#neolithicum

De ArcheoloogDeArcheoloog
2025-12-12

Voor de kust van bij Ile-de-Sein zijn met hulp van -technologie en elf grote stenen van ongeveer 7000 jaar oud uit het gevonden. Een geoloog ontdekte op de plek in 2017 vreemde vormen op de zeebodem, waarna onderzoek volgde. De grootste van de constructies is 120 meter lang en 21 meter breed aan de basis. Ze komen uit een tijd toen de zeespiegel een stuk lager lag. De functie ervan is nog onduidelijk.
nieuwsblad.be/buitenland/prehi

De ArcheoloogDeArcheoloog
2025-12-03

Op de toekomstige nieuwbouwlocatie in start op 8 december . Dit richt zich op restgeulen uit de perioden 2500-1450 v.Chr. (Laat-Neolithicum – ) en 2200-2000 v.Chr. ( Laat-). De oevers van de geulen waren al bewoonbaar vanaf het Laat-Neolithicum.
ad.nl/montfoort/archeologisch-

2025-11-12

Waarom oorlog?

Twaalf Bronstijd-oorlogsgoden, Yazilikaya

Waarom bestaat er eigenlijk zoiets als oorlog? De mens is vanzelfsprekend niet de enige soort die zichzelf te gronde richt. Andere primaten, zoals stokstaartjes en chimpansees, weten er ook wel raad mee, dus het lijkt me geen al te woeste aanname dat agressie diep in ons zit. Het lijkt er bovendien op dat groepsdwang een rol speelt: stokstaartjes vechten als roedels tegen andere roedels. Het gedrag van de vroegste mensen zal dus niet heel anders zijn geweest dan het conflict aan het begin van 2001. A Space Odyssey.

Archeologisch bewijs?

We redeneerden in de vorige alinea vanuit een algemeen biologisch patroon, net zoals we doen als we het hebben over de oorsprong van de menselijke taal. Archeologen hebben echter ook direct bewijs gevonden voor menselijke agressie, zoals kannibalisme in het Paleolithicum, waarbij overigens meestal onduidelijk is of het slachtoffer vooraf werd gedood of dat men zich tegoed deed aan iemand die al overleden was. Verder is er geen enkel bewijs voor collectief geweld. Oorlog is, om zo te zeggen, niet iets waar ze in de Steentijd aan deden.

Een eerste, heel ambigue aanwijzing daarvoor is er in het twaalfde millennium v.Chr. in Jebel Sahaba, in het uiterste noorden van Soedan. Daar zijn de geraamtes ontdekt van negenenvijftig mensen die gewelddadig aan hun einde zijn gekomen. Dat er vervolgens werk is gemaakt van een nette uitvaart, suggereert echter een rituele dood; deze mensen zijn niet gesneuveld in een oorlog, maar lijken meer op mensenoffers.

Sociale ongelijkheid

We krijgen pas onloochenbaar bewijs voor oorlogvoering als we al een flink eind in het Neolithicum zijn gevorderd. Ergens rond 5300 v.Chr. ontstaan er verschillen in huizenbouw en grafrituelen, en die weerspiegelen groeiende ongelijkheid. Anders gezegd, er ontstaan groepen die meer en minder profiteren van wat de samenleving zoals produceert, en daardoor ontstonden er, zoals Adam Smith rond 1776 al wist, diverse klassen, die niet dezelfde belangen hadden. Zo bezien is de geschiedenis van alle sinds 5300 v.Chr. bestaande maatschappijen een geschiedenis van klassenstrijd. Burgeroorlog is ouder dan oorlog.

De vraag is natuurlijk wat daarvan de inzet kan zijn geweest. Waarom streed men? In zijn recente boek Dageraad laat Johan Hendriks diverse theorieën de revue passeren. Ging het om bezit, zoals Karl Marx opperde? Of om gezag, zoals Max Weber schreef? Of moeten we Herbert Marcuse volgen, die de vraag omkeerde en niet het conflict centraal stelde, maar erop wees dat de machtigere klassen de machteloze klassen apaiseerden door ze zicht te laten houden op een betere toekomst? Dat zou voor bijvoorbeeld de Bandkeramiekcultuur

kunnen betekenen dat de bewoners van de grote huizen ook de (mogelijk aan hen ondergeschikte) inwoners van de kleinere huizen voorzagen in hun voedselbehoefte, waardoor ze én afhankelijk én weinig opstandig waren.

Hendriks noemt diverse voorbeelden van archeologisch bewijs voor neolithisch collectief geweld, m.a.w. voor iets dat we als “oorlog” kunnen typeren. Vanaf het moment dat de ongelijkheid toeneemt, heeft er collectieve agressie bestaan, zoveel is duidelijk, maar Hendriks blijft voorzichtig als het gaat om de duiding daarvan. De precieze inzet blijft in het ongewisse en denkelijk was die ook niet altijd dezelfde. Maar toen oorlog eenmaal deel uitmaakte van het menselijk repertoire, werden we er beter in. In de Bronstijd werden de bijlen en messen die we al hadden, aangepast tot strijdbijlen en zwaarden.

