#antiochie

2026-03-05

De Maronitische Wereldkroniek (5) Justinianus

Justinianus (Louvre, Parijs)

[Dit is het vijfde van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

839 SE. ≡ okt.527/sept.528

Justinianus regeerde vanaf het jaar 839 alleen over het Romeinse Rijk.
In dit jaar, op 29 oktober, vond er een aardbeving plaats, waarbij sommige plaatsen in de buurt van Antiochië werden verwoest. Bij deze aardbeving stortte Laodikeia in Syrië in. Deze aardbeving vond plaats op vrijdag om elf uur ’s ochtends.

Commentaar
Mogelijk is dit een doublure met de aardbeving in Antiochië die in het vorige blogje werd genoemd.

840 SE. ≡ okt.528/sept.529

En in het jaar 840 verscheen er een leider …….
……
In deze tijd kwam het bevel van de keizer aan alle heidenen die onder het bewind van de Romeinen stonden ……
……
Wat betreft Rome en Italië, toen de barbaren die in het verleden … een grote strijd leverden en daarna … werden ze sterk en hielden ze …… en het gebied kwam weer onder het bestuur van de Romeinen.

Commentaar
Dit is allemaal wat lacuneus, maar er gebeurt veel. Het woord dat als “leider” wordt weergeven in deze Nederlandse vertaling van een recente Engelse vertaling van de middeleeuwse Arabische vertaling van het Aramese origineel, keert straks terug en verwijst naar een Arabier. Het is Al-Harith ibn Jabalah, die in 529 door keizer Justinianus werd aangesteld als “koning van alle Arabieren”. Hij moest met zijn Ghasanidische Arabieren de oostelijke provincies beschermen tegen Al-Mundhir III ibn al-Numan, de leider van de Lakhmidische Arabieren, die streden voor de Perzische Sassaniden. Al-Harith was wel christelijk, maar verleende steun aan de monofysieten.

Het hoofdkwartier van Al-Harith ibn Jabalah in Resafa

Het bevel aan de heidenen lijkt te verwijzen naar de maatregelen die Justinianus nam tegen niet-christelijke geloofspraktijken, zoals de sluiting van de Academie in Athene.

De laatste passage verwijst naar Belisarius’ campagne tegen de Vandalen in Karthago en de Ostrogoten in Italië. Beide gebieden maakten na 536 weer deel uit van het keizerrijk.

In de winter van 535/536 (847 volgens de Seleukidische Era) barstte ergens op het noordelijk halfrond een vulkaan uit. Auteurs als Prokopios en Cassiodorus verwijzen naar het gebrek aan licht en ook de auteur van de Maronitische Wereldkroniek weet ervan. Hij vermeldt even verderop, onder het jaar 853 SE, ook de uitbraak van de Justiniaanse Epidemie, die is te identificeren met de Pest.

847 SE. ≡ okt.535/sept.536

…… het licht was zwak, zodat velen vanwege de ernst van deze gebeurtenis …… In de zomer van dat jaar was zicht onmogelijk.
……
… het land van Syrië en Palestina.
……
…… dat op Theodoros en op degenen die met hem waren rustte, en vanwege hen ontstonden niet geringe kerkelijke twisten.

Commentaar
Het laatste verwijst naar de Driekapittelstrijd. In een poging de monofysieten weer voor de staatskerk te winnen en zo de kerkelijke eenheid te herstellen, veroordeelde Justinianus het oeuvre van enkele eerdere theologen. De poging had weinig succes.

853 SE. ≡ okt.541/sept.542

In het jaar 853 was er een epidemie die “algemeen” werd genoemd. Ze arriveerde eerst vanuit het binnenland, en verspreidde zich naar het westen en oosten, en ook naar het noorden, en ze bleef zich gedurende een periode van drie jaar verspreiden. Ondertussen was de oorlog met de Perzen nog steeds aan de gang.

In het eerste jaar van die strijd, terwijl de leider van de Arabieren in het land van de Romeinen was, was op 19 november een groot wonderbaarlijk teken gezien, vergelijkbaar met een zwaard in de hemel,noot Een allusie aan Jeremia 34, waarin honger en epidemie in één adem worden genoemd met het zwaard. en het was de hele winter zichtbaar gebleven, en de verschijning was van west naar oost gegaan, en was blijven draaien en veranderen in alle richtingen, vergelijkbaar met de epidemie die erop volgde.

Het was duidelijk dat het verwees naar de gebeurtenissen die aan dit teken voorafgingen, met de ontberingen gedurende de periode van epidemie en strijd, en als zodanig was ook de ommekeer daarvan.

Commentaar
Dit lijkt te verwijzen naar de komeet die bekendstaat als C/539W1, maar het is een terugverwijzing naar het eerste jaar van het conflict, naar de winter van 539/540. De komeet is uit diverse bronnen bekend en de meteorenzwerm die wij rond 3 en 4 januari zien, de Boötiden, is een erfenis van deze komeet.

Decoratie van een kerk uit Edessa (Archeologisch museum, Sanli Urfa)

855 SE. ≡ okt.543/sept.544

Tijdens de strijd in het jaar 855 belegerde de koning van de Perzen de stad Edessa in Mesopotamië, die door de rechterhand van God werd beschermd.

863 SE. ≡ okt.551/sept.552

Ook in het jaar 863 was er een epidemie onder de runderen en waren de mensen in rouw. Er was in het bekende verleden nooit iets dergelijks geweest, noch in oude tijden, noch in de recente jaren, en het leek op de pest die onder de mensen rondging en het land overspoelde.

