude China. Wu Zetian trotseerde alle conventies, stichtte haar eigen dynastie en liet een tijdperk bloeien. Geen voetnoot in de geschiedenis, maar een mooi gekanteld hoofdstuk.

#WuZetian #VrouwelijkeKeizer #Tangdynastie #Zijderoute kanteldenker.wordpress.com/202

2025-04-24

Faits divers (36)

Caligula en Roma (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer onder andere Caligula, de Zijderoute en een nieuwe expositie in Leiden. Maar eerst een huishoudelijke mededeling.

***

Huishoudelijke mededeling

Het gebeurt me elke dag wel – en niet zelden meer dan eens – dat iemand me een filmpje stuurt over een veronderstelde oudheidkundige ontdekking, waarbij ik dan de vraag krijg voorgelegd of het waar is. Uiteraard is het vererend dat mensen erop vertrouwen dat ik het wel weet. En het is fijn dat mensen in de smiezen hebben dat je niet alles moet geloven wat onder het mom van archeologie of klassieken wordt beweerd.

Het is voor mij echter ook behoorlijk tijdrovend om al die filmpjes te bekijken en iedereen netjes te antwoorden. Wat u alvast zelf kunt doen: controleer of er een wetenschappelijke publicatie is. Door het academisch hyperspecialisme is het makkelijker dan ooit een onvoldragen theorie gepubliceerd te krijgen. Als iemand desondanks niet in een wetenschappelijk tijdschrift publiceert, weet hij zelf al dat hij zou struikelen over de laagst denkbare lat, en niets zinvols bijdraagt. Verspil er uw tijd niet aan.

De Zijderoute

De Zijderoute staat steeds meer in de belangstelling. Ergens begin jaren negentig voltrok zich een perspectiefwisseling: waar onderzoekers ooit keken naar de Romeinse, Griekse, Mesopotamische, Iraanse, Indische en Chinese culturen met een nomadische periferie in Centraal-Eurazië, keerde men het om. We begonnen te kijken naar Centraal-Eurazië als centrum van een wereldsysteem, waarin de schrijvende culturen lagen aan de periferie.

Met een beroemd woord van Andre Gunder Frank: the centrality of Central Asia kwam centraal te staan. De DNA-revolutie, waarvan de strekking is dat mensen én ideeën hypermobiel zijn, gaf een extra stimulans aan deze perspectiefwisseling. Voor wie de Zijderoute eens wil verkennen, is er nu deze handige website.

Caligula

In Nijmegen promoveerde onlangs Henri van Nispen op de bestuursstijl van keizer Caligula (r.37-41). De bronnen, meest geschreven door senatoren, typeren zijn beleid als waanzinnig, maar het heeft niet ontbroken aan historici die de vooringenomenheid van de bronnen herkennen en hebben geprobeerd er toch een zekere rationaliteit in te herkennen. Immers, het keizerschap bestond niet werkelijk en Caligula was door adoptie alleen maar hoofd van de Julisch-Claudische familie. Desondanks gaf de Senaat hem absolute macht, ook al was er geen institutionele basis voor het keizerschap. Dat moest wel mislukken.

Van Nispen betoogt dat de onervaren nieuwe keizer zijn tot falen gedoemde positie wilde versterken, en dat dit de relatie met de Senaat, die gewend was te worden gerespecteerd, verder problematiseerde. Dat de keizer zich als goddelijk presenteerde, hielp ook al niet. Caligula was niet gek, maar probeerde een soort leiderschap dat zich aan de veranderende situaties aanpaste (“adhocratie”), en schiep zo onzekerheid. Dat was deels de bedoeling, maar kostte hem uiteindelijk het leven. Het proefschrift is gratis te downloaden.

De archeologie van Nederland

In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is een expositie begonnen met de titel “Boven het maaiveld”. Helaas ontbreekt mij de tijd om er al een kijkje te gaan nemen, en het komend weekend (Koningsdag) vermijd ik alle openbaar vervoer, dus het zal even duren voor ik erover kan schrijven. Het persbericht maakt nieuwsgierig:

Waarom is een archeologische vondst belangrijk of waardevol voor onze samenleving? Wat draagt het bij aan onze kennis over het verleden? Boven het maaiveld gaat daarom ook over onderzoek, kennis, nieuwe perspectieven en persoonlijke betrokkenheid. Mede door nieuwe inzichten over identiteit, gender- en statusverschillen bijvoorbeeld, wordt tegenwoordig anders gekeken naar grafgiften en blijkt DNA-onderzoek verrassende gegevens op te leveren.

Nog wat losse faits divers

Het was Pasen, dus de Bijbel moest weer eens gelijk hebben: er was een tuin bij het graf van Jezus. Los van het negentiende-eeuwse welles/nietes-frame, gaat het om iets dat allang bekend was en nu wordt gepresenteerd als nieuws. Ik noem het omdat het zo mooi illustreert dat oudheidkundigen vinden dat u met opgewarmde kliekjes genoegen moet nemen. De minachting, de minachting.

