#Periochae

2026-02-15

Marcus Antonius en de Lupercalia

Marcus Antonius (Staatliche Münzsammlung, München)

Zoals ik zojuist al schreef was het 15 februari 44 v.Chr. De Romeinen vierden de Lupercalia, een vruchtbaarheidsfeest ter ere van een vergeten godheid Lupercus. De priesters renden hierbij naakt door de straten en sloegen met riemen, gemaakt van geitenhuid, naar de omstanders. Wie werd geraakt, mocht hopen op grotere vruchtbaarheid. Verder dreven de Romeinen op deze dag met alles en iedereen de spot. Er is in de loop der eeuwen een hoop flauwekul verzonnen over dit feest; daarover leest u hier meer. Voor het moment is belangrijk dat heel Rome in een vrolijke stemming was.

Nikolaos van Damascus, de auteur van een biografie van keizer Augustus, beschrijft in groot detail wat er op die dag gebeurde. Hier is het verslag. Voor het goede begrip: Caesar was, zoals bekend, dictator; naast hem stond zijn rechterhand, Marcus Aemilius Lepidus. Wie een diadeem omdeed, kroonde zichzelf tot koning.

Marcus Antonius werd aangewezen om de Lupercalia te leiden. Gevolgd door een grote menigte marcheerde hij over het Forum, zoals de gewoonte was. Caesar zat op een gouden troon op de zogeheten Rostra, gehuld in zijn paarse mantel. Nu naderde Licinius hem als eerste, met een lauwerkrans waar een diadeem doorheen scheen. Terwijl Caesar vanaf zijn hoge positie een toespraak hield, legde Licinius, opgetild door zijn collega’s, de diadeem aan Caesars voeten.

Het volk schreeuwde dat die op zijn hoofd moest worden geplaatst en riep Lepidus op om dit te doen, maar hij aarzelde. Gaius Cassius Longinus, een van de samenzweerders, die onder de schijn van welwillendheid tegenover Caesar zijn ware bedoelingen verborg, was hem echter voor. Hij nam de diadeem en legde die op schoot. Publius Servilius Casca was ook aanwezig.

Toen Caesar een afwerend gebaar maakte, liep Marcus Antonius naar hem toe, naakt en gezalfd (zoals gebruikelijk tijdens de processie) en plaatste de diadeem op Caesars hoofd. Caesar nam die echter van zijn hoofd en gooide die in de menigte. Degenen die wat verderop stonden juichten dit gebaar toe, terwijl degenen die dichterbij stonden riepen dat hij de diadeem moest aannemen en het volk deze gunst niet moest onthouden.

Blijkbaar kwamen mensen de diadeem terugbrengen.

Toen Marcus Antonius voor de tweede keer de diadeem op Caesars hoofd zette, riep het volk in zijn eigen taal: Salve, rex! (“wees gegroet, koning”). Ook dit keer accepteerde Caesar niet en hij beval de diadeem te brengen naar de Jupitertempel op het Capitool. Opnieuw applaudisseerden degenen die eerder hadden geapplaudisseerd.

Er is een versie die luidt dat Antonius dit deed om zich geliefd te maken bij Caesar, met de heimelijke hoop door hem geadopteerd te worden. Uiteindelijk omhelsde hij echter Caesar en overhandigde hij de kroon aan enkele omstanders om het standbeeld van Caesar, dat vlakbij stond, ermee te kronen. En zo gebeurde.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 71-75.

***

Let wel: het gaat hier dus om de kroning van het standbeeld dat al eerder gekroond was geweest. Caesar was toen razend geweest, wat de vraag oproept wat Marcus Antonius kan hebben bewogen om het opnieuw te doen. Later gingen geruchten dat hij zo de moordenaars een aanleiding wilde geven om toe te slaan.noot Cicero, Tweede Philippica 84-87. Ik zou willen schrijven dat zoiets meer iets is voor een complottheorie, maar er wás natuurlijk ook een complot.

Nikolaos van Damascus weet het ook niet.

De meningen over dit incident liepen uiteen. Sommigen waren woedend omdat dit machtsvertoon de grenzen van de volksheerschappij overschreed. Anderen waren vóór een kroning omdat ze geloofden dat ze Caesar een gunst verleenden. Weer anderen verspreidden het gerucht dat Marcus Antonius niet zonder Caesars goedkeuring had gehandeld. Velen wilden dat hij zonder veel discussie koning werd. Allerlei geruchten deden onder het volk de ronde.

De Romeinse geschiedschijver Titus Livius noemde dit incident als derde aanleiding tot de samenzwering en vrijwel zeker is ook het bon mot dat Caesar werd versierd als een offerdier dat werd klaargemaakt voor zijn dood,noot Florus, Epitome 2.92. afkomstig uit zijn geschiedwerk. Maar feitelijk begrijpen we het voorval gewoon niet goed. Of beter, we begrijpen wél dat Caesar hierop niet zat te wachten, maar we begrijpen niet wat Marcus Antonius kan hebben bezield. En we begrijpen ook al niet waarom Caesar, als hij dit soort gênante vertoningen wilde vermijden, het gespeculeer over koningstitels niet simpelweg aan zijn naaste medewerkers verbood.