In deze tijd en in deze jaren heerste er onrust in de steden en raakten alle mensen bezorgd, zowel de … als de leiders. Het was niet meer zoals vroeger, toen een stad enkele dagen in rep en roer verkeerde maar er uiteindelijk wel overeenstemming werd bereikt. Het hele land van de Romeinen verkeerde nu aan alle kanten in rep en roer. Grote angst en schade maakte zich van velen meester, want de rampen die de steden troffen die ooit in staat waren geweest vijanden af te weren, namen niet af.

Commentaar
Er is hier geen lacune. Dit zou wel de plek zijn geweest om het Tweede Concilie van Constantinopel te vermelden, waar Justinianus de bisschoppen dwong zijn standpunt in de Driekapittelstrijd over te nemen.

Een achttiende-eeuwse weergave van het Tweede Concilie van Constantinopel (553).

865 SE. ≡ okt.553/sept.554

En in het jaar 865 was er een aardbeving op vrijdag 31 juli om elf uur ’s ochtends, en na zeven dagen was er opnieuw een aardbeving, en het waren twee grote aardbevingen, en steden aan de kust van de zee stortten in en veel dorpen in de buurt stortten in tijdens deze twee grote aardbevingen. Ook op andere plaatsen in steden en dorpen vielen er gewonden als gevolg van deze twee aardbevingen. Vanaf de eerste dag van de aardbeving bleef de aarde voortdurend in beweging, en de bewegingen en intensiteit ervan kalmeerden niet, en het bleef vele dagen lang zo lichtjes beven.

Commentaar

In de jaren tussen 550 en 555 zijn diverse grote aardschokken bekend; mogelijk verwijst de samensteller van de Maronitische Wereldkroniek naar de aardbeving die ook door de zesde-eeuwse auteurs Johannes Malalas en Agathias wordt vermeld. Die zou hebben plaatsgevonden op 15 augustus. Omdat er diverse schokken waren, hoeft de uiteenlopende datum geen probleem te zijn. 31 juli was overigens geen vrijdag, en de hieronder genoemde 13 juni was een donderdag.

In dit jaar, op zaterdag 13 juni, vocht Al-Mundhir, de koning van de Arabieren … (?) tegen de Romeinen.

Commentaar
Verwijzing naar de slag bij Yawm Halima in juni 554. De pro-Byzantijnse leider van de Ghassaniden, Al-Harith ibn Jabalah, versloeg Al-Mundhir, de leider van de pro-Perzische Lakhmidische Arabieren. Laatstgenoemde kwam om het leven.

En al deze ellende in de wereld vond plaats in hun tijd. Daarop volgde onrust in de kerk, evenals de grote verwarring en scheuring die plaatsvond in de kloosters en die begon in de dagen van Anastasius en almaar voort duurde. Onze tijd is inderdaad de ergste, want de moeilijkheden volgen elkaar op zoals de dagen van het jaar.

Commentaar
Dit verwijst opnieuw naar de discussies tussen de aanhangers van de staatskerk en de monofysieten in de oostelijke provincies. Justinianus had tijdens het Tweede Concilie van Constantinopel de aanwezigen gedwongen het keizerlijke standpunt in de Driekapittelstrijd over te nemen. De problemen ten tijde van keizer Anastasius I zijn vermeld onder het jaar 823 SE.

Hieronder is sprake van een profetie van Daniël; bedoeld is Daniël 9, waarin de geschiedenis van de mensheid wordt gepresenteerd als een verzameling van periodes van zeven jaar. De ‘Ajamieten zijn in de onderstaande passage Babyloniërs.

In deze tijd werden ook de Joden – de vijanden van het kruis – bang, omdat zij de jaarweken die door de profeet Daniël worden genoemd tellen vanaf het moment waarop Titus Jeruzalem verwoestte. Het aantal van zeventig jaarweken, 490 jaar dus, zou immers worden voltooid in het jaar 870 sinds het begin van de Griekse jaartelling. Toen een heilige engel sprak van de eerste verwoesting, had hij het weliswaar over de verwoesting door de ‘Ajamieten, maar in hun domheid schreven de Joden dit toe aan die latere verwoesting, die door de Romeinen. Toen de tijd die zij verwachtten naderde en zelfs aanbrak, en niets van wat zij vermoeden ook werkelijk gebeurde, begonnen zij hun valse verwachting te minachten en te veronachtzamen.

867 SE. ≡ okt.555/sept.556

In het jaar 867 legden de inwoners van de stad Constantinopel de keizer …… Justinianus.
……
…… al zijn slaven en gingen naar de bijeenkomst. Toen alle mensen bijeen waren, stuurde Belisarius zijn slaven en stak de Grote Kerk in brand. Toen het gerucht zich in de stad verspreidde, haastten alle mensen zich naar de kerk en lieten de nieuwe keizer achter die ze hadden aangesteld. Daarop versloeg Belisarius Hypatius en doodde hem
……
…… die hij Sofia noemde.

Commentaar
Dit ziet eruit als een flashback. Er gebeurde iets wat niet helemaal duidelijk is en dat de chroniqueur doet besluiten te vertellen over het Nika-oproer in januari 532, waarbij generaal Belisarius een door het volk van Constantinopel tot keizer uitgeroepen Hypatius uit de weg ruimde. De slotopmerking kan alleen verwijzen naar het instorten van de Hagia Sofia in 558 na Chr.

875 SE. ≡ okt.563/sept.564

In het jaar 875, …… de Paulisten. Hij zei altijd dat … niet in zijn innerlijk voelde en onveranderlijk was, net als die … – degenen van Julianus. Wat de bisschoppen betreft, zij maakten zijn … en vroegen de keizer daarover. Toen hij dat niet accepteerde …… stuurde hij hem naar hen toe en smeekte hen om hem antwoord te geven.

