#lichaamssappen

2026-02-10

Ziryab

Monumentje voor Ziryab, Córdoba

Toen ik eens keek naar een documentaire over het Apolloproject viel me op dat de geleerden die ervoor zorgden dat de mensheid de maan bereikte, meest mannen overigens, allemaal witte overhemden droegen. Toen ben ook ik witte overhemden gaan dragen. Wat ik maar zeggen wil: je hebt smaakmakers en smaakvolgers. En dat was vroeger ook zo. Neem Abu al-Hasan ‘Ali ibn Nafi (789-857), bijgenaamd Ziryab, wat een zangvogel is.

Ziryab speelde de oud (een luit zonder fretten) aan het hof van de Abbasidische kalief Harun ar-Rashid. Op zeker moment – wellicht nadat het Kalifaat van Bagdad in 806 te maken kreeg met een opstand die overging in een conflict tussen Haruns opvolgers – reisde Ziryab af naar het westen. Via het hof van de Aghlabidische emir van Kairouan (in Tunesië) bereikte hij in 822 Córdoba, waar hij in dienst trad van emir Abd ar-Rahman II (r.822-852). Daar gold hij niet alleen als de grootmeester op de oud, maar ook als arbiter elegantiae: hij zette de toon op velerlei gebied.

Muzikale vernieuwing

Om te beginnen de muziek: hij introduceerde in het westen een nieuw model plectrum én de oud met een extra paar snaren. De vier gangbare paren kregen elk een andere kleur, die de vier lichaamssappen moesten symboliseren, waarbij het vijfde snarenpaar stond voor de ziel. Het was niet voor het eerst en het zou niet voor het laatst zijn dat iemand muziek presenteerde als iets dat groter was dan melodisch en ritmisch geluid.

Maar het ging verder. Ziryab richtte een muziekschool op, een van de eerste in het Emiraat van Córdoba, waar hij zijn leerlingen de laatste (Abbasidische) nieuwigheden bijbracht op het gebied van de muziek. Hij kwam immers uit Bagdad en was via Kairouan gekomen naar Córdoba. Hij nam niet alleen mannelijke, maar ook vrouwelijke leerlingen aan. Daar zat overigens geen feministische agenda achter: vrouwenstemmen waren populair, dus je kon maar het beste zorgen voor goed onderricht.

Cultureel advies

En omdat een musicus er toch een beetje netjes uit moest zien, gaf Ziryab ook advies voor elegante kleding: in de winter anders dan in de zomer, en een onderscheid tussen dagelijks tenue en avondkleding. Hij suggereerde combinaties van heldere kleuren en om er zeker van te zijn dat die de lichaamsgeur niet opnamen, introduceerde hij ook de deodorant. De tandpasta ook, trouwens, en shampoo. Niet langer wasten aristocraten het haar met rozenwater, maar ze benutten zout water vol geurstoffen. Ik begrijp dat dit inderdaad beter is.

Ziryab suggereerde dat de oude kapsels, waarbij de scheiding middenin lag en het haar in twee vlechten over de slapen afhing, werden vervangen door een pony met op het achterhoofd een matje – zoals hij in Bagdad had gezien.

Al deze adviezen hadden overigens een parallel in het culturele programma van de oude Grieken en Romeinen. Wie in het openbaar optrad, moest ervoor zorgen dat hij zich geloofwaardig presenteerde. En dus moest zo iemand er verzorgd uitzien.

Een oud-speler

Ziryab wist veel over de laatste ontwikkelingen in de Arabische poëzie, over geschiedenis, over wetenschap. En over haute cuisine. Hij adviseerde om niet alle gerechten in één keer op tafel te plaatsen, maar in gangen, zodat je voor elk gerecht de tijd kon nemen: eerst een lichte soep, dan een hoofdgerecht, tot slot een zoet toetje. Een en ander diende gegeten te worden van aardewerk, niet van zilveren of gouden borden, en kon worden geserveerd op een tafelkleed – nog iets nieuws. Tot de nieuwe gerechten behoorden de asperge, maar ook combinaties van ingrediënten die in West-Europa nog nooit waren beproefd. (Dit was belangrijker dan je zou denken, want men meende dat gezondheid samenhing met de balans tussen de vier lichaamssappen.)

Ik zou haast het schaak- en het polospel nog vergeten: een invloed uit het verre Perzië. Maar eigenlijk draait het niet om die eindeloze lijst culturele veranderingen. Wat feitelijk gebeurde, was de groei van een hofcultuur, die door Ziryabs leerlingen werd verspreid over de Maghreb en de rest van het Iberische Schiereiland. En vanuit Asturië gingen deze innovaties naar de rest van West-Europa.

Kwam het allemaal door één man? Zeker niet. Wat vermoedelijk speelde was dat de bewoners van het Emiraat van Córdoba gebruiken en gewoontes overnamen uit het Abbasidische kalifaat van Bagdad, en Ziryab zal een van de velen zijn geweest die de mensen in het westen vertelden over wat gangbaar was in het oosten.