Wat wel interessant is: misschien is de hoofdstad van het voor-Macedonische koninkrijk Lynkestis gevonden (negeer de opmerkingen over Alexander de Grote) en misschien is een door Marius gegraven kanaal geïdentificeerd in de Provence. Misschien, misschien. Wetenschappelijke publicaties zijn er nog niet maar dat belet oudheidkundigen nooit om alvast naar de pers te stappen. Ik rond er mijn “faits divers” mee af, maar eigenlijk zou ik er geen aandacht aan moeten besteden.

#AndreGunderFrank #Caligula #FaitsDivers #HenriVanNispen #Zijderoute

Brits Museum verwijdert ‘Xizang’ label van Silk Roads tentoonstelling over Tibet

Het British Museum heeft de term ‘Xizang’ verwijderd van zijn etikettering van Tibetaanse artefacten nadat rechtengroeperingen en Tibetanen die in het Verenigd Koninkrijk wonen kritiek hadden geuit op het gebruik van de door Beijing gepromote plaatsnaam.

De tentoonstelling Zijderoutes van het Londense museum werd eind september 2024 geopend en liep tot afgelopen zondag. De labels werden in januari herzien en bijgewerkt van ‘Tibet of Xizang Autonome Regio, China’ naar ‘Tibet Autonome Regio, China’, aldus een woordvoerder van het British Museum. Tibetaanse activisten die het museum in februari bezochten bevestigden dat de tekst inderdaad was veranderd.

Ophef

De term ‘Xizang’ werd voor het eerst gebruikt in officiële diplomatieke documenten van de Chinese overheid in 2023, nadat door de Chinese overheid gesteunde geleerden zeiden dat het zou helpen om China’s legitieme bezetting en heerschappij over Tibet te promoten. Het gebruik van de term heeft tot ophef geleid onder Tibetanen die in het buitenland wonen. Zij zien het als een nieuw voorbeeld van de pogingen van Peking om de Tibetanen te assimileren in de Chinese cultuur en de Tibetaanse identiteit uit te wissen.

Tibetaanse groepen schreven het British Museum eerst op 25 november en daarna op 18 december een brief waarin ze hun bezorgdheid uitten over het gebruik van ‘Xizang’. Een van de objecten die door de Tibetaanse groepen werden genoemd – die worden geleid door de Global Alliance for Tibet and Persecuted Minorities en de Tibetaanse Gemeenschap in Groot-Brittannië – was een zilveren vaas die door het 7e-eeuwse Tibetaanse Rijk aan het naburige Tang China werd geschonken.

‘Hedendaagse regio’

In een reactie in december verdedigde het museum het gebruik van de term Xizang door te zeggen dat de labels ‘de hedendaagse regio’ weerspiegelden. Tibetaanse activisten verwierpen deze verklaring en zeiden dat het voorbij ging aan de politieke implicaties van het promoten van terminologie die door de Chinese Communistische Partij in stand wordt gehouden.

Vorig jaar kreeg het Franse museum Musée du Quai Branly-Jacques Chirac ook kritiek te verduren voor het gebruik van de term ‘Xizang’ in zijn tentoonstelling. In oktober, na weken van protesten en petities van Tibetanen, kondigde het museum aan dat het de verandering in de etikettering zou terugdraaien.

De verandering van het museum was ‘een stap voorwaarts’, maar nog steeds niet genoeg om aan de verwachtingen te voldoen, zei Tsering Passang, oprichter en voorzitter van de Global Alliance for Tibet and Persecuted Minorities.

Bron Pressrelease

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#BritishMuseum #labeling #MuséeDuQuaiBranlyJacquesChirac #Zijderoute
#BritishMuseum #labeling #MuséeDuQuaiBranlyJacquesChirac #Zijderoute

2025-01-17

Faits divers (33): archeologie

Cucuteni-Tripolje-aardewerk (Neues Museum, Berlijn)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer allerlei leuke archeologische berichten.

***

De eerste steden

Het traditionele, en op zich niet onjuiste, verhaal over de eerste steden is dat hun ontstaan hand-in-hand ging met de groei van sociale stratificatie. Bijvoorbeeld doordat er meer boeren waren, meer opbrengsten, meer noodzaak tot organisatie, en dus een centrale leider, die zijn macht onderstreepte met monumentale bouw. Dit is vanzelfsprekend altijd een grove generalisatie geweest. Een schema, zeg maar, om de gedachten te ordenen. De vondsten in Göbekli Tepe bewijzen dat al in een samenleving van jagers en verzamelaars monumentale architectuur mogelijk is, dus er is geen enkele reden monumentaliteit onlosmakelijk te verbinden met steden of zelfs maar landbouw.

De laatste kwart eeuw is er veel meer aandacht gekomen voor “mega-sites” die wel stedelijk ogen maar geen opvallend grote sociale stratificatie kennen. Sovjet-archeologen attendeerden er lang geleden al op dat in het gebied van de Skythen – zeg maar Oekraïne – enkele knotsen van nederzettingen bekend waren, zonder aanwijzingen voor maatschappelijke ongelijkheid. Dat paste mooi bij theorieën over een oercommunisme, dus het oogde wat verdacht. Maar inmiddels is er meer belangstelling voor, en het helpt dat onderzoekers met Lidar meer van zulke nederzettingen vinden.