Enfin. We naderen de climax van deze reeks. Op 14 maart ben ik er weer.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #diadeem #dictator #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #Lupercalia #MarcusAemiliusLepidus #MarcusAntonius #NikolaosVanDamascus #Periochae #ServiliusCasca #TitusLivius
2026-01-23

Een diadeem voor Julius Caesar

Kleopatra VII, geliefde van Caesar, met de diadeem die toont dat ze een koningin is (Altes Museum, Berlijn)

Het was 23 januari in het jaar waarin Julius Caesar en Marcus Antonius het consulaat bekleedden (44 v.Chr.). U weet, na deze constatering, dat u bent beland in een nieuw deel in de naar een climax neigende reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij keerde terug naar Rome. Hij had de Saturnalia gevierd in Puteoli en had op de Albaanse Berg (ten zuiden van Rome) de zogeheten Latijnse Feesten voorgezeten. Dat was een plechtigheid waarbij de steden uit de omgeving van Rome samen offerden aan Jupiter. Als voornaamste magistraat van de voornaamste stad, en toevallig ook als hogepriester, zal Caesar zijn voorgegaan, melk hebben geplengd en een wit rund hebben geofferd. Daarna was hij richting Rome afgereisd. De volgende dag betrad hij de stad in een kleine triomftocht, een zogeheten ovatie, die vermeld staat op een kalender waarvan de fragmenten zijn te zien in de Capitolijnse Musea. Daardoor weten we dat het 23 januari was.

Caesar was al een paar weken niet in de stad geweest. Er heerste enthousiasme voor de naderende Parthische Oorlog, maar er was ook een vorm van enthousiasme waar Caesar zich ongemakkelijk bij voelde. Nikolaos van Damascus, een tijdgenoot en biograaf van keizer Augustus, vertelt:

Het volk eiste luidkeels dat hij koning zou worden en dat ze niet langer zouden wachten om hem te kronen, aangezien het Lot hem al had gekroond. Maar Caesar antwoordde dat hij, hoewel hij er altijd naar had gestreefd om het volk ter wille te zijn, nooit zou instemmen met zo’n daad. Uit respect voor de republikeinse tradities vroeg hij om begrip voor zijn weigering. Hij verkoos een legale hoogste magistratuur boven een illegale.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.70.

Een diadeem voor Caesar

De biograaf Suetonius vermeldt een soortgelijk incident. Toelichting: een diadeem was een symbool van koninklijke waardigheid. Zie het plaatje hierboven.

Bij zijn terugkeer in Rome na de Latijnse Feesten werd Caesar door het volk met ongekend enthousiasme toegejuicht. Iemand uit de massa plaatste bij die gelegenheid op zijn standbeeld een lauwerkrans, omwonden met een witte band. De volkstribunen Gaius Epidius Marullus en Lucius Caesetius Flavus gaven bevel de band van de krans weg te nemen en de man te arresteren. Maar Caesar voer heftig tegen de tribunen uit en onthief hen van hun functie, woedend omdat de suggestie van het koningschap zo slecht werd ontvangen of, zoals hij zelf beweerde, omdat hem de eer was ontnomen het koningschap te weigeren.noot Suetonius, Caesar 79; vert. Daan den Hengst.

Dit was de tweede van drie incidenten die volgens Titus Livius de samenzwering de wind in de zeilen gaven. Het voorval is in elk geval goed gedocumenteerd, want ook andere auteurs noemen het. Nikolaos van Damascus weet dat het standbeeld van goud was en stond op de Rostra, het sprekersplatform op het Forum Romanum.

Zodra Caesar van het voorval hoorde, riep hij de Senaat bijeen in de Tempel van Concordia en beschuldigde hij de tribunen ervan dat zij zelf het beeld in het geheim met de diadeem hadden gekroond om hem publiekelijk te beledigen en (hem en de Senaat negerend) de indruk te wekken dat ze zich als dappere mannen gedroegen, terwijl het hem, Caesar, aan eergevoel ontbrak.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.69.

Paranoia

Dat de volkstribunen, om te laten zien dat ze deugden, de diadeem zélf hadden laten aanbrengen, klinkt behoorlijk paranoïde. Maar er was zeker reden voor bezorgdheid.

Caesar voegde eraan toe dat hun gebaar een groter plan en een ernstiger bedreiging verried: als ze er ooit in zouden slagen hem als usurpator bij het volk in diskrediet te brengen, zou een weergaloze crisis volgen en zou hij gedood worden.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.69.

Caesar wist dat er plannen waren hem te doden en redeneerde dat de volksgunst een garantie vormde voor zijn leven. Hij vermoedde bovendien (en terecht) dat als hij gedood zou worden, de anarchie zou terugkeren. Ook Cicero dacht er zo over, zoals we in een eerder stukje hebben gezien. Suetonius noteert:

Caesar zou zelfs bij herhaling hebben gezegd dat de staat er, meer dan hijzelf, bij gebaat was dat hij in leven bleef. Hij had al macht en roem in overvloed verworven, maar de staat zou, als hem iets overkwam, geen rust meer kennen en nog veel zwaarder door burgeroorlogen worden geteisterd.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

Moi ou le chaos

Het incident met de diadeem op het standbeeld zegt veel over Caesars pogingen een voor iedereen aanvaardbare machtspositie te scheppen. Enerzijds bleef hij demonstratief binnen de constitutionele grenzen. Daarmee probeerde hij de verwijten van de complotteurs te pareren. Anderzijds was er dreiging: hij benadrukte dat als hij weg zou vallen, de gevolgen catastrofaal zouden zijn. Moi ou le chaos.