Onrobuuste informatie

Terwijl ik dit deel van Hendriks’ boek las, voelde ik het meest voor Marcuses omkering: de wortels van de (burger)oorlog zijn het probleem niet, veel interessanter zijn de mechanismen om conflicten te bedwingen. Bied je tegenstanders perspectief, verdeel ze door de aandacht af te leiden met een (schijn)tegenstander, presenteer de bestaande situatie als de natuurlijke, als de onvermijdbare, als de door de goden gesanctioneerde. De stem van god klinkt nogal eens als die van de heersende klasse.

Dat klinkt allemaal heel logisch, en wie weet was het in het diepe verleden ook wel zo, maar feitelijk projecteren we zo onze eigen ideeën over geweld en heerschappij op de schaarse en ambigue gegevens over de Oudheid. I.D.O.H.Z.O. oorlog – ja, zeker, maar we moeten ons er bewust van zijn dat oudheidkundige data zelden werkelijk robuust zijn. We zullen de vraag naar de herkomst van oorlog op een andere manier moeten beantwoorden dan met het oudheidkundig instrumentarium, en helaas is er voldoende bewijs dat wel voldoende robuust is.

#2001ASpaceOdyssey #adamSmith #bandkeramiek #herbertMarcuse #iDOHZO #jebelSahaba #johanHendriks #kannibalisme #karlMarx #klassenstrijd #maxWeber #mensenoffer #neolithicum #oorlog #paleolithicum #soedan

2011-10-15

Sie bauten die ersten Tempel

Göbekli Tepe

Ik blogde al eens over mijn bezoekjes aan Göbekli Tepe bij Sanli Urfa in Zuidoost-Turkije. Het gaat om een belangrijke opgraving uit het vroege, voor-keramische Neolithicum. Wát er nu eigenlijk is opgegraven, is eigenlijk niet helemaal duidelijk, hoewel opgraver Klaus Schmidt er vrij zeker van is dat de plek een religieuze functie heeft gehad. In zijn aardige, mooi geïllustreerde boek Sie bauten die ersten Tempel biedt hij veel informatie.

Het zit goed in elkaar. In het eerste hoofdstuk legt hij uit hoe de vindplaats werd geïdentificeerd. Dat is een aardig verhaal, want de plek was al enkele tientallen jaren bekend. De echte vinder zag enkele grote stenen echter aan voor een islamitische begraafplaats, en begreep daardoor het belang niet. Schmidt, die profiteerde van de resultaten van de opgravingen bij Çatalhöyük, Çayönü, Nevali Çori en Gürcütepe die sinds de eerste ontdekking waren gedaan, was de eerste die wél begreep hoe enorm belangrijk Göbekli Tepe (“buikheuvel”) in feite was.

Het tweede hoofdstuk behandelt de ontdekking van de Steentijd, vanaf het moment waarop archeologen zich voor het eerst realiseerden dat er een tijd was geweest waarin mensen voorwerpen van steen hadden, tot op de huidige dag. Dit is een zeldzaam boeiend en nuttig hoofdstuk, want Schmidt kan allerlei jargontermen en onderzoeksvragen uitleggen.

Het derde en langste hoofdstuk bestaat uit een gedetailleerde beschrijving van de vondsten. De vijf ovale ruimtes worden beschreven en elk van de stenen pijlers krijgt uitvoerige aandacht. Deze pijlers representeren menselijke figuren, misschien voorouders, en waren gedecoreerd met allerlei dierenfiguren. Wellicht is dit hoofdstukj iets té gedetailleerd, maar Schmidt doet er goed aan beschrijving en interpretatie gescheiden te houden.

Het vierde hoofdstuk gaat over de interpretatie. Schmidt vergelijkt Göbekli Tepe met enkele andere plaatsen, zonder zich werkelijk aan een bepaalde uitleg te committeren. Toch was ik onder de indruk van het bewijs dat hij biedt dat een bepaalde afbeelding geen struisvogels voorstelt, maar mensen die dansen als struisvogels. Ik vond het ook aardig te lezen dat de dierenafbeeldingen in feite een soort symbolische taal waren, hoewel Schmidt veel te voorzichtig is om zich daarop werkelijk vast te leggen. Zijn conclusie is vooral negatief: hij is er zeker van dat deze dieren geen jachtbuit voorstellen. Niemand wil immers spinnen of slangen vangen.