Een recent artikel in Nature gaat over de Cucuteni-Tripolje-cultuur, zeg maar 4500-3000 v.Chr. in Roemenië, Moldavië en Oekraïne. U kunt die kennen van de Racines-expositie in Luik. Het artikel legt voorbeeldig uit welke complicaties er zijn bij het onderzoek naar de egalitaire samenlevingen van de vroegste Europese steden, even oud als pakweg Uruk.

De Maghreb

De Maghreb kom er in de oudheidkundige literatuur beroerd vanaf. Toen ik schreef over het handboek van De Blois en Van der Spek, viel me op dat de Numidiërs niet of nauwelijks werden vermeld, hoewel ze een beslissende rol speelden in zowel de Eerste als de Tweede Punische Oorlog. De Maghreb was echter een van de welvarendste gebieden in de Oudheid, met in de Romeinse tijd 600 steden (ter vergelijking: Gallië had er zestig). De verklaring voor de welvaart is dat op de Hautes Plaines van Algerije de regenval voorspelbaar was. Je wist als boer precies wat je kon verwachten, wat in Italië en Griekenland niet het geval was.

De vallei van de rivier de Baht in het noordwesten van Marokko is iets anders dan Algerije. Het is geen hoogvlakte maar een riviervlakte. Evengoed is het een vruchtbaar gebied, waar de Karthagers al ten tijde van Hanno de Zeevaarder factorijen bouwden. Er viel wat te halen. Recent onderzoek toont dat de landbouw hier al heel vroeg ontstond: “the most extensive and earliest agricultural complex known in north Africa outside the Nile Valley”.

Byblos

U herinnert zich misschien – vooringenomen als ik ben, hoop ik het – de expositie over Byblos in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Dan herinnert u zich misschien ook dat het onderzoek is hernomen. Daarover is een erg mooie documentaire te zien op Arte. Voor wie bang is voor Frans: het is prettig rustig uitgesproken.

Koolstof

Koolstofdateringen zijn nooit simpel. Om te beginnen is het resultaat geen datering maar een kans op een datering. Verder is kalibratie nodig. En de kalibratiecurve loopt soms steil en is soms horizontaal – dat laatste heet een plateau. Dat is ergerlijk, want het betekent dat een op zich smalle marge in de meting, laten we zeggen ±50, zich kan vertalen in een brede historische marge, laten we zeggen ±150. Eén zo’n plateau correspondeert ruwweg met de Europese Hallstatt-periode: tussen pakweg 770 en 420 v.Chr. zijn de historische marges wel erg wijd.

Deze kwestie speelt hoog op in Israël, waar op veel plaatsen monumentale gebouwen zijn gevonden op plekken waar je ook volgens de Bijbel monumentale gebouwen zou verwachten. Bijvoorbeeld een grote structuur in Jeruzalem, op de plek waar je het paleis van een David of Salomo verwacht. Alleen zijn die structuren lastig te dateren. De eerste archeologen dateerden het daar gevonden aardewerk aan de hand van de bijbelse chronologie van een David of een Salomo, dus toen klopte alles; maar toen archeologen het aardewerk begonnen te dateren aan de hand van andere aardewerkchronologieën en aan de hand van koolstof, bleken de gebouwen te jong.

Een poging om het probleem op te lossen met een speciaal op het verwerven van organisch, dateerbaar materiaal gerichte opgraving in Megiddo, leverde niks op. Nu hebben archeologen het opnieuw geprobeerd in Jeruzalem, met een combinatie van koolstofdatering en wiggle matching. Er is vooruitgang, met scherpere dateringen, en er is de opvallende conclusie dat de westelijke uitbreiding vroeger begon dan tot nu toe aangenomen. Over Salomo zwijgt men, maar dit oogt veelbelovend.

Familie

In de jaren zeventig was er veel aandacht voor de vraag waar vrouwen en mannen na hun huwelijk gingen wonen. Als bijvoorbeeld in een samenleving alleen vrouwen aardewerk maakten, zo luidde een van de redeneringen, vormde de verspreiding van keramische motieven een aanwijzing voor hun verblijfplaatsen. Nu stellen archeologen dezelfde vraag, maar met bioarcheologisch bewijs: in voor-Romeins Brittannië trokken de mannen in bij de vrouwen. Een leuke conclusie, niet meer, niet minder.

Zijderoute

Komend vanuit het westen leidde de Zijderoute vanuit het huidige Oezbekistan over de Pamir en dan langs de Taklamakan-woestijn, door de Hexicorridor naar China. Een leuk onderzoekje toont dat daar, in het westen van het antieke China, een laatantieke mevrouw met Chinese voorouders is begraven naast een laatantieke meneer met Centraal-Aziatische voorouders. Het bevestigt wat we al wisten: mensen waren mobiel.

