#fiscusJudaicus

2025-12-30

Vragen rond de jaarwisseling (1)

Odysseus en Polyfemos (Eleusis)

Twee weken geleden, op 17 december, nodigde ik u uit om de inmiddels traditionele vragen rond de jaarwisseling te stellen. Ik ontving er vrij veel en zal nu mijn best doen ze te beantwoorden. Er waren betrekkelijk weinig vragen over het “klassieke” deel van de oude wereld, maar daarmee begin ik vandaag wel.

Wat vind je van de trailer van de verfilming van de Odyssee?

Historici hebben geen mening over kunst. Ik heb het n.a.v. de film Redbad al eens uitgelegd. We vragen filmmakers toch ook niet of ze een mening hebben over historische processen?

Fresco van een duiker (Paestum)

Is de beroemde schildering van de duiker uit Paestum, gemaakt rond 475 v.Chr., Grieks, Etruskisch of Graeco-Etruskisch?

Je kunt zeggen dat een scheppend kunstenaar autonoom is en uit de diverse tradities neemt wat hij nodig heeft, maar dat roept de vraag op welke tradities dat zijn. En of we die tradities eigenlijk wel kennen, want we kennen uit de Griekse wereld weinig dat hier op lijkt. Ik legde de vraag voor aan Ruurd Halbertsma, die voor het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden een expositie maakte over Paestum. Hij schreef:

De bekende ‘Tombe van de duiker’ blijft een Fremdkörper in de archeologie van Zuid-Italië. Het is tot nog toe de enige gedecoreerde graftombe uit de Griekse periode van Poseidonia/Paestum die we kennen. De twee lange wanden tonen vier ligbedden (klinai), waarop zes symposiasten zijn neergevleid, bezig met muziek, zang en liefkozingen. Een van de korte zijden laat de aankomst (of vertrek?) van de twee andere gasten zien, op de andere korte zijde is een jongen bezig met het uitschenken van de wijn. Op het deksel van de tombe is een naakte jongen afgebeeld, die vanaf een soort duiktoren een duik neemt in het water. Over de interpretatie is al veel inkt gevloeid. Het meest plausibel lijkt mij dat hier de geneugten van de jeugd worden gevierd. De duik als symbool van de overgang van leven naar dood wordt in de literatuur ook vaak genoemd, maar wordt op geen enkele manier gesteund door bijvoorbeeld literaire parallellen met een dergelijke beeldspraak als inhoud.

De beste parallel voor de afbeelding is te vinden in de necropool van Tarquinia, in de Tombe van de Jacht en Visserij, ca. 520-510 v.Chr. Tussen al het jagen en vissen duikt een jongen vanaf een rotspunt de zee in, ook in de Etruskische wandschilderkunst een unicum. Nu hadden de Grieken uit Poseidonia wel contacten met de Etrusken, maar dat waren de Campaanse Etrusken, die aan de overkant van de rivier de Sele woonden. Hun hoofdstad, die onder het huidige Pontecagnano ligt, werd door de Romeinen in de Derde Samnitische Oorlog verwoest. Of het beeld/imago van de duiker in Poseidonia beïnvloed is door een kunstuiting helemaal ten noorden van de Tiber lijkt mij onwaarschijnlijk. Er werd door Grieken én door Etrusken voor het plezier gezwommen en gedoken, zoals jongetjes rondom de Middellandse Zee dat nog steeds doen, zoveel is zeker. En dat plezier zien we terug in de graven, naast de jacht, de muziek, de zang, de wijn en de seks. Kortom, laten we de ‘Tombe van de duiker’ maar gewoon Grieks blijven noemen!

De Saalburg (even ten noorden van Frankfurt) is de moeder van alle limes-reconstructies.

Waren er overeenkomsten tussen Tamuda (in Marokko) als grensgebied en de limesstreek in Nederland?