Commentaar
Ik vermoed dat dit een verwijzing is naar de aanhangers van een monofysitische leider Paulus, maar ik weet niet welke.

Justinianus (Musée des Beaux-Arts, Lyon)

Toen heel het oosten in deze toestand verkeerde, stierf keizer Justinianus in zijn negenendertigste regeringsjaar. Toen regeerde Justinus II, zijn neef. Hij maakte een einde aan deze smerige onrust.

Keizer Justinianus voerde zijn voornemens uit … de waardigheid van het recht, maar hij overtrof alle voorafgaande keizers door zijn grote deugden, en hij verwierf extra grandeur door zijn eigen karakter, door een brede, stralende ambitie en door overvloedige genade. Ook stichtte hij grote kerken en sterke kastelen in de steden in zijn rijk. Hij had groot respect voor het christendom en bracht vele volkeren tot het geloof in Christus. Hij was erop gebrand de kerkscheuring te beëindigen en spande zich in om iedereen te verzoenen en tot eendracht te brengen. Met al zijn correcte manieren die voor iedereen … waren en alle orde was hij …. Hij disciplineerde zijn … in de ijver van de vroomheid jegens God. Door kerkelijke leerstellingen werd hij door velen … aangestoken.

Als iemand nadenkt over de beste vergelijking tussen wat er vóór hem was en wat er na hem was, dan zal hij constateren dat Justinianus de grootste vroomheid en gerechtigheid van het voortreffelijke christendom bezat, niet alleen die van het keizerschap, maar ook die van de glorieuze kerk. Ik heb het over buitensporige kennis en begrip, en de gave om van tevoren te weten wat er gaat gebeuren, en de kracht om wonderen te verrichten. En ik heb het verder over het gebruik van genegenheid, en de ijver van de vroomheid jegens God die in alle vormen en alle mate de gelovigen in vuur en vlam zette.

Deze deugden verspreidden zich vanouds onder de kinderen van de kerk, en in de dagen van Constantijn, de zegevierende keizer, werden ze buitengewoon sterk en daarna verspreidden ze zich verder. Tot het einde van de heerschappij van Justinianus zette de verbreiding van de straal van rechtschapenheid zich voort. Maar sindsdien begon het beetje bij beetje af te nemen, het nam met de dag af, en … werd zwak …. Maar glorie zij aan de enige Kenner, die alles tot het einde van de tijd overziet.

[Wordt morgen vervolgd]

#aardbeving #AdrianPirtea #Agathias #AlHarithIbnJabalah #AlMundhirIIIIbnAlNuman #AlexHourani #AnastasiusI #Antiochië #Belisarius #bronnenuitgave #Cassiodorus #Constantinopel #Daniël #Driekapittelstrijd #Ghassaniden #JohannesMalalas #JustiniaanseEpidemie #Justinianus #JustinusII #komeet #Lakhmiden #Laodikeia #MaronitischeWereldkroniek #monofysieten #NikaOproer #Ostrogoten #Prokopios #SeleukidischeEra #TweedeConcilieVanConstantinopel #Vandalen #vulkaan
2026-03-05

De Maronitische Wereldkroniek (4) Ariadne

Keizer Leo I (Louvre, Parijs)

[Dit is het vierde van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Dit keer de tijd van 457 tot en met 527 na Chr., toen de keizers Leo I, Zeno I, Anastasius I en Justinus I regeerden over de Romeinse wereld. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

769 SE. ≡ okt.457/sept.458

Tijdens het bewind van Leo vond in het jaar 769 op zondagochtend 14 maart een aardbeving plaats, en viel …

Commentaar

Deze aardbeving wordt ook vermeld in andere bronnen. De Antiocheense auteur Euagrios Scholastikos dateert de ramp op de vooravond van zondag 14 september 458,noot Evagrios, Kerkgeschiedenis 2.12. een datum die ook werkelijk kan bestaan. De samensteller van de Maronitische Wereldkroniek heeft twee dateringssystemen verward, zoals in deze periode wel vaker gebeurde. In de lacune die volgt op bovenstaand zinnetje moet het jaar 770 SE hebben gestaan: Simeon de Styliet overleed op 2 september 459.

En in dit jaar ontsliep de heilige Simeon.
……
…… zij gehoorzaamde hen en … een lange tijd tot aan het bewind van keizer Justinianus …… Leo regeerde zeventien jaar.

Commentaar
De lacuneuze tekst lijkt te verwijzen naar Ariadne, die in 467 door haar vader Leo I (r.457-474) werd uitgehuwelijkt aan Zeno I (r.474-491) en die, na het overlijden van deze echtgenoot, trouwde met Anastasius I (r.491-518).

Keizerin Ariadne (Capitolijnse Musea, Rome)

Keizerin Ariadne zorgde zo dus voor bestuurlijke continuïteit, al was de troonsbestijging van Zenon niet onomstreden. Ik heb eerder geblogd over de opstand van Basiliscus, wiens naam de samensteller van de Maronitische Wereldkroniek niet vermeldt. Zijn opstand vond plaats in 475-476.

Na hem regeerde Zeno, en tijdens zijn bewind kwam een rebel in opstand tegen Zeno. Deze werd korte tijd uit zijn ambt gezet, waarna de rebel werd gedood en Zeno aan de macht bleef …

7…9 Sel. ≡ okt.477/sept.478

En in het jaar 7…9 was er een grote hongersnood. En ook in het jaar 7… …

Commentaar
Dit kan alleen slaan op het jaar 789 in de Seleukidische Era (ofwel 477/478). Theoretisch kan ook 799 (ofwel 487/488), maar omdat het volgende jaar eveneens begint met een 7, is dat heel onwaarschijnlijk: het zou betekenen dat hetzelfde jaar tweemaal werd genoemd.

