#galerius

2025-12-06

Nikolaas van Myra, zielzorger

De dood van Nikolaas van Myra (Antivouniotissa-museum, Korfu)

Het is vandaag 1689 of 1688 jaar geleden dat in het Lycische havenstadje Myra de bisschop overleed. Wat deze Nikolaas van Myra  overkwam tijdens zijn hemelvaart, is ronduit spectaculair, maar ik heb het al eens verteld. Vandaag wil ik het hebben over de christelijke gemeenschap die nu op zoek moest naar een nieuwe leider.

Verdeeld en vervolgd

Dat zal een kleine gemeenschap zijn geweest. In de derde eeuw, voordat keizer Constantijn de Grote de christenen tot eenheid dwong, was Christus op allerlei manieren vereerd geweest. Voor de meeste Romeinen – en dus ook voor de bewoners van Myra – was hij een van de vele goden die niet behoorden bij de officiële cultus, maar die je erbij kon nemen als dat je zo uitkwam.

Het staat verder vast dat er in de derde eeuw gelovigen waren die meenden dat als je Christus vereerde, je niet ook andere goden kon vereren. Deze exclusivisten worden in de vakliteratuur wel aangeduid als “proto-orthodox”; de minder radicale vereerders van Christus heten wel “demi-chrétiens”, wat veronderstelt dat alleen de proto-orthodoxen échte gelovigen waren. Dat is nodeloos normatief. Waar het om draait is dat er allerlei vormen van christendom bestonden en dat we niet kunnen weten of de proto-orthodoxe groep die later door de Romeinse overheid zou worden begunstigd, in de derde eeuw al de belangrijkste was. De eigen teksten van de andere groepen zijn immers niet overgeleverd.

Myra zou echter een vreemde havenstad zijn geweest als er niet diverse christelijke groepen waren geweest. Hier legden de Egyptische graanschepen aan – de graanpakhuizen zijn opgegraven – en het is ondenkbaar dat er geen Egyptische ideeën meekwamen: ideeën over een transcendente God die niet de Schepper was, afwijzing van lichamelijkheid, de ambitie godgelijk te worden, een ongemakkelijk gevoel bij de kruisiging van Christus… kortom, opvattingen die ook wel gnostisch zijn genoemd. Tegelijk lag Myra in Anatolië, waar het zogeheten montanisme bestond, een vorm van christendom die het accent legde op het martelaarschap. Voeg een groep toe die sympathiseerde met de joden in de (in 2009 opgegraven) synagoge van Myra, en we hebben, zonder dat we het bewijsmateriaal hebben laten buikspreken, al een stuk of wat soorten christendom.

Ruzies

De in 303 door keizer Diocletianus begonnen vervolging moet haar sporen hebben nagelaten. Er zullen doden zijn gevallen; menigeen zal hebben geofferd aan de oude goden. De verdeelde groepen werden kleiner, als ze al overleefden. In 311 maakte Diocletianus’ opvolger Galerius een einde aan de vervolging, en we kunnen ons de ressentimenten voorstellen tussen christenen die principieel waren geweest en degenen die eieren voor hun geld hadden gekozen. Documentatie voor Myra zelf ontbreekt, maar we weten uit andere delen van het Romeinse Rijk dat de herintegratie van afvalligen (lapsi) een probleem vormde.

Daar kwam het beleid van keizer Licinius nog bij, die na de dood van Galerius besloot de christenen te compenseren voor de vervolging (313). Ik heb al eens verteld hoe dat in Karthago leidde tot een conflict tussen twee bisschoppen die allebei meenden de echte bisschop te zijn en in aanmerking te komen voor het geld. Zoiets speelde niet in elke stad en er is geen aanleiding om ook voor Myra aan een kerkscheuring te denken, maar andere conflicten kunnen er wel zijn geweest. Degene die het geld moest verdelen, moest bijvoorbeeld kiezen tussen herstel van de kerkelijke bezittingen en ondersteuning van families. Je zult maar weduwe zijn geweest, zonder veel bestaanszekerheid, terwijl de bisschop een dure kopiist in dienst nam om een nieuw exemplaar van de Bijbel te maken.