Zoals zo vaak is het drievoudige antwoord: “ja” en “nee” en “we weten het niet”. Ja, want alle grensgebieden kennen dezelfde problematiek:

  • je moet niet ten onrechte welwillende bezoekers buitensluiten
  • je moet niet ten onrechte vijandelijke bezoekers toelaten.

Voor de Romeinse wereld geldt hierbij als bijzonderheid seizoenmigratie en nomadisme, thema’s die voor de Nederlandse limes wat onderschat en voor de Maghreb wat overschat lijken te zijn. Tot zo ver het “ja”.

Nee, want de limes langs de Rijn is langs een grote transportader door het vruchtbare vlakke land, terwijl in de Maghreb de vruchtbare gebieden in het voorland liggen, en er bergen zijn.

Tot slot “we weten het niet”. We weten niet of de Romeinen één visie hadden op strategie, die aan alle grenzen dezelfde was, of dat de rijksverdediging steeds werd aangepast aan de omstandigheden. Voor zover ik weet zijn er argumenten voor beide standpunten.

Codex Justinianus met Accursische glossen en in miniletters aanvullend commentaar (Limburgs Museum, Venlo)

In de Oudheid waren er allerlei, meest ongeschreven rechtssystemen in ons land. Later zijn stedelijk, gewestelijk en nationaal recht ontstaan. Sinds wanneer is er sprake van nationale rechtssystemen en lijkt de ontwikkeling in ons land op die in bijvoorbeeld Duitsland?

Voor zover mij bekend bestonden in het Romeinse Rijk inderdaad vooral ongeschreven rechtssystemen met daarnaast een geschreven traditie, waarvan we niet weten in welke mate die ook het leven reguleerde van gewone Bataven of Nerviërs. Dat geschreven rechtsstelsel is gecodificeerd in Beiroet en later, ten tijde van Justinianus, nog een tweede keer in Constantinopel. Deze Byzantijnse codificatie is rond 1200 in West-Europa ingevoerd en zou, samen met de standaardglossen van Accorso di Bagnolo de standaard zijn voor voor de nationale rechtssystemen.

Let wel: rond 1200 waren er nog geen nationale staten.noot Ik vertik het om dat nieuwe anglicisme “natie-staat” te gebruiken. In de zestiende eeuw streefden de overheden naar eenheid (bijv. de Pragmatieke Sanctie van 1549), maar het verzet van de gewesten tegen deze centralisatiepolitiek was fel. Ik denk dat we in West-Europa pas kunnen spreken van nationale rechtssystemen vanaf pakweg 1800.

Nederland en België waren rond 1830 wel zo’n beetje klaar, maar Duitsland werd pas in 1870 een eenheid, en ik meen te weten dat er pas in 1900 één rechtsstelsel was. In elk geval kon je in het Duitse Rijk tot 1899 een vonnis vragen volgens Romeinse regels.

Imerix en Servofredus; twee goed-Germaanse namen (Archeologisch museum, Zadar)

Wat weten we eigenlijk over Germaanse en Frankische naamgeving voor personen?

Daarover blogde ik hier. (De vragensteller had vervolgvragen die ik niet zo 1-2-3 kan beantwoorden, sorry.)

Allegorie op de wetenschap (Berliijn)

Waarom bestuderen we de Oudheid? … Waarom heb jij voor de Oudheid gekozen?

Waarom ik dit vak heb gekozen? Stom toeval. Ik had het verkeerde vakkenpakket om nog tropenarts te worden, en toen ik eenmaal was verlost van de militaire dienst, was de inschrijving voor Maatschappijgeschiedenis in Rotterdam al gesloten. Die van Geschiedenis aan de Vrije Universiteit was nog open.

Waartoe dient de wetenschappelijke bestudering? Eén reden is dat dingen in de Oudheid zijn ontstaan die nog steeds het geval zijn, zoals het idee dat je niet én joods én christelijk kunt zijn, en maximaal één godsdienst kunt hebben: dat gaat terug op de implementatie van de Fiscus Judaicus door keizer Domitianus. Als je eenmaal weet dat iets onder specifieke omstandigheden is ontstaan, kun je je er ook van distantiëren. Het staat u vrij tegelijk moslim en katholiek te zijn, daar gaat Domitianus niet langer over. In die zin is oudheidkunde een bevrijdend, emancipatoir vak.