En verder moesten oude grieven maar vergeven en vergeten  zijn. Caesar gaf het voorbeeld. Ballingen mochten terugkeren, de weduwen van gedode tegenstanders werden hersteld in hun rechten. Het leek te werken – er was althans enige toenadering toen de senatoren een eed van trouw aflegden.

Er zijn er die menen dat hij, vertrouwend op het laatste Senaatsbesluit en de eed van de senatoren, zelfs de Spaanse lijfwachten, die hem overal met getrokken zwaard begeleidden, had weggezonden.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

Binnen twee maanden zou duidelijk zijn dat Caesar te optimistisch was geweest.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #AlbaanseBerg #diadeem #dictator #JuliusCaesar #koningschap #LatijnseFeesten #NikolaosVanDamascus #Periochae #Rome #Rostra #Suetonius #TitusLivius
2022-07-16

Spartacus (1)

Gladiatoren op een Italiaans reliëf uit de eerste helft van de eerste eeuw v.Chr. (Glyptotheek, München)

[Tweede van vier stukjes over de slavenopstand van Spartacus. Het eerste was hier.]

We hebben twee bronnen over de opstand van Spartacus. Ploutarchos (46-c.122) beschrijft de oorlog in zijn Leven van Crassus, en een generatie later vertelt Appianus het verhaal in zijn Geschiedenis van de Burgeroorlogen. Omdat beiden min of meer dezelfde gebeurtenissen in dezelfde volgorde beschrijven, is het verleidelijk om een gedeelde bron achter hun verhalen aan te nemen, waarschijnlijk de (grotendeels verloren) Historiën van Sallustius of (iets minder waarschijnlijk) de verloren boeken 95, 96 en 97 van het geschiedwerk van Titus Livius. Het lijkt er daarbij op dat Appianus zijn verslag wat heeft ingekort, terwijl Ploutarchos verschillende verhalen over Spartacus’ wreedheid heeft weggelaten.

In 73 v.Chr. wisten achtenzeventig gladiatoren te ontsnappen uit de school van een zekere Gnaeus Lentulus Batiatus te Capua. Volgens Ploutarchos waren ze bewapend met niet meer dan keukengerei, maar al snel bemachtigden ze echte wapens. Van nu af aan waren ze zwaar bewapend en ze trokken zich in eerste instantie terug op een berg. Appianus vertelt ons dat dit de Vesuvius was.

Spartacus, Oinomaos en Krixos

Hij voegt toe dat de gladiatoren drie leiders kozen: Spartacus, Oinomaos en Krixos. Waarschijnlijk vertegenwoordigden zij etnische groepen: Thraciërs, Grieken en Germaan of Kelten. Volgens Ploutarchos

was Spartacus een Thraciër uit een nomadische stam. Hij was niet alleen dapper en sterk, maar was ook veel intelligenter en beschaafder dan je op grond van zijn lot zou hebben verwacht. Eigenlijk leek hij meer op een Griek dan op een Thraciër.

Twee kanttekeningen. Eén, “een Thraciër uit een nomadische stam”: ἀνὴρ Θρᾷξ τοῦ Νομαδικοῦ γένους. Plausibeler is τοῦ Μαιδικοῦ γένους, “een Thraciër uit de Maidische stam”. Een stam in het zuidwesten van het huidige Bulgarije, veertien jaar eerder door de Romeinen onderworpen. Twee, de intelligente barbaar is een gekend klassiek cliché. Van elke niet-Griek of Romein die iets bijzonders had gedaan, zei men dat hij intelligent was – voor een barbaar dan. Andere bronnen zeggen dat Spartacus zoveel succes had omdat hij ooit had gevochten in de Romeinse hulptroepen.

Al vroeg moeten weggelopen slaven en herders zich bij de gladiatorenbende hebben aangesloten. Weliswaar vermelden onze bronnen dit pas in een later stadium, maar alleen door een eerdere groei van de schare aan te nemen, valt te verklaren hoe de gladiatoren de militie konden overwinnen die de autoriteiten in Capua uitstuurden om af te rekenen met de weglopers. Het voornaamste resultaat van die operatie was dat de gladiatoren nu over nog meer echte wapens beschikten. Hun aantal groeide snel, omdat, zoals Appianus ons vertelt, Spartacus de buit eerlijk verdeelde.

Glabers expeditie

Rome moest nu ingrijpen, met grotere middelen dan waarover Capua kon beschikken. De Senaat stuurde propraetor Gaius Claudius Glaber met een leger van 3.000 pas gerekruteerde en slecht getrainde soldaten. Wellicht onderschatte men de gladiatoren op de Vesuvius, maar het is ook denkbaar dat Rome geen sterkere troepenmacht sturen kon. De Republiek was namelijk verwikkeld in twee grote oorlogen: generaal Pompeius streed in Hispania tegen Sertorius en generaal Lucullus was verwikkeld in een oorlog tegen koning Mithridates VI Eupator van Pontus, ver in het oosten. In de stad zelf was het bovendien onrustig doordat, mede door deze oorlogen, het graan schaars was geworden.