Volksverhuizingen

En nog even iets uit dezelfde periode om af te ronden: een overzicht van alle DNA-bewijs voor migratie in het eerste millennium voor West-Europa. De conclusies zijn weinig verrassend: eerst een beweging van noordelijk Europa naar zuidelijk Europa, zeg maar de verspreiding van Germaanssprekenden, en daarna een omgekeerde beweging, zeg maar mensen die door Noormannen werden meegenomen, vermoedelijk als slaven. Niet verrassend dus, maar handig om het bij elkaar te hebben.

#Algerije #bioarcheologie #Byblos #China #CucuteniTripoljeCultuur #DNAOnderzoek #FaitsDivers #GroteVolksverhuizingen #Hallstatt #HallstattPlateau #Hexicorridor #Israël #Jeruzalem #kalibratie #koningDavid #koningSalomo #koolstofdatering #Libanon #LIDAR #Marokko #Moldavië #Oekraïne #Roemenië #socialeStratificatie #Taklamakan #vikingen #wiggleMatching #Zijderoute

Tibetanen eisen excuses van het British Museum voor het gebruik van de titel ‘Xizang’

In zijn Silk Roads tentoonstelling heeft het British Museum de uitdrukking ‘Tibet of Xizang Autonome Regio’ gebruikt in zijn labels en catalogusmateriaal om Tibetaanse artefacten te beschrijven. Het gebruik van de term ‘Xizang’ door het British Museum om Tibetaanse artefacten te beschrijven in de Silk Roads tentoonstelling heeft geleid tot kritiek van Tibetanen en rechtengroeperingen die hebben geëist dat het museum de door Peking gepromote term verwijdert en een formele verontschuldiging aanbiedt.

Het gebruik van de term ‘Xizang’ – een term die China in 2023 formeel heeft aangenomen in al zijn officiële documenten om naar Tibet te verwijzen – speelt Pekings pogingen in de kaart om de historische en culturele identiteit van Tibet te ondermijnen en uit te wissen, zeggen voorstanders. In plaats daarvan eisen ze dat het Londense museum uitsluitend ‘Tibet’ gebruikt. Het museum is het nieuwste museum dat kritiek te verduren krijgt omdat het de terminologie van Beijing voor Tibet gebruikt.

Protesten van Tibetanen

Eerder dit jaar kwam het Franse museum Musée du Quai Branly-Jacques Chirac ook onder vuur te liggen door het gebruik van de term in zijn tentoonstelling. In oktober zei het museum dat het de verandering in zijn tentoonstellingen ongedaan zou maken, na weken van protesten en petities van Tibetanen.

Vaas

De Silk Roads tentoonstelling van het British Museum, die de geschiedenis van de oude handelsroute tijdens de sleutelperiode van 500 tot 1000 verkent, bevat meer dan 300 voorwerpen uit de eigen collectie van het museum en voorwerpen die geleend zijn van ten minste 29 andere instellingen. De tentoonstelling opende eind september en loopt tot 23 februari 2025.

Op zijn labels en in catalogusmateriaal dat Tibetaanse artefacten beschrijft, gebruikt het British Museum de uitdrukking ‘Tibet of Xizang Autonome Regio’. Bijvoorbeeld, een zilveren vaas geschonken door het 7e-eeuwse Tibetaanse Rijk geregeerd door koning Songtsen Gampo aan het naburige Tang China werd gelabeld als ‘Tibet of Xizang Autonome Regio, China’.

Beledigend

Tsering Passang, oprichter en voorzitter van de Global Alliance for Tibet and Persecuted Minorities, zei dat het gebruik van ‘Xizang’ ‘niet alleen onnauwkeurig maar ook zeer beledigend is voor Tibetanen. Het weerspiegelt de inspanningen van de Chinese Communistische Partij om Tibet van de wereldkaart te wissen, de geschiedenis te herschrijven en de vreedzame cultuur van het Tibetaanse volk te onderdrukken. Tibetaanse groepen – onder leiding van de actiegroep Global Alliance for Tibet and Persecuted Minorities en de Tibetaanse gemeenschap in Groot-Brittannië – schreven het British Museum eerst op 25 november en later op 18 december een brief waarin ze hun ernstige bezorgdheid uitten over het gebruik van de term.

In zijn reactie op de eerste klachten van de Tibetaanse groepen verdedigde het British Museum het gebruik van de term Xizang door te zeggen dat het ‘de hedendaagse regio weerspiegelt’, aldus een verklaring van de Global Alliance for Tibet and Persecuted Minorities. Tibetaanse activisten verwierpen echter de uitleg van het museum en zeiden dat het voorbijgaat aan de politieke implicaties van het promoten van terminologie die door de Chinese Communistische Partij in stand wordt gehouden en die het Chinese staatsverhaal legitimeert.

Grote verantwoordelijkheid

Tibetaanse activisten zeggen dat het British Museum, dat gefinancierd wordt door het Britse ministerie van Cultuur, Media en Sport en waarvan de permanente collectie van meer dan 8 miljoen voorwerpen tot de grootste in zijn soort behoort, ‘een grote verantwoordelijkheid draagt om de geschiedenis en het erfgoed integer te presenteren’. ‘Dit gaat niet alleen over etiketten; het gaat over de rol van het museum in het vormen van een wereldwijd begrip van een cultuur die actief wordt onderdrukt,’ zei Phuntsok Norbu, voorzitter van de Tibetaanse gemeenschap in Groot-Brittannië.