Veel van die “ontstaan-claims” zijn overigens niet sociaalwetenschappelijk en overtuigend te bewijzen. En bovendien is het ontstaan van iets minder belangrijk dan het hedendaagse functioneren. Dus dit is geen heel sterke rechtvaardiging van de bestudering van het tijdperk.

Een tweede, hiermee verwante rechtvaardiging is dat we zo nu en dan antieke ideeën kunnen reconstrueren en spiegelen met de onze. Wat een Aristoteles beweerde over vrouwen, zou in onze tijd ondenkbaar zijn, en roept de vraag op waarom wij zo anders denken.

En dan is er nog het aspect waarop Rens Bod zo vaak attendeert: de modellen waarmee geesteswetenschappers hun onderzoek doen, beschrijven de werkelijkheid niet alleen maar vormen die ook. Ze hebben zélf agency. Ik adviseer iedereen om De vergeten wetenschappen te lezen. Oudheidkundig voorbeeld: de reconstructie van de Indo-Europese taalfamilie schiep het nationalisme in een voor ons herkenbare vorm.

Tot zover de officiële redenen, waarmee de subsidiëring valt te rechtvaardigen. De voornaamste reden is echter een andere: het contact met het verleden is gewoon leuk. Net zoals het bijwonen van het North Sea Jazz festival, een vakantie in Limburg, een bezoek aan Museum Arnhem of het lezen van een roman, behoeft een liefde voor de Oudheid voor het niet-gesubsidieerde deel der mensheid geen rechtvaardiging.

[Morgen meer]

PS

Ik deel altijd petities als oudheidkundige instellingen worden bedreigd, wat zo elke twee à drie maanden gebeurt. Soms pakt het gelukkig goed uit: de Vrije Universiteit in Amsterdam heeft aardwetenschappen (met een belangrijk isotopenlaboratorium) niet beëindigd.

#AccorsoDiBagnolo #agency #DerdeSamnitischeOorlog #Domitianus #FiscusJudaicus #Lucaniërs #nomadisme #Paestum #Redbad #RensBod #RomeinsRecht #schilderkunst #seizoensmigratie #speelfilm #Tamuda #vragenRondDeJaarwisseling
2025-11-16

Het scheiden der wegen

Schema van het scheiden der wegen (klik=groot)

Het is niet voor het eerst dat ik schrijf over het scheiden van de wegen van joden en christenen. Voor negentiende-eeuwse christenen was dat simpel: er was een Oud Verbond en omdat de joden Jezus van Nazaret niet hadden erkend als messias, was er een Nieuw Verbond, waarin de joden als verbondsvolk waren vervangen door de christenen. En voor joden was het ook al simpel: christendom was monotheïsme voor de export, maar niet het onversneden echte spul. Beide groepen – de negentiende-eeuwse christenen en de negentiende-eeuwse joden – claimden het tempeljodendom als hun eigen erfgoed en meenden dat de andere religie zich van de rechte leer had afgesplitst.

De geschiedenis van het christendom werd lange tijd eigenlijk even simpel voorgesteld. Ooit was er een zuivere kerk geweest, waar links en rechts aftakkingen van waren, met één orthodoxe stroming die in een rechte lijn vanaf de apostelen ging naar het eigen kerkgenootschap.

Al in de negentiende eeuw stond vast dat het complexer was. De Dode Zee-rollen en de publicatie van vroegchristelijke bronnen hebben dat bevestigd. Ik verzorg over deze materie weleens een cursus, en onlangs maakte ik daarbij het schema dat u hierboven ziet. Het is in deze vorm gemaakt door Kees Huijser, die wel vaker het grafische werk voor deze blog verzorgt. Ik beweer niet dat dit overzicht correct is; er is geen verband of lijn die niet ook anders kan zijn; maar het schema helpt om de stof te ordenen.