Hoewel hij een klein en ongetraind leger had, kwam Claudius Glaber dicht bij succes. Hij isoleerde de gladiatoren op een met wijnranken begroeide heuveltop, waar het leek alsof de belegerden kansloos waren. Ze maakten echter ladders van de wijnranken, daalden ’s nachts van de heuvel af en slaagden erin achter de vijandelijke linies te komen. De Romeinse soldaten raakten in paniek en vluchtten, waarna de gladiatoren het verlaten kamp plunderden. Wéér hadden ze wapens in handen gekregen, die ze konden uitdelen aan de weggelopen slaven die zich bij hen hadden gevoegd.

Varinius’ expeditie

Nu organiseerde Rome een tweede expeditie tegen de gladiatoren, ditmaal onder bevel van praetor Publius Varinius. Om onbekende redenen verdeelde hij zijn troepen, die gemakkelijk konden worden verslagen door gladiatorenleger. Het was vernederend. Varinius verloor het paard waarop hij reed, zijn lijfwachten werden gevangen genomen en Spartacus toonde hun fasces in zijn kamp.

De Romeinse auteur Publius Annius Florus, die een Samenvatting van Livius’ grote geschiedwerk publiceerde, vermeldt dat het leger van gladiatoren en slaven tekeer ging in Nola, Nuceria, Thourioi en Metapontion. De twee eerste steden liggen aan de voet van de Vesuvius, de andere twee in zuidelijk Italië. De herders uit deze streek, echte cowboys, sloten zich aan bij het leger van Spartacus. Van nu af aan kon hij ook cavalerie inzetten.

[Het bloedvergieten gaat morgenmiddag verder.]

#Appianus #Capua #GaiusClaudiusGlaber #gladiator #GnaeusLentulusBatiatus #GnaeusPompeiusMagnus #Krixos #MithridatesVIEupator #Periochae #Ploutarchos #PubliusAnniusFlorus #PubliusVarinius #slavernij #Spartacus #Thourioi #Vesuvius
2025-10-03

De Spaanse triomf van Caesar

Beeldje van de overwinningsgodin (Archeologisch Museum van Catalonië, Barcelona)

Het was oktober in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde (45 v.Chr.). En het was een feestmaand. Op 13 oktober trok Quintus Fabius Maximus de stad Rome in triomf binnen. Hij had de Spaanse Oorlog immers afgerond met de inname van Munda en Osuna. Ook Quintus Pedius, Caesars achterneef, mocht een triomftocht houden. Hij had deelgenomen aan de verovering van Gallië, had de praetuur bekleed en had eveneens gevochten in de Spaanse Oorlog. Caesar lijkt echter niet onder de indruk geweest te zijn geweest van de man, want enkele weken eerder had hij hem de facto onterfd ten gunste van de veel jongere Gaius Octavius (Octavianus).

Opnieuw: de valse Marius

Voordat Caesars eigen triomftocht kon beginnen, was er nog een ontluisterend voorval. Een triomfator mocht de stad niet betreden vóór zijn jour de gloire. Caesar verbleef dus in zijn villa aan de overzijde van de Tiber. De Romeinse auteur Valerius Maximus vertelt dat Caesar zich daar in de tuin liet toejuichen door de menigte. Even verderop stond echter de “valse Marius” over wie ik al eerder blogde, die zich liet begroeten “door een bijna even enthousiaste menigte”.noot Valerius Maximus, Opmerkelijke daden en gezegden 9.15.2. Dit was niet helemaal de terugkeer die Caesar voor ogen had gehad. Hij gelastte de man om Italië te verlaten.

De Spaanse triomf van Caesar

Terug naar de triomftocht. Caesar feest was, volgens de Romeinse auteur Quintilianus, een paar dagen voor dat van Quintus Fabius Maximus. Hoeveel dagen weten we niet, maar het zal vandaag plus of min een paar dagen 2069 jaar geleden zijn geweest.

Waarom ook Fabius en Pedius de stad in triomf mochten binnenkomen, weten we eigenlijk niet. Het was onconstitutioneel dat een niet-oppercommandant een triomftocht hield, maar blijkbaar beschouwde Caesar het als een door hem te verlenen beloning. Hij plaatste zichzelf boven de wet. Eigenlijk blijkt dat ook wel uit zijn eigen triomf, want hij had een burgeroorlog beëindigd en geen buitenlandse oorlog, wat een voorwaarde was voor een triomftocht. Maar Caesar wilde zich het feestje niet ontzeggen en liet munten slaan met afbeeldingen van Spaanse krijgsgevangen. Zo leek het nog wat.

Spaanse krijgsgevangenen (Musée de la romanité, Nîmes)

Dat zette kwaad bloed. Als Caesar nog niet wist dat er inmiddels oppositie was, moet hij het in deze dagen hebben ontdekt. Suetonius vermeldt een incident dat plaatsvond tijdens zijn feestelijke intocht.

Toen hij in triomf langs de banken van de tribunen reed en Lucius Pontius Aquila als enige van dit college niet opstond, is Caesar zo razend geworden dat hij uitriep: “Zie dan, tribuun Aquila, dat je mij de staat weer afneemt.” En dagenlang nog deed hij geen enkele toezegging zonder het voorbehoud te maken: “Als het tenminste de goedkeuring van Pontius Aquila kan wegdragen.”noot Suetonius, Caesar 77; vert. Daan den Hengst.