De rol van Nikolaas van Myra

Tot zover de wereld waarin Nikolaas bisschop was. We mogen dan sinds kort een beredeneerd vermoeden hebben over zijn sterfjaar, we weten niet wanneer hij bisschop werd. Als hij lang bisschop is geweest, heeft hij deze problemen meteen na het einde van de vervolging moeten aanpakken; als hij later is gewijd, zal hij de nasleep ervan hebben meegemaakt. Dat zal hem heel wat hoofdbrekens hebben gekost. Hoe kon hij, behorend bij een van de christelijke groepen in Myra, mensen van de andere groepen bereiken en overtuigen?

Het door Constantijn de Grote belegde Concilie van Nikaia schiep duidelijkheid. De proto-orthodoxie werd nu erkend en werd de door de staat gesteunde opvatting. Minimaal vanaf dit moment zal Nikolaas deze opvattingen hebben gedeeld; als hij ervan zou zijn afgeweken, zou hij nooit als orthodoxe heilige zijn erkend. Hij stond na Nikaia ook sterker in de discussie met gnostici en montanisten.

Onze bronnen vermelden geen tegenstellingen binnen Nikolaas’ parochie. Evenmin geven ze aan dat de groep klein was, hoewel de feitelijke groei van het christendom pas net was begonnen. Het ontbreken van deze informatie is logisch. De bronnen zijn meest laat geschreven, toen de triomf van de orthodoxie al compleet was. Nikolaas’ rol als zielzorger interesseerde niemand meer. Maar voor de bisschoppen van zijn generatie moeten de aloude christelijke verdeeldheid en de recente wonden van de vervolging hebben behoord bij de dagelijkse pastorale zorg.

Wat we wel weten is dat de gelovigen bisschop Nikolaas, zoals te doen gebruikelijk, even buiten de stad begroeven. Een klein monumentje zal de plek hebben gemarkeerd. Daar is later de grafkerk gebouwd die tegenwoordig centraal staat in een toeristische mallemolen.

#bisschop #ConstantijnDeGrote #demiChrétiens #Diocletianus #EersteConcilieVanNikaia #exclusivistischeChristenen #Galerius #gnosis #lapsi #Licinius #Lycië #montanisme #Myra #NikolaasVanMyra

2025-12-02

Het einde van Valerianus

Valerianus (Archeologisch museum, Izmir)

Een christen zou zijn vijanden lief moeten hebben, maar een christen is ook maar een mens. Neem Lactantius. Kort nadat keizer Galerius in 311 op zijn doodsbed de christenvervolging had beëindigd en nadat diens opvolger Licinius in 313 de christenen compensatie had beloofd voor de door de vervolging toegebrachte schade, publiceerde Lactantius De dood van de vervolgers, waarin hij in geuren en kleuren beschreef hoe de vervolgers aan hun levenseinde waren gekomen. Galerius’ doodsbed zou één lange martelgang zijn geweest, maar Lactantius’ verslag zegt minder over wat er feitelijk gebeurde dan over wat de auteur de vervolger gunde (namelijk hetzelfde lot als jodenvervolger Antiochos IV Epifanesnoot2 Makkabeeën 9.5-9.).

En dan was er keizer Valerianus, die in 253 aan de macht was gekomen in een rijk dat op dat moment in crisis verkeerde. De inflatie gierde de bocht uit. Er waren diverse opstandelingen. De mijnen waren uitgeput. Een gruwelijke epidemie – vermoedelijk iets dat leek op ebola – had al tienduizenden slachtoffers gemaakt. Barbaarse stammen, zoals de Franken en de Goten, braken door. In het oosten was een nieuwe dynastie opgestaan, de Sassaniden uit Perzië, en die was een stuk agressiever dan de eerdere Arsakiden uit Parthen; koning Shapur had Antiochië al geplunderd. De Romeinse wereld leek gedoemd.