De groep heeft er ook bij het British Museum op aangedrongen een dialoog aan te gaan met Tibetaanse geleerden en leiders van de gemeenschap om ervoor te zorgen dat de Tibetaanse geschiedenis en cultuur in toekomstige tentoonstellingen accuraat worden weergegeven. Tibetanen in Frankrijk hebben ook geprotesteerd tegen het Parijse Musée Guimet, dat een van de grootste collecties Aziatische kunst buiten Azië heeft, omdat het zou zijn gezwicht voor de Chinese druk door de Tibetaanse afdeling de ‘Himalaya Wereld’ te noemen.

Bron Pressrelease

 

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#China #misbruik #musea #Tibet #titel #verzet #Zijderoute
#China #misbruik #musea #Tibet #titel #verzet #Zijderoute

2024-11-28

Nesaïsche paarden

Een Nesaïsch paard (Persepolis)

De Nesaïsche paarden, wat zijn dat nou weer? Allerlei bronnen noemen ze, van de Griekse onderzoeker Herodotos in de vijfde eeuw v.Chr. tot de Babylonische Talmoed in de zevende eeuw na Chr. Eén ding is hierbij duidelijk: de edele dieren kwamen van de zogeheten Nisaïsche vlakte, die zich ergens in het Zagrosgebergte moet hebben bevonden, dus in het westen van het huidige Iran. Dat is het gebied waar ooit de Meden woonden.

Vermoedelijk lag die vlakte ergens langs de grote weg vanuit Mesopotamië via Behistun naar Hamadan (oude Ekbatana), maar zeker is dat niet, aangezien er een anekdote bestaat dat de Romeinse generaal Marcus Antonius, toen hij het Parthische Rijk aanviel, Nesaïsche paarden zag.noot Strabon, Geografie 14.9.4. Dat suggereert een meer noordelijke locatie. De naam helpt ons niet veel verder, want Nisâya is Perzisch voor “bewoond gebied”.

In elk geval waren de Nesaïsche paarden fenomenaal. Ze trokken de strijdwagen van de Perzische koning en ze trokken een soortgelijke wagen die een niet helemaal goed begrepen cultische rol had.noot Herodotos, Historiën 7.40. Zo staan ze ook afgebeeld in Persepolis, zie boven.

De Nesaïsche paarden waren zó beroemd dat de Chinese Han-keizer Wu-Di (r.141-87 v.Chr.) zijn hoveling Zhang Qian stuurde om ze te gaan kopen. (Ik blogde daar al eens over.) Hoewel de goede man uiteindelijk faalde in die missie, was het resultaat van zijn reis naar het verre westen de opening van de Zijderoute.

Nog eeuwen later bood de Perzische koning Shapur I (r.241-272 na Chr.) de Joden in het Sassanidische Rijk een mooi wit Nesaïsch paard aan, voor het geval de messias zou komen.noot Babylonische Talmoed, Sanhedrin 98a. Volgens sommige voorspellingen zou die rijden op een ezel of een muildier, en dat vond de koning nogal vernederend. We hoeven aan deze anekdote niet te twijfelen, omdat de Perzische zoroastriërs een messias-achtige verlosser-figuur kenden, de Saoshyant. In elk geval waren de Nesaïsche paarden formidabele dieren, bekend tot in Griekenland en China aan toe.

#Iran #MarcusAntonius #Meden #messias #NesaïschePaarden #Persepolis #saoshyant #ShapurI #WuDi #Zagros #ZhangQian #Zijderoute

2024-11-09

Herakles in Xinjiang

Niet Herakles maar Vajrapani (Musée Guimet, Parijs)

In het Musée Guimet in Parijs fotografeerde ik onlangs bovenstaande kop. Een tête à l’expression farouche, zo las ik op het bordje met uitleg, dat verder meldde dat dit woest kijkende heerschap afkomstig was uit de kleine Tempel 1 te Toqquz Sarai in Tumxuk. Het is gemaakt in de late vierde eeuw na Chr. en met een leeuwenhuid over het hoofd is het natuurlijk Herakles – of zoiets.

Boeddhistische kunst

Tumxuk ligt in Xinjiang, dus in het uiterste westen van het huidige China, aan de Zijderoute. Toen de Kushana’s heersten over Centraal-Azië, tussen de eerste eeuw v.Chr. en de vierde eeuw na Chr., verspreidde het Mahayana-boeddhisme zich vanuit de Punjab naar Afghanistan, Oezbekistan en door de Fergana-vallei over de Pamir naar Xinjiang. En met het boeddhisme kwam kunst als deze mee. We noemen het weleens Gandara-kunst en daar zit een flinke scheut hellenistische invloed in.