Alleenheerschappij

Het is denkbaar dat Caesar inmiddels overwoog te regeren als alleenheerser. Het constitutionele probleem was simpel te benoemen – hij was te machtig voor een republikeins bestel – maar leek onoplosbaar. Zeker, nu hij terug was in Rome benoemde hij de magistraten voor het lopende jaar, zoals de twee consuls Quintus Fabius Maximus en Gaius Trebonius (de man die was begonnen het complot tegen Caesar te vormen). Ze traden aan op 1 oktober. De dictator-voor-tien-jaar begreep dat hij de schijn van constitutionaliteit moest ophouden. Maar hij zou inmiddels geconcludeerd kunnen hebben dat zijn pogingen tot verzoening, gemeend of niet, onvoldoende waren geweest om efficiënt bestuur te herstellen. Hij zou moeten besturen zoals een koning het deed. Zijn geliefde Kleopatra kan het voorbeeld zijn geweest.

Er zijn echter voldoende aanwijzingen dat Caesar het koningschap niet nastreefde. Want laten we eerlijk zijn: de Ptolemaiossen, de Hyrkanossen, de Farnakessen, de Juba’s, de Bochussen en de Boguds stelden weinig voor. Caesar was inmiddels groter dan het koningschap. En het kan geen kwaad erop te wijzen dat in het Romeinse Senaatsgebouw koningen dienden te wachten in het voorportaal. Het koningschap zou een demotie zijn geweest.

Venus Genetrix

Kort voor de Spaanse triomftocht had Caesar het feest gevierd van Venus Genetrix, de stammoeder van de familie Julius. Zij was de moeder van de Trojaanse held Aeneas en dus de grootmoeder van diens zoontje Ascanius, dat ook wel Ilus zou zijn genoemd naar zijn geboortestad. Troje heette immers ook Ilios. Dat de naam “Julius” was afgeleid van “Ilus”, trok niemand in twijfel. Althans in het openbaar.

Venus Genetrix (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

In elk geval had Caesar op het naar hem vernoemde forum een heiligdom opgericht voor de stammoeder die hij had geadopteerd. De toegang naar het tempelterras was niet aan de voorzijde, zoals in een Romeinse tempel gebruikelijk, maar aan de zijkanten, waardoor redenaars de voorkant konden gebruiken als podium. Tijdens het feest van Venus Genetrix verwelkomde Caesar daar zijn gasten.

Toen de voltallige Senaat zich met een groot aantal eerbewijzen tot hem wendde, ontving hij de senatoren voor de tempel van Venus Genetrix zonder zich van zijn zetel te verheffen. Sommigen menen dat Lucius Cornelius Balbus hem heeft tegengehouden toen hij wilde opstaan, anderen dat hij daartoe in het geheel geen aanstalten heeft gemaakt, maar integendeel Gaius Trebatius Testa, die hem ried op te staan, een niet al te vriendelijke blik heeft toegeworpen.noot Suetonius, Caesar 77; vert. Daan den Hengst.

Het was tactloos. Titus Livius noemde het als eerste van drie aanleidingen tot de samenzwering die uiteindelijk een einde aan Caesars leven zou maken. De eigenlijke oorzaak was, zoals gezegd, dat zijn macht te groot was voor de republiek.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.] 

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Augustus #GaiusOctavius #GaiusTrebatiusTesta #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #LuciusCorneliusBalbusMaior #LuciusPontiusAquila #MarcusFabiusQuintilianus #Munda #Periochae #QuintusFabiusMaximus #QuintusPedius #Rome #SpaanseOorlog #Suetonius #triomf #ValeriusMaximus #ValseMarius #VenusGenetrix

2025-06-26

Titus Livius (4): inhoud

Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

[Vierde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]

Avaritia & crudelitas

Ik was vanmorgen begonnen met een samenvatting van het geschiedwerk van Titus Livius en had de tweede eeuw v.Chr. bereikt. Nu volgt het conflict tussen twee rivaliserende Romeinse staatslieden: Marius en Sulla. De boeken 66-70 gaan over de opkomst van Marius en worden gevolgd door zes boeken over de Bondgenotenoorlog, waarin de Romeinen moeten vechten tegen hun Italische medestanders, die burgerschap eisen. Na een Romeinse zege voeren de Romeinen oorlog tegen koning Mithridates van Pontus, zonder hem te overwinnen. Generaal Sulla neutraliseert het probleem, keert terug naar Italië en bestuurt de republiek als dictator.

Dit deel van de geschiedenis van Rome vanaf de oprichting, dat de verdeeldheid van de Romeinse elite hekelt en eindigt met de dood van Sulla, werd waarschijnlijk aan het begin van onze jaartelling gepubliceerd. De Periochae maken duidelijk dat Livius vaak aangaf dat politieke vraagstukken werden opgelost per vim, “met geweld”. Andere terugkerende begrippen zijn avaritia en crudelitas, “gierigheid” en “wreedheid”. Het was dus geen opbeurende lectuur, al zal Livius hebben opgemerkt dat met Augustus alles beter was geworden.