Christenvervolging (of zoiets)

Wat had Valerianus gedaan? In plaats van kiezen voor de christelijke god, wat hij volgens Lactantius had moeten doen, had hij de christenen vervolgd. Dat moest wel verkeerd gaan.

De hedendaagse historicus wijst erop dat het met die vervolging, waarmee de keizer hoopte de relatie met de traditionele Romeinse goden te herstellen, eigenlijk wel is meegevallen. Gewone gelovigen bleven in elk geval buiten schot; alleen senatoren kwamen in de kruisharen, en dan alleen nog senatoren die oordeelden dat je Christus uitsluitend mocht vereren door tegelijk andere goden af te zweren, wat destijds (nog) niet de enige vorm van christendom was. We weten niet zeker hoe ernstig de vervolging was, al zijn in de provincies ook niet-senatoren om het leven gebracht.

Hoe dit alles ook zij: voor Lactantius was Valerianus een van de vervolgers. Zo iemand moest dus akelig aan zijn einde komen.

De ondergang van Valerianus

En jawel. In 260 raakten het Romeinse en het Perzische leger slaags in de omgeving van Edessa (het huidige Sanli Urfa). Shapur versloeg Valerianus en nam hem tijdens onderhandelingen gevangen. Dat klinkt als een schending van de diplomatieke gedragscode, maar vanuit Shapurs perspectief was Valerianus de opvolger van keizer Philippus, die zich aan Shapur had onderworpen – en dus was Valerianus een opstandige vazal, geen zelfstandig heersende keizer. Dit is afgebeeld op het beroemde reliëf in Naqš-e Rustam: Philippus onderwerpt zich aan een te paard gezeten Shapur, die Valerianus bij de hand neemt.

Naqš-e Rustam: terwijl keizer Philippus Arabs zich onderwerpt, neemt de Sassanidische koning Shapur keizer Valerianus gevangen.

Lactantius weet wat de krijgsgevangen keizer overkwam.

Telkens wanneer de Perzische koning Shapur zijn wagen of paard wilde bestijgen, beval hij de Romein zich voorover te buigen en hem zijn rug te bieden. Dan zette hij zijn voet op zijn rug en zei met een schampere lach tegen hem dat dit de werkelijke verhoudingen weergaf.noot Lactantius, De dood van de vervolgers 5.3; vert. G.J.D. Aalders.

En daar bleef het niet bij. De vernedering ging zelfs na Valerianus’ dood verder. Nadat in gevangenschap …

… een eind was gekomen aan zijn leven, werd Valerianus gevild en zijn afgestroopte huid rood geverfd om in de tempel van de goden der barbaren geplaatst te worden ter herinnering aan hun schitterende overwinning, en om aan Romeinse gezanten getoond te worden als waarschuwing een niet te groot vertrouwen te hebben in hun eigen strijdkrachten.noot Lactantius, De dood van de vervolgers 5.6; vert. G.J.D. Aalders.

En zo eindigde Valerianus, althans volgens Lactantius, als een soort opgezet dier. Het zegt vermoedelijk vooral veel over wat de christelijke schrijver, getraumatiseerd door de ingrijpende vervolging door Diocletianus en Galerius, keizer Valerianus gunde.

Tot slot

Dat het verhaal over de opgezette keizer wáár is, is niet helemaal uitgesloten, want opstandelingen werden in de Perzische wereld bij hun executie verminkt. Van de andere kant: een realistische vorst behandelde een krijgsgevangen vorst doorgaans respectvol, omdat zo iemand nog eens teruggestuurd kon worden om een burgeroorlog uit te lokken in het buurland.

De Romeinse brug bij Shushtar

Het uiteindelijke lot van Valerianus is onbekend. We weten daarentegen meer over het lot van zijn soldaten, die werden afgevoerd naar Shustar, waar ze een brug bouwden naar Romeins model, en naar Bishapur, waar ze voor Shapur een nieuwe residentie bouwden.