Keizer Zeno I (Bode-Museum, Berlijn)

Hierop volgt een lacune waarin zal hebben gestaan dat Ariadne in 802 (ofwel april 491) trouwde met Anastasius en hem keizer maakte. De volgende passage zou betrekking kunnen hebben op de oorlog die het Byzantijnse Rijk tussen 502 en 505 voerde met het Perzische Rijk.

…… hun heerschappij, omdat zij in vroegere tijden de omliggende landen plunderden, gevangenen namen en verwoestingen aanrichtten, en … onder het bewind van de Romeinen …… en ze bereikten de landen van het Oosten …… en soms vielen ze de steden aan.
……
…… de Romeinen …… de twee koningen … de strijd tussen de twee legers veroorzaakte grote schade.

6000 AM ≡ 19 Anastasius ≡ okt.508/sept.509

In de loop van het negentiende jaar van Anastasius werd het zesde millennium voltooid.

Commentaar
Zoals gebruikelijk hanteert de chroniqueur 25 maart 5493 v.Chr. als het moment van de schepping.

In deze periode verschenen Romanos Melodos en Jacobus van Serugh als leraren. Romanus verbleef in de stad Emesa en componeerde in het Grieks hymnen op basis van verschillende melodieën en psalmen, terwijl Jacob in Mesopotamië verschillende preken schreef in het Syrisch.

823 SE. ≡ okt.511/sept.512

In het jaar 823 vond er op 29 juni om 12 uur ’s middags een zonsverduistering plaats, en het bleef een uur lang donker.

Commentaar
Hierop volgt een beschrijving van een nieuwe fase in het conflict tussen de staatskerk en de monofysieten. Het conflict tussen Proterios, de patriarch van Alexandrië van 451 tot 457, en Timotheos II, moet behandeld zijn geweest in de lacune die ik aan het einde van mijn vorige blogje aanwees.

Keizer Anastasius I (Bode-Museum, Berlijn)

In deze periode heerste er grote onrust in de kerken en werden veel kloosters verscheurd en verdeeld, teruggaand op de onrust in Alexandrië vanwege de al eerder genoemde Proterios en Timotheos. Dit slechte zuurdeeg was weliswaar begraven, maar was in het geheim bij sommige mensen gaan groeien, en begon zich in deze periode weer te manifesteren. Het vond een voedingsbodem bij sommige monniken en bisschoppen en zelfs bij de keizer.
Nu maakten ze hun verborgen bedoelingen openbaar en begonnen ze dezelfde vuile, smerige daden in de kerken te verrichten. Iedereen, zelfs ongeletterden, kon onderricht geven! En zulke dingen gebeurden ook in de gebieden buiten het Romeinse Rijk.
De leiders van dit kwaad waren in deze periode Severus en Xenaias, de een onder de Grieken en de ander onder de Syriërs. Zij … deze dwaling. De onrust in de kerken hield aan tot de dood van keizer Anastasius. Daarna keerde de vrede terug in de kerken dankzij de keizer die na hem op de troon kwam, maar de kloosters bleven verscheurd, het schisma groeide verder en het breidt zich uit tot op de dag van vandaag.
Anastasius regeerde zevenentwintig jaar. Daarna volgde Justinus hem op de troon op.
Na een tijdje stierf de gezegende Jakob, de leraar van de Syriërs, en ook de zalige Romanos, die onder de Grieken was, was al een tijdje geleden gestorven. Sindsdien verdwenen onderwijs en kennis uit de kerken, en ook had niemand nog de ambitie om zichzelf tot volmaaktheid te scholen.

831 SE. ≡ okt.519/sept.520

In het jaar 831 was er veel sneeuw en kou, en het was vermengd met ijs, en overdag zag je de sneeuw vallen. Degenen die er de desondanks voorkeur aan gaven om te jagen … en alle bomen werden van boven tot onder beschadigd, en dit … werd gevolgd door vele …
Na dit jaar … regen. De planten op aarde verdroogden, zowel gewassen als olijven, en er waren andere ontberingen. Hierdoor ontstond er grote dorst, en vanwege de moeilijkheden die dit alles met zich meebracht, heerste er grote onrust onder de mensen.
Daar kwam nog een andere plaag bij: sprinkhanen. Het lijden van dit alles duurde zes jaar lang.

837 SE. ≡ okt.525/sept.526

Toen, in het jaar 837, op vrijdag 29 mei, was er een aardbeving in het achtste uur van de dag, en dit ook tijdens de nacht van deze dag, en Antiochië, de stad in Syrië, werd verwoest, en de meeste van haar inwoners raakten gewond, en daarmee ook Seleukeia, dat aan de kust ligt … in deze tijd.

Commentaar
De aardbeving vond feitelijk plaats op een woensdag.

Justinus I en Justinianus (Staatliche Münzsammlung, München)

Justinus regeerde negen jaar en nam zijn neef Justinianus aan als mederegent, en toen hij samen met hem negen maanden had geregeerd, stierf hij, zodat de totale duur van zijn regering een kleine tien jaar bedroeg.