De ondergang van de Republiek

De boeken 91-105, gepubliceerd rond 5 na Chr., gaan over de opkomst van Pompeius, Crassus en Julius Caesar. We vernemen hoe de jonge Pompeius met succes vecht tegen de rebellenleider Sertorius in Hispania, zich bindt aan Crassus en consul wordt, en later vecht tegen de Cilicische piraten, Mithridates en de Joden. Hierop volgt de formatie van het Eerste Driemanschap, door Livius getypeerd als “een samenzwering tegen de staat door de drie voornaamste burgers”. Caesars sensationele Gallische oorlog eindigt met een climax: de Romeinen steken in Boek 105 niet alleen de Rijn maar ook het Kanaal over.  Deze ontknoping suggereert dat Livius’ boodschap was dat Romeinen, als ze hun verdeeldheid maar overwonnen, de grootste dingen konden bereiken. Het is interessant dat Boek 104 een digressie heeft gehad geweest over Germaanse gewoonten, wat suggereert dat Livius de rapporten heeft gelezen van de Romeinse generaals Drusus en Tiberius.

De volgende decade gaat over de staatsgreep van Caesar. Boek 106 begint met de dood van Julia, Caesars dochter en de echtgenote van Pompeius. Vanaf nu zijn de harmonieuze relaties tussen de Romeinse leiders verdwenen. Ramp volgt op een ramp. De Belgische leider Ambiorix verslaat de legioenen van Caesar en de Parthische commandant Surena verslaat de soldaten van Crassus in Carrhae. Er is onrust in Rome, Caesar wordt verslagen bij Gergovia, en hoewel hij in Boek 108 de Galliërs verslaat, verslechtert zijn relatie met Pompeius nog verder. De Tweede Burgeroorlog breekt uit. Ik citeerde in een eerder blogje al Livius’ jeugdherinnering aan een waarzegger die in Padua de uitkomst van de slag bij Farsalos “zag”. Boek 115, waarschijnlijk gepubliceerd in 8 na Chr., eindigt met Caesars viervoudige triomf. Het moet bemoedigend zijn geweest voor Livius’ tijdgenoten, die net ernstige militaire tegenslagen in Illyricum hadden geleden.

Boek 116 begint met het complot tegen Caesar. Livius’ oordeel over de dictator: “Het valt niet uit te maken of het beter was voor de republiek dat Caesar werd geboren of dat beter was geweest als hij nooit was geboren.” De hele pentade (dus de boeken 116-120) beschrijft dan het conflict tussen Marcus Antonius en Octavianus. Vijf boeken is veel ruimte voor slechts twee jaar, maar Padua, waar Livius is geboren, speelde in deze oorlog een rol en Livius had het meegemaakt. Hij zal de gebeurtenissen belangrijker hebben gevonden dan wij. Boek 120 beschrijft hoe de twee kemphanen met Lepidus het Tweede Driemanschap sluiten.

Augustus

Livius publiceerde deze pentade in ca.10 na Chr. en het is mogelijk dat hij opnieuw benadrukte dat heersers samenwerken, een thema dat in deze jaren steeds belangrijker was in de Augusteïsche propaganda. Uit deze jaren stamt een tempel voor Concordia en ook werd Tiberius ingewerkt als opvolger.

Maar ook al stemde Titus Livius in met de heerschappij van Augustus, hij wilde ook niet ontkennen dat diens regering met geweld was begonnen. Moderne oudheidkundigen wijzen wel op de opmerking in de Periochae dat Boek 121 en de volgende boeken zijn gepubliceerd “na de dood van Augustus”. Dat hoeft niet te betekenen dat Livius censuur vreesde; hij lag ongeveer op schema.

De boeken 121-133 vertellen over de oorlog van de Driemannen tegen Brutus en Cassius, culminerend in de Dubbele veldslag bij Filippoi (Boek 124). Daarop volgen Marcus Antonius’ oorlog tegen de Parthen (Boek 128) en Octavianus’ oorlogen tegen Sextus Pompeius en in Illyricum. Lepidus verdwijnt van het toneel (Boek 129) en Marcus Antonius ontmoet Kleopatra. De Zeeslag bij Aktion rondt het verhaal af.

Misschien was dit het oorspronkelijke eindpunt van Livius’ project. Hij was ooit begonnen met een geschiedenis van Rome, en had nu het moment bereikt waarop hij zich aan dat werk had gezet. Hij had toen gedacht dat na de burgeroorlogen een ethisch reveil mogelijk was. De Romeinse wereld was inderdaad vreedzamer geworden, maar hij moet hebben opgemerkt dat de republiek, met zijn publieke debatten, was veranderd in een monarchie, waar beslissingen werden genomen door één man. En in het geheim.

Livius was daardoor niet in staat iets te produceren zoals de voorgaande drieëndertig boeken, waarin hij vierentwintig jaar had beschreven. Na boek 134 verviervoudigt het tempo van zijn verhaal: hij beschrijft tweeëntwintig jaar in slechts negen boeken. Het verhaal was nu heel anders dan het voorafgaande en het is mogelijk dat Livius zijn belangstelling begon te verliezen. Het is waarschijnlijk dat boek 134 begon met de woorden van fragment 58:

Ik heb inmiddels genoeg roem verdiend en zou een punt achter mijn geschiedwerk kunnen zetten, maar mijn rusteloze geest voedt zich met het schrijven.