Roofdier uit Enclosure C; Museum Sanli Urfa

In het vijfde hoofdstuk reconstrueert Schmidt de bouw van het monument. Een groot aantal jagers en verzamelaars moet hierbij betrokken zijn geweest, wa bewijst dat men heel, heel goed georganiseerd moet zijn geweest. De druk van 2007, twee jaar na de eerste editie, besluit met een extra hoofdstuk, waarin Schmidt enkele nieuwe vondsten en verdere gedachten presenteert.

Wat ik leuk vond aan Sie bauten die ersten Tempel is dat het wetenschappelijk onderzoek presenteert als de puzzel die het feitelijk is, en de lezer een beeld biedt van de wijze waarop kennis tot stand komt. Er is alle ruimte voor twijfel en doodlopende wegen worden niet genegeerd. Zo geeft Schmidt aan dat veel dieren op het punt lijken te staan om iets of iemand aan te vallen, maar het is totaal onduidelijk wat er te verdedigen valt. Hij noemt het gebouw een tempel, maar erkent meteen dat hij in feite wat twijfels heeft over de juistheid van die naam. Dit is de manier waarop een echte onderzoeker denkt, vol zelfkritiek. Een boek, kortom, dat u als de bliksem moet gaan lezen.

#GöbekliTepe #KlausSchmidt #Neolithicum #PrekeramischNeolithicum #Steentijd #Turkije

Roofdier uit Enclosure C; Museum Sanli Urfa
2024-10-17

Het oudste brood

Brood bakken, met een methode die millennia oud is

Een van de belangrijkste opgravingen in Turkije is Çatalhöyük, dat je mag typeren als een heel groot dorp uit het Neolithicum, ergens tussen 7500 en 6400 v.Chr. Misschien mag je het, met zo’n 700 bewoners, wel een stadje noemen. De mensen woonden in vrij grote huizen, die nog geen deuren hadden, en waarin je met een ladder afdaalde.

Het aardigste is dat de diverse bewoningslagen tonen dat de mensen beter werden in de landbouw. In de jongste strata is waarneembaar dat de bewoners hun vaardigheden aan het aanscherpen waren. Soms op manieren waarvan hedendaagse boeren denken “dat klopt”, en soms op manieren waarvan je weet “dat zal niet veel hebben geholpen”, zoals wanneer ze in de graanbakken beeldjes legden van beschermgodinnen. Die zullen de muizen niet hebben weggehouden. Een kat zou dat beter hebben gedaan. Maar die talismans zijn natuurlijk ook leuk.

Een andere verbetering was dat men zich eerst aanleerde dat je graan kon pletten en vermengen met melk. Warme pap maakten de bewoners al, en ze brachten die op smaak met kruiden en zaden, maar ergens rond 6600 v.Chr. zijn ze het mengsel gaan bakken. Dat weten archeologen sinds een half jaar: toen maakten ze bekend dat de mensen van Çatalhöyük iets bakten van tarwe en/of gerst, waar ze blijkbaar erwtenzaad doorheen deden als smaakmaker. Aanwijzingen voor het gebruik van gist zijn er niet, maar ook ongedesemd brood is brood. En de opgravers van Çatalhöyük waren maar wat trots dat ze het oudste brood ter wereld in handen hadden – ouder dan het oudste gerstebrood uit Egypte.

Dat Çatalhöyükse brood leek nog niet op het onze. Het had meer van een pannenkoek, vervaardigd door het deeg te leggen op een hete steen (zie de foto hierboven). Zo ontstond iets dat leek op het brood dat in het Arabisch markouk wordt genoemd. Er zijn ook andere namen. In Libanon heb ik het weleens horen aanduiden als pain phénicien, want Libanezen zijn helemaal niet nationalistisch.

Later ontstonden echte broodovens en begon men ook gist toe te voegen. (Ik heb geen zin om uit te zoeken wanneer dit precies is gebeurd.) De hoge broodvormen die we kennen uit Pompeii, tonen dat er gist moet zijn gebruikt. Bij het gisten komt alcohol vrij, dat echter door de hitte verdampt, en dat is maar goed ook, want anders zou je tipsy worden van overmatige broodconsumptie. De islamitische geleerde Abu Roham heeft verklaard dat als brood halal is, ook kaasfondue halal moet zijn.

Enfin. Als dit blogje online gaat is het ochtend en zit u te ontbijten met een boterhammetje. Geniet ervan. Brood is een van de voedzaamste levensmiddelen die we hebben. En als u zelf aan de gang wil, is er het Historisch Bakboek Brood van Eet!Verleden.