Pluriform jodendom

Helemaal links ziet u de situatie rond het jaar 150 v.Chr. In zijn Joodse Oorlog en Joodse Oudheden gebruikt de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus ongeveer dit moment om de stromingen te introduceren die volgens hem het normale jodendom vertegenwoordigen: de farizeeën, de sadduceeën en de essenen.

Het is plausibel dat deze drie stromingen ontstonden door het conflict dat ligt besloten in de Dode Zee-rol die bekendstaat als 4QMMT, “Enige werken der Wet”. Volgens een mogelijke interpretatie richtte de auteur zich tot hogepriester Jonathan, om hem te waarschuwen voor de eerste farizeeën (“Belialsoverleg”) en te brengen tot de juiste, vroeg-sadducese opvattingen. Toen de hogepriester niet akkoord ging, splitste de groep rond de auteur van deze brief zich van de sadduceeën af en vormde de groep van de essenen. Althans, dat is een mogelijk scenario, dat is gebaseerd op de aanname dat de Dode Zee-rollen door de essenen zijn geschreven. Dat is maar de vraag.

Als deze aanname correct is, zijn er ook meerdere esseense groepen geweest; de Dode Zee-rollen documenteren verschillen in opvatting en verschillende woonplaatsen. Ook de farizeeën waren verdeeld; vanaf het begin van de jaartelling waren er twee hoofdstromingen. De sicariërs, waarvan nogal eens wordt genegeerd dat ze ook niet-joodse leden hadden, waren overigens een farizese afsplitsing. De meeste joodse stromingen overleefde de ondergang van Jeruzalem in 70 niet.

Het scheiden der wegen

De Jezusbeweging kende ook twee takken, waarvan de joodse tak is vertegenwoordigd in de Didache (al zijn er andere interpretaties) en de niet-joodse in de brieven van Paulus en de evangeliën. Die zijn geschreven rond 70 (Marcus) en in de generatie er na. Er zijn geleerden die het evangelie van Johannes dan weer heel vroeg plaatsen en beweren dat dat “een game-changer” is, maar ik geloof er helemaal niks van. Ik noem het echter om nog eens te benadrukken dat het schema ook maar een vereenvoudiging is, ja een oververeenvoudiging.

Meer oververeenvoudiging: Jochanan ben Zakkai organiseerde het rabbinaat en baseerde zich daarbij op een van de twee farizese stromingen. Helemaal onwaar is het niet, maar het rabbijnse jodendom dat zo kwam te ontstaan, heeft bredere wortels dan alleen het farizeïsme. De optekening van de Mishna, een verzameling rabbijnse wijsheid, toont dat joods leven mogelijk is in een samenleving die niet joods is. Er zijn geen Joodse machthebbers, met andere woorden – een gevolg van de opstand van Bar Kochba. Na 136 na Chr. moest men achttien eeuwen wachten voor een nieuwe Joodse staat in het land van Israël.

Die Bar Kochba-opstand had een einde gemaakt aan de joodse christenen. Althans, daarvoor zijn aanwijzingen. Het is weer niet zo zeker allemaal. Wat wél zeker is, is dat op dat moment de rabbijnse joden en de christenen al uit elkaar aan het gaan waren. De door de Romeinse keizer Domitianus met ongebruikelijke hardheid geïnde belasting die bekendstaat als Fiscus Judaicus speelde daarbij een belangrijke rol, maar er waren meer factoren, waarover discussie bestaat.

Pluriform christendom

De andere, niet-joodse christenen waren verdeeld over allerlei oriëntaties en ideeën, die ik in dit schema achterwege heb gelaten. Egypte was een fabriek aan nieuwe opvattingen. In de tweede helft van de tweede eeuw organiseerde Eirenaios van Lyon het nieuwe geloof, en zijn opvattingen staan aan het begin van de proto-orthodoxie.