Titus Livius bleef dus schrijven. De Periochae van de laatste boeken zijn zeer kort en suggereren niet dat het opwindende lectuur was. Dat was niet Livius’ schuld. De tijden waren aan het veranderen. De trieste paradox van de geschiedschrijving is immers dat alleen oorlogen en rampen materiaal leveren voor een boeiend narratief. Als de laatste boeken van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad wat saai waren, was het omdat Livius tot zijn geluk niet leefde in interessante tijden.

[wordt morgenochtend vervolgd]

PS

Het hing al een tijdje in de lucht, maar de universiteit van Cardiff sluit inderdaad alle oudheidkundige opleidingen. Een nieuwe bijdrage aan het lijstje hier.

#antiekeGeschiedschrijving #Augustus #DerdeBurgeroorlog #digressie #EersteDriemanschap #GaiusMarius #GallischeOorlog #GnaeusPompeiusMagnus #JuliaI #JuliusCaesar #KlassiekeGeschiedschrijvers #LuciusCorneliusSulla #MarcusLiciniusCrassus #MithridatesVIEupator #Octavianus #ParthischeRijk #Periochae #slagBijFarsalos #Tiberius #TitusLivius #TweedeBurgeroorlog #TweedeDriemanschap

2025-06-26

Titus Livius (3): inhoud

Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

[Derde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]

De Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad van Titus Livius was een zeer, zeer ambitieus werk. In totaal verschenen niet minder dan 142 boekrollen. De lengte van zo’n rol kwam overeen met pakweg vijfenzestig bladzijden in een modern pocketboek. De totale lengte van Livius’ geschiedwerk bedroeg dus een slordige 9.250 pagina’s ofwel eenendertig pocketboeken. Hij schreef dit alles in ongeveer vijfenveertig jaar, wat betekent dat hij elk jaar ruim drie rollen of 205 pagina’s publiceerde. Ook met een tekstverwerker is dat alleszins respectabel.

Er zijn twee gevolgen. Eén: dit werk was te groot om volledig tot ons te komen. We hebben alleen nog de boeken 1-10 en 21-45.  Misschien duikt nog eens iets op in de Egyptische woestijn of bij de papyri uit Herculaneum, waar inmiddels een boekrol is geïdentificeerd van een jongere Romeinse geschiedschrijver. Twee: het is duidelijk dat Titus Livius gebruik moest maken van eerdere geschiedwerken en zelden de mogelijkheid had tot archiefonderzoek. Dat had gevolgen, waarover we het nog zullen hebben.

Wat heeft Livius te vertellen? Er zijn dus maar 35 van 142 rollen over. De inhoud van de niet overgeleverde boeken (dus 11-20 en 46-142) is echter bekend uit een vierde-eeuws uittreksel, de beknopte Periochae. We kunnen bovendien iets weten over de verloren teksten omdat die door latere auteurs zijn benut. Zo is bijvoorbeeld Lucanus’ gedicht Pharsalia, een gedicht over de Romeinse burgeroorlogen waarin Pompeius de held is en Julius Caesar de schurk, vermoedelijk gebaseerd op Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad.

De vroege republiek

We weten dat het werk was georganiseerd in pentaden en decaden, groepen van vijf en tien rollen. De eerste pentade gaat over de oorsprong van Rome tot de zomer van 386 v.Chr.noot Of 390 volgens het chronologische systeem van Varro, dat Livius niet gebruikte. Anders dan sommige moderne geleerden begreep Livius de fouten daarvan. In het eerste boek vertelt hij de legendes van Rome als een koninkrijk; hij gaat verder met de oprichting van de republiek door Brutus en Valerius Publicola; en na een verslag van de moeilijke vijfde eeuw (boeken 2, 3 en 4) culmineert de eerste pentade in een adembenemend verslag van de inname van Veii, de plundering van Rome door de Galliërs, en de tweede stichting onder de auspiciën van Marcus Furius Camillus. De cirkel is gesloten.

Dit deel van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad is voltooid rond 26 v.Chr. Livius vermeldt namelijk Octavianus’ titel Augustus, die dateert uit 27 v.Chr., maar weet niets van de sluiting van de tempel van Janus in 25. Livius presenteert Camillus, zegevierend in oorlog en tweede stichter van de stad, als alter ego van Augustus. Het is interessant dat hij Camillus dux noemt, een titel die ook Octavianus had gebruikt.

De volgende tien boeken hadden betrekking op de verovering van Italië. De eerste helft – de tweede pentade dus – is over en daarover wil ik nog eens bloggen. Aanvankelijk moet Rome zich nog herstellen van de crisis, maar aan het einde van boek 10 hebben de Romeinen de Etrusken, de Umbriërs, de Galliërs en de Samnieten verslagen in de slag bij Sentinum (295 v.Chr.) Hoewel het verhaal van de eenwording van het Apennijnse schiereiland daarmee nog niet voorbij is – daarvoor was de volgende pentade – was de beslissende strijd gewonnen door de zelfopoffering van enkele beroemde Romeinen, zoals Publius Decius Mus. Dit is in lijn met de propaganda van Augustus.