De ulama

Dát het gebeurde, staat vast. We weten bijvoorbeeld dat aan de aristocratische hoven wijn voortaan werd geschonken in bekers van glas of kristal, die de oude bekers van zilver en goud vervingen: het archeologisch bewijs is duidelijk. Iets minder duidelijk is welke wijn de mensen dronken: de Koran verbiedt druivenwijn, maar zegt niets over dadelwijn, die dus was toegestaan. Later waren er schriftgeleerden die ook dadelwijn niet acceptabel vonden. De interpretatierichting van de tekst is naar grotere strengheid.

En daarmee kom ik op een ander aspect van de invloed die het Abbasiedenkalifaat uitoefende op de westelijke landen: er kwamen ook schriftgeleerden, ulama. De druk op christenen in het Emiraat van Córdoba nam toe, want er kwamen meer en striktere regels voor de “volken van het boek” (dhimmis). Processies en klokgebeier werden aan banden gelegd en er kwamen beperkingen: christenen mochten bepaalde wapens niet meer dragen en konden niet elk rijdier meer benutten – regels die toonden dat ze tweederangsburgers waren. Vervolgens werden de nieuwe regels niet toegepast, maar de sfeer was aan het veranderen: het Emiraat werd in de loop van de negende eeuw hoofser, zelfverzekerder, islamitischer en minder tolerant.

#Abbasiden #AbdAlRahmanIIVanCórdoba #Aghlabiden #dhimmi #emiraatVanCórdoba #hofcultuur #interpretatierichting #Kairouan #KalifaatVanBagdad #lichaamssappen #muziek #schaken #ulama #wijn #Ziryab
2024-10-24

Aderlaten

Kommen voor bij het aderlaten (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Een van de voor ons wat lastig navoelbare aspecten van de antieke wereld was het idee dat de gezondheid van een patiënt samenhing met zijn vochthuishouding. Men herkende vier humores ofwel lichaamssappen: bloed, gele gal, zwarte gal, slijm. Ze correspondeerden met de vier elementen (lucht, water, aarde, vuur), met de vier jaargetijden en met vier soorten temperamenten. Wie bijvoorbeeld wat meer zwarte gal had dan gele gal, bloed en slijm, zou een zwartgallig karakter hebben.

De auteur van een aan de arts Hippokrates van Kos (460-377 v.Chr.) toegeschreven tekst legt uit:

  • mensen die wat meer rood bloed hebben zijn vriendelijk, maken grapjes, zijn rooskleurig, ja een beetje rood, en hebben een mooie huid;
  • mensen met gele gal zijn bitter, opvliegend en moedig, zien er wat groenachtig uit en hebben een gelige huid;
  • zwartgallige mensen zijn lui, angstig en ziekelijk, hebben donker haar en donkere ogen;
  • mensen met veel slijm zijn neerslachtig, vergeetachtig en hebben wit haar.

Deze wonderlijke vorm van psychologie leeft in zoverre voort dat we mensen nog steeds sanguïnistisch (bloedrijk), cholerisch (geelgallig), melancholiek (zwartgallig) en flegmatisch (slijmerig) kunnen noemen – hoewel de woorden inmiddels wel iets anders betekenen.

Medische behandelingen konden gericht zijn op de balans tussen de lichaamssappen. Zo gold purgeren, het kunstmatig opwekken van ontlasting om zo vocht aan het lichaam te onttrekken, als een manier om het lichaam van kwalijke sappen te reinigen en een evenwicht te herstellen. Ik zeg er even bij dat er geen bewijs is dat deze methode op een of andere manier effectief is, al ben ik natuurlijk geen arts. Desondanks zou ik toch de wonderolie maar laten wat ze is.

Een vergelijkbare techniek was het aderlaten, waarbij de arts de patiënt verwondde en liet bloeden. De doorbloeding kon worden bevorderd met zuignappen. Als ik me goed herinner, vertelt de encyclopedist Plinius de Oudere ergens dat artsen ook bloedzuigers voor medische doeleinden inzetten. Hoe purgeren en aderlaten wél iemands lichaamssappen in evenwicht brachten maar niet zijn temperament veranderden, is een van de raadselen der antieke geneeskunst.

De bovenstaande kommen, afkomstig uit Priëne en tegenwoordig te zien in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel, zijn bedoeld geweest om het bloed op te vangen; de vloeistof kon worden benut om geneesmiddelen te bereiden. Ze zijn van brons, maar we kennen ook exemplaren van been of edelmetaal. Sommige artsen zijn op grafstèles afgebeeld met nappen en zulke kommen, wat suggereert dat ze golden als symbolisch voor de beroepsgroep.

Nog in de negentiende eeuw namen artsen patiënten op deze wijze bloed af. Een triest voorbeeld is Lord Byron, die naar Griekenland ging om de Grieken te helpen in hun onafhankelijkheidsstrijd. Begin 1824 werd hij echter ziek en hij verzwakte door een aderlating alleen maar verder. Toen hij – eerder ondanks dan dankzij de ingreep – iets herstelde, werd hij echter verkouden, waarop de artsen hem opnieuw bloed afnamen, zodat hij verder verzwakte en bezweek.

[Dit was het 469e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#aderlating #geneeskunde #hippokratesVanKos #lichaamssappen #lordByron #pliniusDeOudere #priene #vierElementen

Client Info

Server: https://mastodon.social
Version: 2025.07
Repository: https://github.com/cyevgeniy/lmst