Afbeeldingen van Herakles zijn niet onbekend in Centraal-Azië. Ik heb weleens geblogd over een Boeddha uit Termez die was afgebeeld met de attributen van de Griekse halfgod. Inclusief knots, zodat er geen verwisseling mogelijk was met Alexander de Grote, die in Centraal-Azië eveneens werd afgebeeld met een leeuwenhuid over het hoofd.

Vajrapani

De kop uit Tumxuk heeft echter ook nogal opvallende hoektanden, en dat is noch voor Alexander noch voor Herakles gebruikelijk. Die slagtanden (want dat zijn het) doen meer denken aan Griekse gorgonen en boeddhistische beschermgeesten. Eén daarvan, zo leerde ik in Parijs, heet Vajrapani en waakt over Boeddha als deze dhamma onderwijst, de “wet van de rechtvaardigheid”.

De naam Vajrapani betekent zoiets als “degene die de bliksem draagt”. Dat is dan weer wel een attribuut van Alexander de Grote, die zich op zijn Indische munten liet afbeelden met een bliksemschicht in de hand, kijk maar. Ik denk dat de vraag of Vajrapani nu een tandige variant is op Herakles of op Alexander, verkeerd is gesteld. Leeuwenhuiden, slagtanden en bliksemschichten zijn objecten waaruit kunstenaars konden selecteren en ze zijn ook niet specifiek voor de hellenistische cultuur. Laten we zeggen dat er langs de Zijderoute een cultureel continuüm was, zodat vormen die we kennen uit Griekenland ook voorkomen in het verre Xinjiang.

En ik vind de bovenstaande kop gewoon móói.

[Dit was het 473e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#AlexanderDeGrote #boeddhisme #China #dhamma #Gorgo #Herakles #KushanaS #leeuw #Mahayana #Tumxuk #Vajrapani #Xinjiang #Zijderoute

2024-10-28

Vijf dagen Parijs

Illustratie uit een Arabisch commentaar op Galenus’ beschrijving van theriac (Institut du monde arabe, Parijs)

Je wil het liefst het nuttige met het aangename verenigen, en als je iets nuttigs te doen hebt in Parijs, is het vanzelf aangenaam. Aangenaam waren vooral de musea die ik kon bezoeken. Hierbij een paar aantekeningen.

Institut du monde arabe

Het Institut du monde arabe is gevestigd in een prachtig gebouw tegenover het Île Saint-Louis. De vaste collectie is niet wezenlijk vernieuwd, maar die is zo interessant dat dat ook niet nodig is. Er is momenteel een expositie over Bagdad in de negende eeuw. Die is opgehangen aan de laatste versie van Assassin’s Creed, zodat je niet alleen voorwerpen ziet die het leven in de hoofdstad van het Abbasidische Rijk documenteren, maar ook uitleg krijgt over het maken van zo’n game. Die uitleg is niet heel anders dan wat je in Groningen in StoryWorld verneemt over Horizon Zero Dawn, dus de voorwerpen trekken de meeste aandacht. Wat mij betreft was een beeldschoon manuscript van een vertaling van / commentaar op Galenus het hoogtepunt. En uiteraard de vaste collectie.

De mosasaurus uit de Pietersberg (Muséum national d’histoire naturelle, Parijs)

Muséum national d’histoire naturelle

Even stroomopwaarts liggen de natuurhistorische musea, en natuurhistorische musea zijn altijd de beste plekken in de wereld om een uurtje stuk te slaan. Ik kende de mineralogische en de dierkundige afdelingen al, en belandde dit keer bij de paleontologie. Skeletten, skeletten en nog meer skeletten. Hoogtepunt: de mosausaurus die ooit in de Pietersberg is gevonden en – naar verluidt – voor een paar honderd flessen wijn is verpatst aan de Fransen. Het was het begin van de dinosauruswetenschap en het speet me dat ik een mij bekende deskundige (4¾) niet bij me had. De musea liggen overigens langs een schitterend park, waar je heerlijk kunt lunchen (al smaakte mijn hot dog niet bepaald geweldig).

Kleitablet over de stichting van een gebouw (Metropolitan Museum, New York | Louvre, Parijs)

Louvre

Stroomafwaarts van het Institut du monde arabe, maar op de andere oever, is het Louvre. Het grootste en mooiste en beste museum ter wereld behoeft geen introductie. Los daarvan: al kende ik alle superlatieven van de Nederlandse taal, dan nog zou ik tekort schieten. Eén minpunt: de veiligheidsmaatregelen zijn sinds de Olympische Spelen verscherpt en zelfs als je een ticket hebt met een tijdslot, zijn de wachtrijen enorm lang, zodat er nu een wachtrij is voor mensen die hun tijdslot hebben gemist.

Het doel van mijn bezoek was de expositie van Mesopotamische stukken uit New York, die tijdelijk zijn te zien in het Louvre. Die waren erg mooi en goed uitgelegd, maar het waren er te weinig. Ik denk dat je heel, heel erg geïnteresseerd moet zijn in het oude Nabije Oosten om er speciaal voor naar Parijs te reizen. De rest van het museum is natuurlijk wél een reden om speciaal naar Parijs te reizen.