Er zijn op dat moment andere opvattingen. Montanisme, die het martelaarschap verheerlijken; gnostici, met een complexe mythe en eigen teksten, bekend uit Nag Hammadi. En er zijn nog meer opvattingen, die we niet altijd even goed kennen. De meeste mensen die Christus vereerden, deden dat in combinatie met de oude goden, en de scheiding van het langzaam groeiende rabbijnse jodendom was ook niet scherp. Over deze ideeën zijn we slecht geïnformeerd omdat latere, orthodoxe kopiisten dit materiaal zelden kopieerden. Soms, zoals in een hymne waarin Christus aan Apollo wordt gelijkgesteld, schemert er iets door.

De keuze van Constantijn

De bekering van Constantijn betekende dat het exclusivistische christendom (dat stelde dat als je Jezus vereerde, je hem als enige godheid aanvaardde en dus niet, zoals in de Oudheid gewoon was, de nieuwe god combineerde met de verering van de andere goden) de wind in de zeilen kreeg. Iets preciezer: binnen dit exclusivistische christendom steunde hij de proto-orthodoxe groep. Met het Concilie van Nikaia, dit jaar zeventien eeuwen geleden, werd dit de staatskerk van het Romeinse Rijk.

Was de proto-orthodoxie de belangrijkste groep binnen het derde-eeuwse christendom, en was Constantijns specifieke keuze daarom voorspelbaar? Of was de proto-orthodoxie een van de vele christelijke oriëntaties, en was zijn keuze persoonlijk? Ik voor mij denk het laatste, maar er zijn geleerdere mensen die denken dat het proto-orthodoxe christendom dominant was, en sommigen denken dat die dominantie begon met Eirenaios, anderen denken dat het al eerder het geval was.

Wat ik maar zeggen wil: dit schema is handig voor onderwijsdoelen, en wat mij betreft mag iedereen het gebruiken. Als je er maar bij zegt dat elk aspect discutabel is.

#4qmmt #constantijnDeGrote #didache #dodeZeeRollen #domitianus #eersteConcilieVanNikaia #eirenaiosVanLyon #essenen #exclusivistischeChristenen #farizeeen #fiscusJudaicus #flaviusJosephus #gnosis #jezusVanNazaret #jochananBenZakkai #jonathanDeMakkabeeer #messias #mishna #montanisme #nagHammadi #nietExclusivistischeChristenen #sadduceeen #scheidenDerWegen #sicariers

2024-11-07

Joden en christenen in Rome

Joods grafschrift (Museo delle terme, Rome)

Voor wie Rome verliet, voerde de eerste mijl van de Via Appia langs een parkje waarvan men zei dat de legendarische koning Numa er nog eens met een bosnimf had gesproken, én door een joodse wijk. Joden mochten op de sabbat maar een beperkte afstand wandelen en vestigden zich daarom het liefst bij hun synagogen, zodat er in Rome verschillende joodse buurten waren, elk met een eigen gebedshuis en een eigen catacombe. De synagoge aan de Via Appia was genoemd naar Eleas of Elaias, maar het is onbekend wie of wat dat is geweest.

Het is echter wel bekend dat de bewoners van deze buurt vrij sterk geromaniseerd waren. Dat blijkt uit de inscripties in de catacombe even voorbij de tweede mijlpaal van de Via Appia: merendeels in het Latijn, niet in het Grieks of een meer oostelijke taal. Deze joden waren overigens niet bepaald rijk. De dichter Juvenalis (ca.60 – ca.135) vertelt hoe hij hier eens een vriend tegenkwam die aan het verhuizen was, en geeft en passant een beschrijving van de armoedige levensomstandigheden:

…Terwijl zijn huisraad in
een wagen werd gepropt, stond hij nog eenmaal
onder de bogenrij bij de poort Capena,
een plek die altijd drupt. Iets verderop,
waar koning Numa ’s nachts zijn nimf ontmoette,
wordt nu het bos mét tempel en fontein
verpatst aan de joden, die daar met hun mand
en strozak scharrelen – want elke boomtak
dient uitgebuit voor volk en vaderland
en heel dit bos, sinds men de nimfen wegjoeg,
staat in de bedelstand.noot Juvenalis, Satire 3.10-16; vert. Marietje d’Hane-Scheltema.