#CrisisVanDeDerdeEeuw #Edessa #Galerius #Lactantius #Licinius #NaqšERustam #PhilippusArabs #Sassaniden #ShapurI #Valerianus

2024-01-04

Het Rijk van de Sassaniden (1)

Shapur I (Bishapur)

Ik kondigde het al aan: in mijn reeks naar aanleiding van het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, vandaag een stuk over de Sassaniden. Deze dynastie, die vanuit Perzië regeerde over Irak, Iran, Afghanistan en omringende gebieden, speelde een belangrijke rol in wat voor het Romeinse Rijk “de Crisis van de Derde Eeuw” heet. De Sassaniden waren echter meer dan een Angstgegner voor de Romeinen. De periode tussen 224 en 651 is ook te beschouwen als onderdeel van de geschiedenis van Voor-Azië. Een recente studie heet Re-Orientalizing the Sasanians.

De vroege Sassaniden

De naam “Sassaniden” is afgeleid van die van een Anahita-priester genaamd Sassan, die gold als de voorouder van de dynastie. De familie behoorde tot wat De Blois en Van der Spek de “grootgrondbezittende aristocratie van krijgers” noemen. Haar grootgrondbezit was in de omgeving van Firuzabad en Istakhr, dat niet ver ligt van het aloude Persepolis. Deze streek heette Persis, het Perzische kernland. Een van Sassans zonen, Papak, kwam aan het begin van de derde eeuw na Chr. in opstand kwam tegen de wettige heerser van heel Iran, de Parthische koning Artabanos IV.

De overwinning van Ardašir (Salmas)

Tot dan toe was Persis een Parthische vazal geweest, maar Papak en zijn zoon Ardašir wisten rond 224 de onafhankelijkheid te bevechten. In 226 nam Ardašir Ktesifon in, de hoofdstad van het Parthische Rijk. Vervolgens werden de lokale heersers vervangen door leden van de Sassanidische dynastie of andere bondgenoten, en daarmee waren alle Parthische vazallen omgezet in Sassanidische vazallen. Het resultaat was een staat die centraler werd bestuurd.

Er waren ook continuïteiten. Ktesifon bleef de stad waar de koningen werden gekroond en Ardašir aanvaardde de titel van “koning der koningen”, die tot dan toe gebruikt was geweest door de Parthische heerser en – eeuwen daarvoor – door de Achaimenidische heersers.

Rotsreliëf met de investituur van Ardašir (links), die de macht krijgt van Ahuramazda (rechts).

De religie van de Sassaniden

In hun inscripties omschrijven de Sassanidische vorsten zichzelf als “Mazda-aanbiddende koningen”: ze vereerden dus de oppergod Ahuramazda. Koning Ardašir verleende privileges aan de magiërs, de religieuze specialisten van het zoroastrisme, die zo grote politieke macht verwierven. Ze speelden bijvoorbeeld een rol bij de inauguratieceremonie in Ktesifon, fungeerden als rechters en als belastinginners. In de Sassanidische rotsreliëfs zien we vaak “investituurscènes”, waarin Ahuramazda, gezeten op een paard, de macht overdraagt ​​aan een koning.

Deze religieuze ideologie liet aanvankelijk weinig ruimte voor andere ideeën. De profeet Mani (216-276), die had geprobeerd het christendom, het boeddhisme en het zoroastrisme te combineren, belandde in de cel. Toen het Romeinse Rijk, de aartsvijand van het Sassanidische Rijk, steeds christelijker werd, nam in Perzië de vervolging van de christenen toe. Zoals in het Romeinse Rijk het Perzische manicheïsme werd vervolgd, zo zag men in het Sassanidische Rijk christenen als sympathisanten van een buitenlands geloof.

Paleis, Firuzabad

Shapur I

Het conflict met Rome, dat in 231 begon met gevechten aan de Eufraat, escaleerde onder Ardaširs zoon en opvolger Shapur I (r.241-272). Volgens Romeinse bronnen stelden de Sassaniden territoriale eisen: ze zouden het Achaimenidische Rijk willen herstellen en eisten alle Romeinse gebieden in Azië op. Deze claim stemt ruwweg overeen met de titel “koning van Iran en niet-Iran” maar lijkt overdreven. In feite wilde Shapur vermoedelijk vooral de gebieden terugkrijgen die ooit door de Parthen geregeerd waren geweest, waaronder Hatra en Armenië. Toekomstige oorlogen zouden zich dan ook concentreren op de regio langs de bovenloop van de Tigris. Wie deze regio beheerste, beheerste de zuidelijke toegangswegen naar Armenië en kon Romeins Syrië binnenvallen.