#AbuRoham #alcohol #Çatalhöyük #bakker #brood #EetVerleden #gist #landbouw #Neolithicum #talisman

2025-10-09

Çatalhöyük

Reconstructie van een huis uit Çatalhöyük (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

Ik ben er twee keer in de buurt geweest, maar steeds op weg naar iets anders: Çatalhöyük, een van de beroemdste archeologische opgravingen ter wereld. Het is een tell: een plek waar mensen lange tijd hebben gewoond, steeds op de resten van een eerdere nederzetting. Het klassieke voorbeeld is Troje, waar archeologen vele tientallen bewoningslagen boven elkaar hebben gevonden. Steeds als zo’n nederzetting was verwoest, keerden mensen terug om er nieuwe woningen te bouwen. Aangezien niemand voor z’n plezier op ’n ruïne of tussen de geblakerde resten van een oude boerderij gaat wonen, moet er een reden zijn, en inderdaad liggen de meeste tells op vruchtbare gronden, bij een handelsweg of allebei. En als die heuvel maar hoog genoeg was, was ze om een extra reden interessant: zo’n plek was veilig.

Çatalhöyük

De tell van Çatalhöyük, bewoond tussen pakweg 7100 en 5700 v.Chr., was uiteindelijk tweeëntwintig meter hoog. In zijn boek Dageraad, waarover ik het al had, schrijft Johan Hendriks: zeventien meter, en wellicht is dat waar, ik weet het niet, ik ben er immers niet geweest. Feit is: er zijn achttien bewoningslagen, en in de oudste fase bestond de nederzetting uit zo’n tweehonderd woonhuizen. Men had 9000 jaar geleden de deur nog niet uitgevonden, dus je moest vanaf het dak met een ladder in je woonst afdalen. Hierboven ziet u zo’n huis: een haard, wat lage banken langs de beschilderde muren, soms een opslagkamertje, en een decoratie van dierenschedels en -klauwen.

Moedergodin? (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

Men verbouwde gerst en tarwe, en men maakte, zoals ik al eens beschreef, een vroege vorm van brood. Ook kenden de bewoners van Çatalhöyük de teelt van erwten, amandelen en pistache, alsmede diverse soorten fruit. De van everzwijnentanden vervaardigde vishaakjes documenteren zowel jacht als visserij. Het schaap was al gedomesticeerd, schelpen bewijzen handelscontacten met de kust en – heel interessant – er zijn zegels van klei: het was in Çatalhöyük blijkbaar noodzakelijk het bezit van individuen of groepen af te bakenen. De deur kenden ze nog niet, maar het eigendom was uitgevonden.

Religie?

In een volgende fase, die zo rond 6400 v.Chr. begint en samenvalt met het begin van het tijdvak dat klimatologen Greenlandiaan noemen, vinden we beeldjes, zoals het beroemde sculptuurtje van een vrouw op een troon. Omdat ze wordt geflankeerd door wilde dieren, is een verband gelegd met de latere Anatolische moedergodinnen, zoals Kybele, die eveneens zo wordt afgebeeld. Van Neolithicum naar IJzertijd is echter nogal een sprong, dus ik voor mij zou zo’n millennia overspannende continuïteit niet zomaar aannemen. Misschien is zo’n beeldje inderdaad religieus te duiden, maar Hendriks wijst er terecht op dat er geen aanwijzingen zijn voor een cultus met priesters.

Toch: in ruwweg dezelfde tijd vinden we ook in Ain Ghazal (niet ver van Amman in Jordanië) aanwijzingen voor ideeën die wij als religieus zouden bestempelen. Men maakte gipsen beelden, waarover ik al eens eerder schreef, die mogelijk overleden voorouders voorstelden.

Muurschildering uit Çatalhöyük (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

Was die vrouw op die troon, waren die gipsen beelden uitingen van religie? Dat is een kwestie van definitie. Het probleem is feitelijk dat er geen antiek equivalent is voor wat wij religie noemen; er was geen scherpe grens tussen natuurlijk en bovennatuurlijk, om de doodeenvoudige reden dat men geen natuurwetten kende, en dus niet kon aangeven wat de natuurlijke gang van zaken was en wat bovennatuurlijk was. Er was feitelijk geen aspect van het leven dat niet religieus was, en dat betekent dat we voorzichtig moeten zijn als we bijvoorbeeld een muurschildering of beeldje interpreteren als religieus. Daarmee introduceren we onze notie dat zoiets anders was dan het alledaagse, terwijl het dat nou net niet was.

Çatalhöyük en Ain Ghazal raakten overigens tegelijkertijd in verval, zo rond 6000, met daarna nog een diminuendo. Archeologen houden het er in beide gevallen op dat de bodem uitgeput was.

Sculptuur uit Çatalhöyük en Ain Ghazal.

Tot slot

Nog twee afrondende opmerkingen. Çatalhöyük is werelderfgoed, maar ook al is deze prehistorische site inderdaad heel belangrijk, de term is inmiddels wel heel erg gedevalueerd. Met plaatsen als de Notre-Dame in Parijs en de moskee van Córdoba behoudt elke bezoeker een levenslange, vertrouwelijke band; iedereen die de Notre-Dame ooit bezocht, was geschokt door de brand. Zulke monumenten mogen met recht wereldwijd erfgoed heten. Later op de werelderfgoedlijst geplaatste zaken roepen echter minder sterke sentimenten op, en in die zin is wat ooit een goed idee was, zijn doel overschoten.