De relatie tussen jodendom en christendom was vermoedelijk niet altijd even goed. althans niet toen de wegen uiteen waren gegaan, dus na de harde uitvoering van de Fiscus Judaicus door keizer Domitianus. De spanningen konden hoog oplopen, zoals blijkt uit het volgende incident, dat is beschreven door Hippolytus, die in 217 was afgezet als bisschop van Rome en vervangen door Callixtus (naar wie een christelijk catacombencomplex is vernoemd). Hippolytus deed een boekje open over het verleden van zijn opvolger: deze zou een slaaf zijn geweest van een christelijke hoveling, Karpoforos, voor wie hij een bank had beheerd. Callixtus had echter het geld van zowel zijn meester als zijn geloofsgenoten verduisterd, was ontdekt, gevlucht en gepakt. Karpoforos nam Callixtus weer in huis op en liet hem dienstdoen in een tredmolen.

Na verloop van tijd kwamen enige broeders naar Karpoforos toe en ze spoorden hem aan de wegloper van zijn straf te ontslaan. Ze beweerden dat hij toegaf het geld bij bepaalde mensen te hebben gedeponeerd.

Karpoforos, vroom als hij was, zei dat hij zich geen zorgen maakte over zijn eigen geld, maar wel over die deposito’s, want voortdurend beklaagden vele mensen zich bij hem, zeggend dat ze hun geld aan Callixtus hadden toevertrouwd omdat hij het ook deed. Hoe dan ook, hij liet zich overtuigen en liet hem van zijn straf ontslaan.

Callixtus, die niets had om terug te geven en niet nog een keer kon weglopen omdat hij werd bewaakt, verzon een listige manier om te sterven. Op een sabbat gaf hij voor naar zijn schuldeisers toe te gaan, maar in feite stormde hij de stampvolle synagoge van de joden binnen, stelde zich daar op en verstoorde de bijeenkomst. Verstoord scholden de joden hem uit, gaven hem een pak slaag en sleepten hem naar de stadsprefect Fuscianus.

Op zijn vraag wat er aan de hand was, antwoordden zij: “De Romeinen hebben ons toestemming gegeven de Wet van onze voorouders in het openbaar te bestuderen, maar deze kerel drong de synagoge binnen en door ons te verstoren verhinderde hij dat, en hij zei dat hij een christen was.”

Terwijl Fuscianus zich op de rechterzetel bevond en zich ergerde over de woorden van de joden, ging iemand Karpoforos vertellen wat er gaande was. Hij haastte zich naar de rechterzetel en riep: “Ik smeek u, edelachtbare, geloof hem niet! Hij is namelijk helemaal geen christen, maar hij zoekt een gelegenheid om te sterven, omdat hij veel geld van mij heeft verduisterd, zoals ik zal bewijzen.”

Omdat de joden dachten dat dit een smoes was en dat Karpoforos onder dit voorwendsel probeerde zijn slaaf vrij te krijgen, gingen ze nog erger te keer tegen de prefect. En onder hun invloed liet hij Callixtus geselen en stuurde hij hem naar de ertsmijnen in Sardinië.noot Hippolytus, Weerlegging van alle ketterijen 9.12.5-9; vert. Simone Mooij.

We zien hier hoe Callixtus probeerde de gespannen verhoudingen in de wijk aan de Via Appia uit te buiten. Dit keer greep de overheid in voordat de zaken uit de hand liepen, maar er moeten soortgelijke incidenten zijn geweest die wel escaleerden, zodat mensen gewond raakten of de begeerde marteldood vonden.

#Callixtus #DerdeSatire #Domitianus #FiscusJudaicus #HippolytusVanRome #Juvenalis #Rome #sabbat #ViaAppia

Client Info

Server: https://mastodon.social
Version: 2025.07
Repository: https://github.com/cyevgeniy/lmst