Zulke oorlogen waren niet nieuw. Ook de Parthen hadden met Rome gestreden om dit gebied. Het verschil was enerzijds dat de Sassaniden ernaar streefden bufferstaten te annexeren en anderzijds dat de Sassaniden er, zo schrijven De Blois en Van der Spek,

beter dan hun voorgangers in staat waren belastingen te heffen en voorraden te verzamelen en (mede daardoor) grote, sterke legers konden mobiliseren.

Om de sleutelstad Nisibis te bemachtigen, viel Shapur ook delen van Romeins Syrië aan. Toen hij Antiochië had geplunderd, was een Romeinse tegenaanval onvermijdelijk. Keizer Gordianus III viel Mesopotamië binnen en was aanvankelijk succesvol, maar sneuvelde (244). Om zijn leger te behouden moest zijn opvolger, Philippus Arabs, een weinig eervol vredesverdrag sluiten. Met enige  rechtvaardiging beweerde Shapur Philippus op de Romeinse troon te hebben geplaatst. Romeinse krijgsgevangenen werden gedwongen de stad Bishapur te bouwen, waar een rotsreliëf Shapurs triomf herdacht. Soortgelijke reliëfs zijn ook elders te zien.

Mozaïek uit Bishapur (Nationaal Museum, Teheran)

Meer Perzische successen volgden. De Romeinse keizer Valerianus werd niet alleen verslagen, hij werd zelfs gevangengenomen (260). De vernedering, weergegeven op de rotsreliëfs in Bishapur en Naqš-e Rustam, kon niet completer zijn en de gebeurtenis markeert het dieptepunt van Romes Crisis van de Derde Eeuw. Onder de keizers Odaenathus (r.261-267), Carus (r.282-283), Diocletianus (r.284-305) en Galerius (r.293-311) herstelde Rome echter zijn posities. In 298 sloten de Romeinen en de Sassaniden een vredesverdrag waarin de Perzen gebieden in het noorden van Mesopotamië opgaven.

Het oosten

Rome was niet de enige vijand van Sassanidisch Perzië. Shapur viel ook de Kushana’s aan, die regeerden over Gandara (de vallei van de rivier de Kabul) en de Punjab. De Perzen bezetten Peshawar en namen als buit onder meer de bedelnap van Boeddha mee. Die zal nog wel ergens in Bishapur zijn.

Door een Sassanidisch leger opgeworpen belegeingsdam bij Doura Europos. De mijnen, waarin ze gifgassen inzetten, lagen uiteraard onderaards.

De inkomsten van de plundering van Peshawar en Antiochië werden benut om grote stukken voordien ongebruikt land in cultuur te brengen. Er kwamen nieuwe wegen en bruggen. De Sassaniden openden handelsroutes met India en Arabië en ontwikkelden nieuwe banksystemen. Leuk weetje: ons woord cheque gaat terug op een Perzisch woord.

Zo meteen meer.

 [Een overzicht van de blogjes over het handboek oude geschiedenis is hier.]

#ahuramazda #antiochie #ardasirI #artabanosIv #bishapur #boeddha #carus #crisisVanDeDerdeEeuw #deBloisEnVanDerSpek #diocletianus #galerius #gandara #gordianusIii #handboek #hatra #istakhr #ktesifon #kushanas #mani #manicheisme #naqsERustam #nisibis #odaenathus #parthischeRijk #persis #peshawar #philippusArabs #punjab #sassaniden #sassanidischeRotsreliefs #shapurI #valerianus #zoroastrisme

utzer [Friendica]Utzer@social.yl.ms
2023-04-02

Client Info

Server: https://mastodon.social
Version: 2025.07
Repository: https://github.com/cyevgeniy/lmst