Tweede opmerking: ik ken Johan Hendriks helemaal niet, dus ik schrijf over zijn boek omdat ik het de moeite waard vind, en niet (zoals iemand insinueerde) omdat ik een vriend een zetje in de rug wil geven. Maar hij is vanmiddag tussen 12:45 en 13:00 uur even te beluisteren op Radio 1 in een programma dat De Nieuws BV heet.

#AinGhazal #akkerbouw #Çatalhöyük #brood #handel #jacht #JohanHendriks #Kybele #moedergodin #Neolithicum #tell #Turkije #visserij #werelderfgoed

De ArcheoloogDeArcheoloog
2025-08-26

In het Gelderse hebben archeologen een ontdekt met vijf die bij grafheuvels hoorden en crematieresten uit mogelijk de midden- (ca. 500-250 v.Chr.). Daarnaast vonden ze in één van de kringgreppels een rechthoekige kuil uit het late met resten van een zogenaamde touwbeker (ca. 2500-2300 v.Chr.).
rtv794.nl/grafveld-gevonden-bi

De ArcheoloogDeArcheoloog
2025-07-03

Bij in Zuid- hebben resten van een boerderij uit het opgegraven. Op basis van de analyse van een graankorrel kon de boerderij tussen 3624 en 3509 v. Chr. worden gedateerd. (afbeelding: © Archeo3D/Marit van den Hof)
archive.ph/KHmDy

2025-05-01

Prehistorisch China

Laat-Neolithisch aardewerk uit China (Musée Guimet, Parijs)

Deze blog gaat over de antieke wereld, dus de periode tussen pak ’m beet 3000 v.Chr. en 650 na Chr. De chronologische afbakening is simpel: daarvóór hebben we vooral archeologische bewijsmateriaal, daarna hebben we voldoende geschreven bronnen om te komen tot werkelijke geschiedschrijving. In de westelijke periferie ligt de einddatum iets later, maar voor het economisch, stedelijk en cultureel zwaartepunt van de antieke wereld, het oostelijk bekken van de Middellandse Zee, vormt het jaar 650 een mooi eindpunt.

De geografische grens is minder scherp. Daarom besteed ik ook regelmatig aandacht aan de Sao– en de Nok-culturen in subsaharaal Afrika en aan de culturen van Centraal-Eurazië. De Zijderoute is een fijn thema. Zo af en toe komt dus China in beeld, zoals bij de Romeinse beschrijving van het Zijdeland en de Chinese beschrijving van de staat Dà Qín, maar ik heb nooit een echt blogje gewijd aan het Verre Oosten. Een poging dus, met een kritische paragraaf aan het einde.

De Prehistorie van China

Eerst maar dit: het antieke China (“Inner China”) was zes, zeven keer zo groot als het huidige Frankrijk en daarom is het eigenlijk wat raar om het te hebben over “het” antieke China. Feitelijk was het een verzameling antieke culturen, gesitueerd in de oostelijke helft van het huidige China. De regio bestaat uit de bassins van twee naar het oosten stromende rivieren, de Huang Ho ofwel Gele Rivier in het noorden en de Jangtse ofwel Blauwe Rivier in het zuiden. De Gele Rivier stroomt door een gebied dat bestaat uit vruchtbare lössbodems.

Laat-Neolithisch aardewerk (Mariemont, Morlanwelz)

De eerste sporen van landbouw, ergens rond 12.000 v.Chr., lijken te zijn aangetroffen in de regio ten noorden van de Blauwe Rivier. Rijst en gierst werden verbouwd vanaf het negende millennium, varkens en honden werden gedomesticeerd en het eerste beschilderde aardewerk werd zo rond 5000 v.Chr. vervaardigd. In deze periode, het Neolithicum, groeiden de sociale tegenstellingen: de elite is herkenbaar aan de aanwezigheid van jade in de graven. En zijde! Het beroemde product werd vervaardigd vanaf pakweg 4000 v.Chr.

En zoals je zou verwachten: vanaf het moment waarop kapitaal circuleerde, zijn er ook sporen van geweld. Er moeten er vorsten zijn geweest die leiding gaven aan grote groepen arbeiders, waaronder de eerste metaalwerkers. De bronstechniek lijkt ergens rond 3000 v.Chr. te zijn overgenomen van de Centraal-Aziatische nomaden: dat is tegelijk met de opkomst van het brons in de Levant, en dus een mooi voorbeeld van de wijze waarop Centraal-Eurazië ook werkelijk het centrum was van Eurazië.