[Wordt vanmiddag vervolgd]

#aardbeving #AdrianPirtea #AlexHourani #Alexandrië #AnastasiusI #Antiochië #AriadneKeizerin #bronnenuitgave #EuagriosScholastikos #JacobusVanSerugh #kloosterleven #LeoIDeThraciër #MaronitischeWereldkroniek #monofysieten #Proterios #RomanosMelodos #Sassaniden #SeleukeiaInPieria #SeleukidischeEra #SeverusVanAntiochië #SimeonDeStyliet #sprinkhaan #TimotheosII #Xenaias #ZenoI
2025-08-06

Ptolemaios III Euergetes in Babylon

Ptolemaios III Euergetes (Hessisches Landesmuseum, Kassel)

Oudheidkunde is de wetenschap van de dataschaarste. De meeste informatie uit de Oudheid is immers verloren. Aan de hand van een biologische parallel waarover ik het nog eens hebben zal, kunnen we vaststellen dat ongeveer 5% van alle antieke teksten over is. Je kunt de situatie dus vergelijken met vijf puzzelstukjes van een puzzel van honderd stukjes. En wat is het dus geweldig als er een zesde stukje blijkt te zijn. Daarom zijn bronpublicaties zo belangrijk: inscripties, papyri, kleitabletten. Waarbij ik meteen aanteken dat de publicatie van teksten (of archeologische vondsten) op zichzelf vanzelfsprekend geen wetenschap is; dataverwerving is geen wetenschap maar slechts een voorwaarde voor wetenschap.

Bronnenuitgave

Tot het materiaal dat de afgelopen kwart eeuw is ontsloten, behoren enkele Babylonische kronieken uit de hellenistische periode. Ik noemde de publicatie al eens eerder, ruim twee maanden geleden: Babylonian Chronographic Texts from the Hellenistic Period van de Nederlandse oudheidkundige Bert van der Spek (met een heel team van coauteurs, medewerkers en anderen). Het gaat om tweeëntwintig teksten met beschrijvingen van de gebeurtenissen die voor de stad Babylon belangrijk waren; alles bij elkaar ruim 160 bladzijden met de Babylonische tekst, een Engelse vertaling en commentaar. Daarnaast zo’n 850 pagina’s met de Astronomische Dagboeken die de basis vormen voor de in de kronieken samengevatte informatie. Het boek is zo zwaar als een baksteen.

Babylonian Chronographic Texts from the Hellenistic Period bevat ook nog zestig bladzijden met uitleg van het genre, van de conventies waarmee een spijkerschrifttekst wordt uitgegeven, van de chronologie en wat dies meer zij. Oudheidkundigen hebben geen enkel excuus om het boek niet te raadplegen – en ik maak dat punt met enige nadruk omdat oudheidkundigen met belangstelling voor het hellenisme zich meestal beperken tot de Griekssprekende wereld, terwijl spijkerschriftspecialisten ophouden als de Perzen komen. De Routledge History of the Ancient World, een vrij gerenommeerde reeks handboeken, laat het hellenisme in het Nabije Oosten simpelweg onbehandeld.

Vijf van de honderd puzzelstukjes zijn er, en dan komt er een zesde bij. Dat is op zich al leuk, maar het is natuurlijk nog leuker als het stukje ergens bij aansluit. Dan ontstaan verbanden, dan zijn we dus (per definitie) aan het verklaren en wordt het wetenschap. En dat is het geval met de Ptolemaios III-kroniek. Het klapstuk uit de collectie.

Seleukos II Kallinikos (Staatliches Münzkabinett, München)

De situatie

Wat was er aan de hand? In de zomer van 246 v.Chr. scheidde de Seleukidische koning Antiochos II Theos van zijn tweede echtgenote, Berenike, de dochter van de kort daarvoor overleden Ptolemaïsche koning Ptolemaios II Filadelfos. Anders gezegd: de pro-Egyptische hoffactie in het Seleukidische Rijk raakte uit de gratie, en een andere factie won aan invloed. Dat was de factie van Antiochos’ eerste echtgenote, Laodike. Zo’n volte-face was sowieso een ingrijpende beleidswisseling, maar het werd een ramp omdat koning Antiochos meteen daarna overleed.

Nu waren er twee koninginnen, elk met steun aan het hof, elk met steun in diverse buitenlanden.

  • Enerzijds was daar Laodike, de moeder van de meteen als koning erkende Seleukos II;
  • anderzijds was er Berenike, met een minderjarige zoon Antiochos.

Haar factie stond er slecht voor, maar omdat de echtscheiding zo recent was, verbleef zij nog in de hoofdstad Antiochië, terwijl de nieuwe koning Seleukos en zijn moeder Laodike ergens in het huidige Turkije verbleven. Dat bood kansen aan de aanhangers van Berenike: haar broer Ptolemaios III Euergetes, pas enkele maanden aan de macht, besloot te interveniëren.

Seleukeia

In september lanceerde hij een aanval op het Seleukidische Rijk. Zonder problemen landde hij in Seleukeia, de haven van Antiochië, waar hij enthousiast werd ontvangen. Dat lezen we althans in de papyrus die bekendstaat als FGrH 160, en het kan natuurlijk propaganda zijn. In elk geval had koning Ptolemaios zich meester gemaakt van het centrum van het Seleukidische Rijk. Zijn zus Berenike was echter zo onverstandig om in dit moment van triomf haar paleis te verlaten en werd prompt vermoord.

Oorlog

Een Egyptische inscriptie die zeker propagandistisch is, vermeldt nu:

Nadat Ptolemaios meester was geworden van het hele gebied aan deze kant van de Eufraat … stak hij de rivier over en onderwierp hij Mesopotamië, Babylonië, Sousiana, Persis, Medië en al het andere land tot Baktrië aan toe.noot OGIS 54.