Glaswerk uit Begram (Musée Guimet. Parijs)

Musée Guimet

De Franse grootindustrieel Émile Guimet (1836-1918) maakte enkele reizen door het Verre Oosten en deed zijn best om zijn tijdgenoten vertrouwd te maken met de oosterse culturen. Tot zijn initiatieven behoorden de reconstructie van boeddhistische rituelen en voorstellingen van wat destijds danses brahmaniques heette – de danseres kwam uit Leeuwarden en heette Griet Zelle ofwel Mata Hari. Guimets blijvende erfenis is het naar hem vernoemde museum van Aziatische kunst. Er zijn onder meer drie zalen met Chinese kunst uit de tijd van de Zijderoute, twee zalen met kunst van de Zijderoute zelf, en twee zalen met Gandara-kunst. Ik was verbluft door het glaswerk uit Begram (bij Kabul).

Een functionaris uit de Wari-cultuur (Musée du Quai Branly. Parijs)

Musée du Quai Branly

Tegenover het Musée Guimet, op de zuidelijke oever van de Seine, in de schaduw van de Eiffeltoren, ligt het door Jacques Chirac gestichte etnografische museum aan de Quai Branly. Het probleem met zulke musea is dat je het als organisator nooit goed kunt doen – u herinnert zich misschien de discussie over het Afrikamuseum in Tervuren, dat probeerde geen “koloniale blik” te hebben op Afrika en het verwijt kreeg dat het nog altijd een Europese blik op Afrika was. Quai Branly is ook niet zonder critici.

Als oudheidkundige herken ik wel iets in die kritiek; de Oudheid wordt ook maar zelden getoond als Oudheid. Steeds weer wordt het tijdperk ondergeschikt gemaakt aan moderne belangstellingen, in plaats van dat ze wordt gebruikt om onze belangstellingen tegen te spreken. Als het echter goed wordt gedaan, confronteren zowel etnografische als oudheidkundige musea je met je vooroordelen en tonen ze je dat je eigen opvattingen ook maar plaats- en tijdgebonden zijn. In het Quai Branly-museum zocht en vond ik de confrontatie met de esthetiek van de Precolumbiaanse culturen. Culturen waar ik werkelijk niets van begrijp, maar die net zo menselijk waren als de onze.

Gallische helm uit Alesia (Musée d’archéologie nationale, Saint-Germain-en-Laye)

Musée d’archéologie nationale

Da’s lachen natuurlijk, dat Frankrijk een museum heeft voor nationale archeologie, maar laten we niet te hard lachen. Het is bijna twee eeuwen oud, is van zijn dwalingen teruggekomen en heeft inmiddels prachtige afdelingen om andere culturen te tonen, terwijl ons eigen Nederland nog niet zo lang geleden plannen had voor een nationaal historisch museum, opgericht met het expliciete doel de nationale identiteit te versterken. De Nederlandse geschiedwetenschap was toen al zo hersendood dat ze verzuimde de minister te antwoorden dat wetenschap geen politieke doelen dient en dat hij het geld mocht steken op een plek waar de zon nooit schijnt.

Het Musée d’archéologie nationale is al jaren in verbouwing en bij een eerder bezoek had ik niet de vondsten kunnen zien van de in opdracht van Napoleon III verrichte opgravingen van Alesia. Dit keer waren de zalen van de Late IJzertijd wegens een elektriciteitsstoring opnieuw gesloten, dus het leek erop dat ik de reis naar de Parijse buitenwijk Saint-Germain-en-Laye voor niets had gemaakt. De Bronstijdafdeling was wel open en ik was verbluft toen ik de Gouden Hoed van Avanton voor het eerst zag.

Gelukkig deed de elektriciteit het al snel weer en zo kon ik eindelijk de vondsten uit die belangrijke opgraving (een van de aanleidingen tot de experimentele archeologie) toch eens zien. Ik kan niet zeggen dat ze me verbaasden, want daarvoor zijn ze te beroemd – maar het is natuurlijk wél Alesia. Dus ik keerde fluitend terug naar mijn hotel.

#Afghanistan #Alesia #AssassinSCreed #ÉmileGuimet #GandaraKunst #GoudenHoedVanAvanton #InstitutDuMondeArabe #JacquesChirac #Louvre #MataHari #mosasaurus #MuséeDArchéologieNationale #MuséeDuQuaiBranly #MuséeGuimet #MuséumNationalDHistoireNaturelle #NapoleonIII #Parijs #Zijderoute

Bert Ernste • NL | BRberternste2@mastodon.nl
2023-07-30

Voor 83 duizend miljard euro in het rood: een ontwikkelingsramp dreigt door nieuwe schuldencrisis (De Volkskrant)

‘De helft van de mensheid leeft in landen die nu meer uitgeven aan het aflossen van hun schuld dan aan zorg en onderwijs. Dit is een ontwikkelingsramp.’

volkskrant.nl/nieuws-achtergro

Citaten uit stuk: diasp.nl/posts/3755025

#schulden #schuldencrisis #ontwikkelingslanden #arme_landen #imf #g20 #vn #china #wereldbank #afrika #zijderoute-initiatief #oeso