Bronstijd

Na de klimaatomslag rond 2200 v.Chr., het 4,2 ka BP event waarover ik vaker heb geschreven, begint een periode die weleens wordt aangeduid als die van de Xia-dynastie. De latere Chinese teksten – die ik niet heb gelezen – presenteren de vorsten als een soort halfgoden die de overstromingen van de rivieren leren beheersen en de akkerbouw beschermen. Westerse geleerden typeren de verhalen als mythisch, Chinese geleerden denken weleens aan een reële zondvloed, en associëren de Xia-dynastie met een bronstijdcultuur in de regio Henan, aan de Gele Rivier. Die lijkt een politieke organisatie te hebben gekend die niet onverenigbaar is met de legenden.

Orakelbot (Shang-dynastie; Musée Guimet, Parijs)

De volgende dynastie heet Shang of Yin, en nam de macht over rond 1750 of 1600 v.Chr. (ik lees het allebei). Ze duurde tot 1040 v.Chr. en de negenentwintig met naam bekende vorsten beheersten een groter gebied dan alleen Henan: de hele benedenloop van de Gele Rivier en ook stukken van de Blauwe Rivier. In deze periode brak het schrift echt door, wat de administratie natuurlijk vereenvoudigde. Ik begrijp dat er discussie bestaat over de rol van sjamanisme.

De Zhou-dynastie begon als vazal van de Shang-heersers, maakte zich onafhankelijk en nam rond 1040 de macht over. Om deze machtsovername te rechtvaardigen, riepen ze het “hemels mandaat” in: het idee dat als het slecht gaat, dat komt doordat de vorst niet voldoende deugdzaam is, zijn legitimatie verliest, waarna een andere leider met toestemming van de hemel de macht overneemt, en voorspoed brengt zolang hij deugdzaam is – tot ook de nieuwe dynastie corrumpeert. De geschiedenis is zo een cyclus; in Mesopotamië bestonden soortgelijke opvattingen.

De Zhou-vorsten hadden twee hoofdsteden, Chang’an en Luoyang, en breidden hun macht geleidelijk uit over grote delen van de Chinese wereld. Wie daar buiten woonde, gold als barbaar – een ander nieuw concept.

Hert (Zhou-dynastie; Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

IJzertijd

Inmiddels begon men voorwerpen van ijzer te maken: een nieuwe uit Centraal-Azië afkomstige techniek. Wanneer je de IJzertijd laat beginnen, is een beetje een definitiekwestie. Ga je uit van de eerste ijzeren voorwerpen, dan kom je bij 1000 v.Chr.; gietijzer was gangbaar rond 600 en staal rond 400 v.Chr.

Het wezenlijk nieuwe van ijzer is dat het een democratisch metaal is: het is overal te vinden. Brons veronderstelt koper en tin, en dus langeafstandshandel, en omdat de investeringen aanzienlijk zijn, kan alleen het hof de handel financieren. De opkomst van ijzer betekent het einde van dit monopolie en het ontstaan van kleinere staten. Dat is in China niet anders dan in de Levant, waar rond het midden van de achtste eeuw de centrale Zhou-overheid concurrentie krijgt van ruim 150 kleinere staten. Feitelijk waren de feodale heren net zo machtig als de koning. Deze fase uit de Chinese geschiedenis staat bekend als de Periode van Lente en Herfst, vernoemd naar de Lente- en herfstannalen, een hofkroniek van een van die deelrijken. Het gaat om de jaren 722 tot en met 481.

Bronzen vat (Musée Guimet, Parijs)

Het was een tijd van urbanisatie – alweer een parallel met de Levant en de Mediterrane wereld. Ook de grote Chinese filosofische stelsels wortelen in deze tijd: Lao Tse, Sun Tzu en Confucius leefden rond 500 v.Chr., Mo Zi (Micius) leefde iets later.

[wordt vervolgd]

#42KaBPEvent #akkerbouw #BlauweRivier #Bronstijd #ChangAn #Confucius #GeleRivier #HemelsMandaat #IJzertijd #jade #LaoTse #Luoyang #MoZi #Neolithicum #PeriodeVanLenteEnHerfst #ShangDynastie #SunTzu #XiaDynastie #ZhouDynastie #zijde
2025-04-05

Faits divers (35)

Uit het geplunderde museum in Soedan.

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer slecht en goed nieuws.

Roof

Eerst slecht nieuws: zoals bekend woedt in Soedan, het antieke Nubië, een burgeroorlog. Een paar dagen geleden heroverde het leger delen van Khartoum op de rebellen, en daarbij is het Nationaal Museum voor de tweede keer geplunderd. Het doet wat denken aan de plunderingen in de Egyptische stad Malawi en in het nationaal museum in Bagdad, waarvan bekend is dat kunsthandelaren in de stad aanwezig waren om zorg te dragen voor een snelle heling.

Maar er is over roof ook goed nieuws. Het museum van Bagdad kreeg vorige maand zo’n 27.000 voorwerpen terug. En in Nimrud, in 2014 aangevallen door de zogenaamd Islamitische Staat, zijn 35.000 voorwerpen terug. Ik weet niet precies wat de getallen betekenen, maar het is altijd beter dan dat het weg blijft.