Dat is ongeloofwaardig, niet alleen omdat het bizar is dat een Egyptisch leger zou kunnen oprukken door Irak en Iran tot aan het grensgebied van Afghanistan en Oezbekistan, maar ook omdat het niet in onze voornaamste andere bron staat: Appianus. Zoals de trouwe lezers van deze blog weten is hij de enige geschiedschrijver uit de Oudheid met een wetenschappelijk te noemen causaliteitsbegrip. Alleen begint hij zijn zeer korte beschrijving met iets wat vrijwel zeker niet waar is:

Laodike vermoordde Antiochos en daarna ook Berenike en haar kind.noot Appianus, Syrische Oorlogen 65.

Dit zou betekenen dat Laodike de man die net voor haar had gekozen, en van wie ze het meest profiteerde, uit de weg had geruimd. Niet plausibel. Het vervolg:

Ptolemaios III nam wraak voor deze misdaden door Laodike te doden. Hij viel Syrië binnen en rukte op tot aan Babylon.

Een opmars vanuit Syrië naar Irak is niet plausibel als je vijand zich bevindt in Turkije. Kortom, wetenschappers betwijfelden of Ptolemaios wel voorbij Antiochië was opgerukt.

De voorkant van de Ptolemaios III-kroniek (British Museum, Londen)

De Ptolemaios-kroniek

Dat verandert echter met de Ptolemaios III-kroniek, die een ooggetuigenverslag uit Babylon biedt. U leest de Engelse vertaling daar. Wat we leren is dat het leger van Ptolemaios in december 246 een stad bereikt in de buurt van Babylon, vermoedelijk Sippar, waarop de Seleukidische officieren in Babylon het koninklijke paleis in staat van verdediging brengen.

Op 9 januari 245 v.Chr. slaan de Ptolemaïsche troepen, “die gekleed zijn in ijzer en die geen ontzag hebben voor de goden”, het beleg op voor Babylon. Vier dagen later vallen ze een van de fortificaties aan, waarop allerlei mensen naar het paleis vluchten. Ze worden afgeslacht door de Ptolemaïsche soldaten die de stad zijn binnengedrongen.

Op 18 januari arriveren meer troepen, en op 20 januari betreden die de voornaamste tempel van Babylon, de Esagila. Hun commandant wordt alleen geïdentificeerd als “een bekende prins” en is vermoedelijk Xanthippos. Het is zomaar denkbaar dat dat de man is die enkele jaren eerder de Romeinse generaal Regulus had verslagen.

Gereconstrueerde paleispoort van Babylon

Na enkele offers te hebben gebracht, slaat “de bekende prins” het beleg op voor het koninklijk paleis. Een Seleukidische uitval mislukt en de belegering duurt voort. Op (vermoedelijk) 29 januari arriveren Seleukidische troepen, maar ze worden door de Ptolemaïsche soldaten afgeslagen. Daar breekt het kleitablet af, zodat we vooralsnog niet weten of ook het paleis in handen van de Ptolemaïsche troepen is gevallen.

Tot slot

Dat is misschien wat teleurstellend, maar we hebben dus een puzzelstukje erbij gekregen en het sluit mooi aan bij de weinige informatie waarover we al beschikten.

De oorlog – voor wie dat wil weten – staat bekend als de Derde Syrische Oorlog en werd al snel beslist doordat Seleukos II vanuit Turkije naar Syrië oprukte en het leger van Ptolemaios III tot de terugkeer dwong. In het vredesverdrag van 241 behield hij de Seleukidische havenstad Seleukeia.

#Antiochië #AntiochosITheos #Appianus #Babylon #BerenikeFerneforos #BertVanDerSpek #DerdeSyrischeOorlog #Eufraat #LaodikeI #PtolemaïscheRijk #PtolemaiosIIIEuergetes #SeleukeiaInPieria #SeleukidischeRijk #SeleukosIIKallinikos #Sippar #XanthipposVanLakedaimon

2025-05-15

De antieke watermolen

Reconstructie van een door een watermolen aangedreven zaagmachine (Schloss Schallaburg)

Het is wel eens beschouwd als een van de grootste historische canards: het idee dat de watermolen pas in de Middeleeuwen zou zijn uitgevonden. Het bewijs dat ze al in de Oudheid watermolens kenden, is echter overstelpend. Waar en hoe ze precies zijn uitgevonden is niet helemaal duidelijk, maar we weten wel het een en ander.

Je hebt namelijk twee dingen nodig: waterraden om een as te laten draaien en tandwielen om die rotatie om te zetten in de beweging van bijvoorbeeld een zaag. De herkomst van het tandwiel ken ik niet, maar om een waterrad te bedenken, heb je een flinke rivier nodig met een gestage stroom. Daarmee kom je eigenlijk automatisch uit bij de Eufraat, Tigris en Nijl.

Bovenslag en onderslag

Misschien werpt u tegen dat u watermolens hebt gezien in beekjes. Als Apeldoorner ken ik de Bouwhofmolen aan de Ugchelsebeek. Maar dat zijn zogeheten bovenslagmolens, waarbij het water aan komt stromen aan de bovenkant van het wiel. Het verval van het water drijft het rad aan. Dit is een latere ontwikkeling. De oudste watermolens zijn zogenaamde onderslagmolens, waarbij het water aan de onderkant onder het wiel stroomt en aandrijft. Kortom: een rivier.

De onderslagmolen bij Dommelen

De bovenslagmolen werd pas mogelijk toen ingenieurs zochten naar manieren om ook bij kleinere stromen te profiteren van waterkracht. De eerste vermelding van een bovenslagmolen is te vinden in een gedichtje van Antipatros van Thessaloniki, die leefde ten tijde van keizer Augustus.