2023-03-21

Langs de nieuwe zijderoute, een hartverscheurend mooie VPRO documentaire van Jelle Brandt Corstius en Ruben Terlou.
#documentary #documentaire #VPRO #zijderoute #aanrader

vpro.nl/programmas/langs-de-ni

Langs de nieuwe zijderoute, een hartverscheurend mooie VPRO documentaire van Jelle Brandt Corstius en Ruben Terlou.
Jona lenderingJonaLendering
2023-02-01

In de reeks die de volgers van mijn blog zijn begonnen, vandaag de 86e aflevering, die geheel is gewijd aan boeken over , vooral "Life along the Silk Road" van Susan Whitfield.

wp.me/p1HkCZ-la9

2017-01-04

Paarden langs de Zijderoute

Een Han-Chinees en een paard (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Dit is een leuk nieuwtje. Leuk omdat ik niet weet wat ik ermee moet. Het Yin-Shan-gebergte ligt in China en vormt de zuidelijke begrenzing van de Gobiwoestijn. Een van de twee oostelijke takken van de Zijderoute komt erlangs. Het is al tijden bekend dat daar in de Oudheid rotstekeningen zijn gemaakt, waarvan er meer dan 10.000 over zijn.

Nu wordt gemeld dat daar ook afbeeldingen bij zijn van de paardensoort die we Arabieren noemen. Die zijn wat hoogbeniger dan de paarden uit oostelijk Azië, dus je zou je kunnen voorstellen dat er op zo’n rotstekening inderdaad een herkenbaar verschil is. Omgekeerd: het zou ook kunnen gaan om een bepaalde tekenstijl, waarin ledematen wat langer worden weergegeven, en dan wordt voor een Arabier aangezien wat in feite een gewoon Mongools paard is. De enige foto die ik heb gevonden (hierboven) is allesbehalve verhelderend. Ik ga het geloven als op de rotstekeningen twee verschillende soorten paarden zijn afgebeeld.

De ontdekkers van de paardentekeningen claimen, zo lees ik (Google Translate), dat ze zijn gemaakt in 210 v.Chr., toen de Donghu-nomaden (proto-Mongolen die in de Chinese bronnen ook bekend staan als “oostelijke barbaren”) streden tegen een iets verder westelijker levende groep nomaden, de Xiongnu. In het berichtje waarnaar ik in de vorige zin linkte worden die zonder meer gelijkgesteld aan de Hunnen, hoewel dat controversieel is. Hoe dat ook zij, bij die laatste groep had de kroonprins zijn vader vermoord en de Donghu meenden dat ze hun buren nu wel konden onderwerpen, maar werden zelf verslagen.

Een Chinese ruiter (Han-dynastie; Musée Guimet, Parijs)

Het bewijs voor de datering ten tijde van deze oorlog overtuigt mij niet, althans niet als het is gebaseerd op dezelfde informatie die wij in het veel te korte artikeltje toegeworpen krijgen: dat er ruiters zijn afgebeeld met wapenrustingen, leren zadels en stijgbeugels. Een oorlogscontext maakt nog niet een oorlogscontext in 210 v.Chr. en dan heb ik het er nog niet over gehad dat de ingebruikname van de stijgbeugel een van de bekendste puzzels uit de oude geschiedenis is. Ik wijs erop dat in datzelfde jaar 210 v.Chr. keizer Qin Shi Huangdi overleed en dat de ruiters van zijn beroemde terracotta-leger geen stijgbeugels hebben.

Maar even aannemend dat het bij de paarden inderdaad gaat om Arabieren, hebben we hier een leuke aanwijzing voor de verspreiding van die dieren, over de Zijderoute richting China. Het is zeker niet uitgesloten. We weten dat een eeuw later keizer Wu Di (r.141-87) zijn generaal Zhang Qian naar het land van de Perzen (de “westelijke barbaren”) stuurde om daar de beroemde Nisaïsche paarden te kopen.

Als de rotstekeningen zijn wat wordt beweerd, kwamen er dus al eerder westelijke paarden over de Zijderoute naar het oosten. Die op afbeeldingen gebaseerde conclusie sluit heel mooi aan bij het grotendeels op DNA-bewijs gebaseerde beeld dat de laatste jaren aan het ontstaan is en waarover ik al eens blogde: of het nu gaat om de verspreiding van fruitbomen of mensen, er is meer migratie geweest tussen oost en west dan lang is aangenomen.

Dat gezegd zijnde: afgaande op de karige informatie die we krijgen, zou mijn eerste gok zijn dat de rotstekeningen jonger zijn. Die stijgbeugel lijkt me wel een probleem. Die gok laat echter onverlet dat ook als er later Arabieren over de Pamir naar het Verre Oosten zijn gebracht, er opnieuw een aanwijzing is voor de historische gewoonheid van migratie.

#HanDynastie #Hunnen #Mongolen #paard #Pamir #QinShiHuangdi #QinDynastie #WuDi #Xiongnu #ZhangQian #Zijderoute

Client Info

Server: https://mastodon.social
Version: 2025.07
Repository: https://github.com/cyevgeniy/lmst