Prehistorie

Een van de eerste metalen die de mensheid leerde gebruiken, is het koper. Andere metalen, zoals goud, volgden wat later. We noemen het millennium voor de Bronstijd ook wel het Chalcolithicum, wat letterlijk Kopersteentijd betekent maar ook wel wordt vertaald als de Kopertijd. Traditioneel gingen archeologen ervan uit dat de ontwikkeling van de landbouw, de vaste woonplaatsen en het aardewerk hand in hand gingen, en alledrie waren verondersteld voor de ontwikkeling van de metaaltechniek. Dat idee is al een tijd geleden opgegeven: in de Levant en noordelijk Mesopotamië heeft al vroeg landbouw bestaan zonder aardewerk en in Egypte waren boeren zonder boerderijen. We spreken nu meer van neolithiseringsprocessen dan van het ontstaan van “het” Neolithicum.

Als ik dit artikel over een opgraving in het Turkse deel van Mesopotamië goed begrijp, is zelfs neolithisering geen vereiste meer en hadden jagers en verzamelaars al belangstelling voor koperbewerking. Ik ben te weinig met het specialisme vertrouwd om het bericht te kunnen beoordelen, maar het verraste me.

Nu we toch zijn beland in onderzoek naar de aanloop naar de Oudheid, is ook dit berichtje leuk: er is DNA-materiaal gevonden dat toebehoorde aan de mensen die in de Sahara woonden voordat deze uitdroogde. Zeg maar de makers van de reliëfs aan de Wadi Mathendous en andere woestijnkunst.

Slechte journalistiek

Uit Israël, uiteraard. Het Bijbelboek Koningen vermeldt een ontmoeting, ergens rond 610 v.Chr., tussen koning Josia van Juda en farao Necho II.

Tijdens de regering van Josia trok farao Necho, de koning van Egypte, naar de Eufraat op om zich bij de koning van Assyrië te voegen. Koning Josia ging de farao tegemoet, maar toen ze elkaar in Megiddo troffen, werd hij door hem gedood.noot 2 Koningen 23.29; NBV21.

De auteur van 2 Kronieken, die drie eeuwen later het boek Koningen navertelt, voegt een complete veldslag toe.

Josia trok zich niet terug, maar verkleedde zich om met Necho slag te leveren. Hij … ging in de vlakte van Megiddo tot de aanval over. Hij werd door boogschutters geraakt en riep toen zijn dienaren toe: “Haal me hier weg, ik ben zwaargewond.” Zijn dienaren haalden hem van zijn strijdwagen, legden hem op zijn andere wagen en brachten hem naar Jeruzalem. Daar stierf hij, en hij werd bij zijn voorouders begraven.noot 2 Kronieken 35.22-24; NBV21.

Deze passage geldt als elimineerbaar: omdat Kronieken is afgeleid van Koningen, is de toegevoegde informatie afkomstig van een latere bewerker. De historiciteit van de veldslag is dus weliswaar niet helemáál uitgesloten, maar wel kwestieus. Evengoed hebben archeologen nu bewijs gevonden voor een hypothetische veldslag. Of het klopt, daarover valt een boom op te zetten, maar dat Megiddo wordt aangeduid met de apocalyptische naam Armageddon, is ronduit hysterisch. Dit is gewoon slechte journalistiek, maar ja, het is oudheidkunde.

Petitie

De instorting van de oudheidkundige instellingen, geïnitieerd in de jaren tachtig, gaat door. Dus maar weer eens een petitie, minder dan twee weken na de petitie voor oude geschiedenis in Cardiff, namelijk voor het behoud van het Grieks aan de Zwitserse gymnasia.

Eerdere petities waren er voor

Dit zijn dus alleen maar oudheidkundige instellingen waarvoor petities zijn opgesteld. Gelukkig helpen ze zo nu en dan. Grieks bleef als schoolvak behouden in Vlaanderen en ook het museum in Ermelo bestaat nog. Maar het zou natuurlijk fijn zijn als classici opkwamen voor archeologische instituten en archeologen voor het behoud van de klassieken. Zó moeilijk is het nou ook weer niet.

Meer faits divers

Tot slot nog vier dingen die niets met elkaar hebben te maken maar die ik nog even kwijt wil. Deze rubriek heet immers faits divers. Primo, Romeinse opgravingen: een mogelijk door de Goten verwoeste nederzetting aan de Beneden-Donau en een massagraf bij Wenen, dat een Romeinse nederlaag uit de eerste eeuw na Chr. documenteert.

Secondo, het enige geïllustreerde Ilias-manuscript uit de Oudheid.

Terzo, het Rijksmuseum van Oudheden is op donderdagavond geopend en er zijn leuke evenementen. Wat maar weer bewijst dat er voldoende publieke vraag is naar oudheidkundige informatie.