Reconstructie van de bovenslagmolen van Jerash (Jordan Museum, Amman)

De oudst-bekende vermelding van een onderslagmolen is ruim twee eeuwen ouder. Ze is te vinden bij de hellenistische auteur Filon van Byzantion. Ergens rond het midden van de derde eeuw v.Chr. beschrijft hij hoe zo’n molen functioneert.

Omdat de onderslagmolen dus vóór het midden van de derde eeuw v.Chr. moet zijn ontwikkeld in een gebied met voor zulke molens geschikte grote rivieren, wordt wel aangenomen dat de eerste watermolens zijn gebouwd in de Perzische tijd, en dan is Mesopotamië weer plausibeler dan Egypte, omdat de Nijloverstroming het nogal lastig maakt de molen te laten functioneren.

Voorbeelden

Diverse auteurs verwijzen naar watermolens, er zijn afbeeldingen en de resten van watermolens zijn ook opgegraven. Rond 75 na Chr. kende Antiochië voltmolens, die dus dienden om vilt te maken. Uit Günzburg in Beieren komt een inscriptie over een gilde van molenaars en een Macedonische inscriptie noemt het belastingtarief voor molenaars. Een reliëf uit Hierapolis (Pamukkale) toont een waterrad dat twee zaagmachines aandrijft. In Jerash dreef een bovenslagmolen enkele zagen aan die stonden opgesteld in een vertrek onder de tempel van Artemis. Er was een watermolen te zien op een mozaïek uit het paleis van de Byzantijnse keizer in Constantinopel.

Een watermolen, afgebeeld in het keizerlijk paleis in Constantinopel

Ik hoop vandaag te gaan kijken bij de zestien in serie geschakelde bovenslagmolens van Barbegal in Zuid-Frankrijk. Een soortgelijke reeks molens heeft gestaan in keizerlijk Rome, op de oostelijke helling van de Gianicolo. Kortom, het bewijs is overstelpend en het is curieus dat ooit gedacht is geweest dat de watermolen een middeleeuwse uitvinding is.

Belang

Ik rond af met een opmerking over het belang: watermolens zorgden voor energie die niet te herleiden was tot voedsel. Andere machines werden aangedreven doordat mensen of dieren in een tredmolen liepen. Of iets soortgelijks. Dat betekende dat de hoeveelheid beschikbare energie in de samenleving begrensd was: je kon niet zomaar meer slaven in de tredmolen zetten, want negen van de tien mensen moesten werken als boer. Een ezel was ook geen alternatief, want die at een deel van de oogst op. Je kon niet eindeloos veel ezels onderhouden.

Waterenergie was een manier om deze beperking te overwinnen. Het was een weg naar economische vooruitgang. Misschien is de echte vraag wel waarom er niet méér van zijn geweest.

Naschrift, 22 mei 2025

Inmiddels bezocht ik Barbegal. Hier zie je de molens van boven. Het was te gevaarlijk om van de rotsen naar beneden te gaan, dus een betere foto heb ik niet.

De resten van de watermolens van Barbegal #Antiochië #AntipatrosVanThessaloniki #Apeldoorn #Barbegal #Constantinopel #FilonVanByzantion #Günzburg #Gerasa #gilde #HierapolisPamukkale #Jerash #Rome #technologie #watermolen
2024-01-04

Het Rijk van de Sassaniden (1)

Shapur I (Bishapur)

Ik kondigde het al aan: in mijn reeks naar aanleiding van het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, vandaag een stuk over de Sassaniden. Deze dynastie, die vanuit Perzië regeerde over Irak, Iran, Afghanistan en omringende gebieden, speelde een belangrijke rol in wat voor het Romeinse Rijk “de Crisis van de Derde Eeuw” heet. De Sassaniden waren echter meer dan een Angstgegner voor de Romeinen. De periode tussen 224 en 651 is ook te beschouwen als onderdeel van de geschiedenis van Voor-Azië. Een recente studie heet Re-Orientalizing the Sasanians.

De vroege Sassaniden

De naam “Sassaniden” is afgeleid van die van een Anahita-priester genaamd Sassan, die gold als de voorouder van de dynastie. De familie behoorde tot wat De Blois en Van der Spek de “grootgrondbezittende aristocratie van krijgers” noemen. Haar grootgrondbezit was in de omgeving van Firuzabad en Istakhr, dat niet ver ligt van het aloude Persepolis. Deze streek heette Persis, het Perzische kernland. Een van Sassans zonen, Papak, kwam aan het begin van de derde eeuw na Chr. in opstand kwam tegen de wettige heerser van heel Iran, de Parthische koning Artabanos IV.

De overwinning van Ardašir (Salmas)

Tot dan toe was Persis een Parthische vazal geweest, maar Papak en zijn zoon Ardašir wisten rond 224 de onafhankelijkheid te bevechten. In 226 nam Ardašir Ktesifon in, de hoofdstad van het Parthische Rijk. Vervolgens werden de lokale heersers vervangen door leden van de Sassanidische dynastie of andere bondgenoten, en daarmee waren alle Parthische vazallen omgezet in Sassanidische vazallen. Het resultaat was een staat die centraler werd bestuurd.

Er waren ook continuïteiten. Ktesifon bleef de stad waar de koningen werden gekroond en Ardašir aanvaardde de titel van “koning der koningen”, die tot dan toe gebruikt was geweest door de Parthische heerser en – eeuwen daarvoor – door de Achaimenidische heersers.

Rotsreliëf met de investituur van Ardašir (links), die de macht krijgt van Ahuramazda (rechts).