Quarto, een vraag die heel vaak – een kwart van de gevallen – wordt gesteld, gaat over “hoe weten wetenschappers wat ze weten?” Dat is een vraag waarop archeologische musea schandalig weinig antwoord geven, terwijl journalisten niet lijken te weten hoe groot deze belangstelling is. Over de mismatch tussen de publieke vraag en het museale/journalistieke aanbod spreek ik aanstaande woensdagavond in Deventer – meer informatie daar.

#2Koningen #Bagdad #BenedenDonauLimes #Chalcolithicum #eliminatie #FaitsDivers #Ilias #Israël #Josia #Khartoum #koper #Kronieken #Malawi #Megiddo #Mesopotamië #NationaalMuseumVanIrak #NationaalMuseumVanSoedan #NechoII #Neolithicum #neolithisering #Nimrud #petitie #RijksmuseumVanOudheden #Sahara #Soedan #Turkije #WadiMathendous #Wenen #woestijnkunst

De ArcheoloogDeArcheoloog
2025-03-25

Volgens archeologen zijn -verzamelaars in het de Straat van Gibraltar overgestoken naar Noord-Afrika. Dit zou blijken uit de vondst van 9 skeletten in , en .
bladna.nl/archeologen-ongeloof

De ArcheoloogDeArcheoloog
2025-03-13

Uit de resultaten van grondboringen die zijn gedaan tijdens een rond de Sint- in Gent in 2022 blijkt de lange geschiedenis van die plek. De eerste mensen kwamen er in het rond 3500 jaar v.Chr. en het gebied werd waarschijnlijk in de rond 1000 v.Chr. bedekt met een dikke laag stuifzand. In de tijd verscheen er de eerste . Deze groeide vanaf de 10e eeuw uit tot de stad .
msn.com/nl-be/nieuws/other/uni

De ArcheoloogDeArcheoloog
2025-02-26

Deense archeologen hebben in het dorpje Aars in een met een diameter van zo’n 30 meter gevonden, die bestaat uit ongeveer 45 houten die ongeveer twee meter van elkaar zijn geplaatst. Volgens een eerste schatting komt de palencirkel uit het late (ongeveer 2000 v.Chr.).
hln.be/wetenschap/zo-n-ontdekk

De ArcheoloogDeArcheoloog
2025-02-21

Bij de in vanwege de nieuwbouwwijk Geestwater hebben de een uit het gevonden (zie de link voor een filmpje). Eerder vonden ze er al resten van een boerderij, een akkertje en gebruiksvoorwerpen. Mogelijk was hier tussen 2000 en 3000 jaar v. Chr. een kleine agrarische nederzetting.
bollenstreekomroep.nl/prehisto

De ArcheoloogDeArcheoloog
2025-01-31

hebben bij graafwerkzaamheden op de plek van de nieuwe woonwijk in vondsten uit de nieuwe steentijd () gedaan, waarschijnlijk uit de perode 3800-2000 v.Chr. Het gaat om sporen van houten huizen, een stenen , fragmenten van en (vis)bot en scherven.
blikoplisse.nl/item/22330-unie

De ArcheoloogDeArcheoloog
2025-01-08

In de zomer van 2022 hebben in in Vlaanderen een jachtkuil voor groot wild opgegraven. De kuil heeft een inhoud van 2 kubieke meter en is 6000 jaar oud. Het is de eerste uit het in die zo gedetailleerd beschreven kon worden.
vrt.be/vrtnws/nl/2025/01/08/ar

De ArcheoloogDeArcheoloog
2024-11-06

De ' van koning ' in Bodmin Moor, is vijf keer ouder dan gedacht. Uit nieuw onderzoek blijkt dat de hal niet uit de komt, maar uit het , uit de periode 3000-3500 v.Chr.
bbc.com/news/articles/cj3mrryz

De ArcheoloogDeArcheoloog
2024-10-24

Een uit een Gallo-Romeins dat in de jaren 70 in in België werd opgegraven, blijkt te bestaan uit botten van minstens 7 verschillende mensen die geen familie waren. Wat deze nog ingewikkelder maakt, is dat het grootste deel van de botten uit het komt, maar dat de schedel uit de tijd stamt. De oplossing van dit complexe raadsel laat voorlopig nog wel even op zich wachten.
vrt.be/vrtnws/nl/2024/10/24/pu

De ArcheoloogDeArcheoloog
2024-10-11

Bij de herinrichting van de , en de komende jaren gaat ook onderzoek plaatsvinden. Tijdens vooronderzoek zijn al sporen uit het , de tijd en de gevonden.
vrt.be/vrtnws/nl/2024/10/09/ar

Client Info

Server: https://mastodon.social
Version: 2025.07
Repository: https://github.com/cyevgeniy/lmst