De religie van de Sassaniden

In hun inscripties omschrijven de Sassanidische vorsten zichzelf als “Mazda-aanbiddende koningen”: ze vereerden dus de oppergod Ahuramazda. Koning Ardašir verleende privileges aan de magiërs, de religieuze specialisten van het zoroastrisme, die zo grote politieke macht verwierven. Ze speelden bijvoorbeeld een rol bij de inauguratieceremonie in Ktesifon, fungeerden als rechters en als belastinginners. In de Sassanidische rotsreliëfs zien we vaak “investituurscènes”, waarin Ahuramazda, gezeten op een paard, de macht overdraagt ​​aan een koning.

Deze religieuze ideologie liet aanvankelijk weinig ruimte voor andere ideeën. De profeet Mani (216-276), die had geprobeerd het christendom, het boeddhisme en het zoroastrisme te combineren, belandde in de cel. Toen het Romeinse Rijk, de aartsvijand van het Sassanidische Rijk, steeds christelijker werd, nam in Perzië de vervolging van de christenen toe. Zoals in het Romeinse Rijk het Perzische manicheïsme werd vervolgd, zo zag men in het Sassanidische Rijk christenen als sympathisanten van een buitenlands geloof.

Paleis, Firuzabad

Shapur I

Het conflict met Rome, dat in 231 begon met gevechten aan de Eufraat, escaleerde onder Ardaširs zoon en opvolger Shapur I (r.241-272). Volgens Romeinse bronnen stelden de Sassaniden territoriale eisen: ze zouden het Achaimenidische Rijk willen herstellen en eisten alle Romeinse gebieden in Azië op. Deze claim stemt ruwweg overeen met de titel “koning van Iran en niet-Iran” maar lijkt overdreven. In feite wilde Shapur vermoedelijk vooral de gebieden terugkrijgen die ooit door de Parthen geregeerd waren geweest, waaronder Hatra en Armenië. Toekomstige oorlogen zouden zich dan ook concentreren op de regio langs de bovenloop van de Tigris. Wie deze regio beheerste, beheerste de zuidelijke toegangswegen naar Armenië en kon Romeins Syrië binnenvallen.

Zulke oorlogen waren niet nieuw. Ook de Parthen hadden met Rome gestreden om dit gebied. Het verschil was enerzijds dat de Sassaniden ernaar streefden bufferstaten te annexeren en anderzijds dat de Sassaniden er, zo schrijven De Blois en Van der Spek,

beter dan hun voorgangers in staat waren belastingen te heffen en voorraden te verzamelen en (mede daardoor) grote, sterke legers konden mobiliseren.

Om de sleutelstad Nisibis te bemachtigen, viel Shapur ook delen van Romeins Syrië aan. Toen hij Antiochië had geplunderd, was een Romeinse tegenaanval onvermijdelijk. Keizer Gordianus III viel Mesopotamië binnen en was aanvankelijk succesvol, maar sneuvelde (244). Om zijn leger te behouden moest zijn opvolger, Philippus Arabs, een weinig eervol vredesverdrag sluiten. Met enige  rechtvaardiging beweerde Shapur Philippus op de Romeinse troon te hebben geplaatst. Romeinse krijgsgevangenen werden gedwongen de stad Bishapur te bouwen, waar een rotsreliëf Shapurs triomf herdacht. Soortgelijke reliëfs zijn ook elders te zien.

Mozaïek uit Bishapur (Nationaal Museum, Teheran)

Meer Perzische successen volgden. De Romeinse keizer Valerianus werd niet alleen verslagen, hij werd zelfs gevangengenomen (260). De vernedering, weergegeven op de rotsreliëfs in Bishapur en Naqš-e Rustam, kon niet completer zijn en de gebeurtenis markeert het dieptepunt van Romes Crisis van de Derde Eeuw. Onder de keizers Odaenathus (r.261-267), Carus (r.282-283), Diocletianus (r.284-305) en Galerius (r.293-311) herstelde Rome echter zijn posities. In 298 sloten de Romeinen en de Sassaniden een vredesverdrag waarin de Perzen gebieden in het noorden van Mesopotamië opgaven.

Het oosten

Rome was niet de enige vijand van Sassanidisch Perzië. Shapur viel ook de Kushana’s aan, die regeerden over Gandara (de vallei van de rivier de Kabul) en de Punjab. De Perzen bezetten Peshawar en namen als buit onder meer de bedelnap van Boeddha mee. Die zal nog wel ergens in Bishapur zijn.

Door een Sassanidisch leger opgeworpen belegeingsdam bij Doura Europos. De mijnen, waarin ze gifgassen inzetten, lagen uiteraard onderaards.

De inkomsten van de plundering van Peshawar en Antiochië werden benut om grote stukken voordien ongebruikt land in cultuur te brengen. Er kwamen nieuwe wegen en bruggen. De Sassaniden openden handelsroutes met India en Arabië en ontwikkelden nieuwe banksystemen. Leuk weetje: ons woord cheque gaat terug op een Perzisch woord.

Zo meteen meer.

 [Een overzicht van de blogjes over het handboek oude geschiedenis is hier.]

#ahuramazda #antiochie #ardasirI #artabanosIv #bishapur #boeddha #carus #crisisVanDeDerdeEeuw #deBloisEnVanDerSpek #diocletianus #galerius #gandara #gordianusIii #handboek #hatra #istakhr #ktesifon #kushanas #mani #manicheisme #naqsERustam #nisibis #odaenathus #parthischeRijk #persis #peshawar #philippusArabs #punjab #sassaniden #sassanidischeRotsreliefs #shapurI #valerianus #zoroastrisme

Client Info

Server: https://mastodon.social
Version: 2025.07
Repository: https://github.com/cyevgeniy/lmst