De derde eeuw v.Chr.

De volgende vijf boeken van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad zijn verloren. Uit de Periochae weten we dat deze pentade de eenwording van Italië omvatte, met onder meer de oorlog tegen koning Pyrrhos van Epirus. Als Livius schreef met zijn gewone tempo van ruim drie rollen per jaar, zal hij de boeken 6-15 rond 24 v.Chr. hebben afgerond.

In de boeken 16-20 werd het eerste conflict met Karthago beschreven: de Eerste Punische Oorlog, het langste en grootste militaire conflict in de oude wereld. De Tweede Punische Oorlog, een conflict van minder grote omvang, vormt het thema van de volgende tien boeken (21-30), waarvan de helft is gewijd aan de successen van de Karthaagse generaal Hannibal en de helft aan de successen van zijn Romeinse tegenstander Publius Cornelius Scipio Africanus.

Toen Livius zijn werk rond 19 v.Chr. voortzette, werd hij plotseling moe, als we althans het voorwoord van de volgende pentade mogen geloven:

Wanneer ik me realiseer dat drieënzestig jaren – want zoveel zijn het er vanaf de Eerste Punische Oorlog tot het eind van de Tweede – evenveel boeken bij mij in beslag hebben genomen als de 487 jaar vanaf de stichting van de stad tot het consulaat van Appius Claudius, die de eerste oorlog tegen de Karthagers begon, dan voorzie ik nu al wat me te wachten staat: net als iemand die zich laat verlokken door het ondiepe water langs de kust en de zee in waadt, kom ik met elke stap voorwaarts in veel grotere diepte, ja in een soort afgrond terecht, en het werk lijkt bijna toe te nemen, terwijl het door het voltooien van de eerste delen minder groot leek te worden.noot Livius 31.1.3-5; vert. Hetty van Rooijen.

Dat Livius zich realiseerde dat zijn werk eigenlijk te groot was, wordt ook gesuggereerd door het feit dat zijn digressies, de korte uitweidingen waarmee auteurs aanvullende informatie geven, vanaf dit punt korter worden. Hij moest zich haasten.

De midden-Republiek

De derde groep van vijftien boeken heeft betrekking op de verovering van het oostelijke Middellandse Zeegebied in de jaren 201-167. Drie machtige hellenistische koninkrijken verzetten zich tegen Rome: Macedonië, het Seleukidische Rijk in Azië en het Ptolemaïsche Rijk van Egypte. In de boeken 31-35 lezen we hoe de Romeinen met Macedonië omgingen en Griekenland “bevrijdden”.noot Ik zet “bevrijdden” tussen aanhalingstekens omdat de vrijheid van Romes Griekse bondgenoten met naast zich het Seleukidische Rijk vanzelfsprekend net zo’n bevrijding was als wanneer Donald Trump de Europese bondgenoten had bevrijd van hun bondgenootschap. Ik ben geen voorstander van historische parallellen, want al gauw herkent men lessen uit het verleden. Maar hier helpt het heden bij het begrip van het verleden. In de volgende pentade staat de oorlog tegen de Seleukidische koning Antiochos III de Grote centraal; en in de laatste vijf boeken wordt het Macedonische koninkrijk geliquideerd na de slag van Pydna. De climax is een Romeinse ambassade in Alexandrië, waar een Romeinse diplomaat koning Antiochos IV Epifanes, die op het punt staat Egypte te veroveren, gelast naar huis terug te keren. De lezer die dit punt had bereikt, wist dat Rome een supermacht was geworden.

Het volgende tiental boeken (46-55), inmiddels verloren, markeren het keerpunt in de Romeinse geschiedenis, althans volgens Livius. Ik heb weleens gedacht dat als de reeks eigenlijk rollen had moeten tellen, dit ook precies de helft was. Rome moest zich nu gedragen als een supermacht, maar kon de verantwoordelijkheden niet aan. Aanvankelijk kon het zijn wil nog opleggen aan enkele Ptolemaïsche vorsten, maar in boek 48 begint alles te veranderen. Eerst is er een nieuwe en onnodige oorlog: de Derde Punische Oorlog, die door de Romeinen wordt uitgelokt en leidt tot de ondergang van Karthago (in boek 51). Volgens de meeste Romeinse geschiedschrijvers verviel Rome nu tot decadentie en verloren de Romeinen hun voorouderlijke kwaliteiten.

Dit is al te zien in Boek 48, waarin generaal Servius Sulpicius Galba zich in Hispania ontpopt tot een oorlogsmisdadiger, en de lokale leider Viriathus de Romeinen bezighoudt tot in Boek 54. De Romeinen veroveren intussen Griekenland (Boek 52) en staan aan het einde van Boek 55 voor het eerst bij de Oceaan: de rand van de aarde. Livius bereikte dit punt in ca.11 v.Chr.

De volgende decade (56-65) valt uiteen in twee duidelijk herkenbare pentaden. De eerste gaat over een nieuwe reeks Spaanse oorlogen, culminerend in de verovering van de Keltiberische hoofdstad Numantia. Het centrale thema is echter de strijd tegen de hervormingen van Tiberius en Gaius Sempronius Gracchus. Het conflict waarin de laatste wordt gedood, betekent dat de Romeinen geweld beginnen te gebruiken tegen elkaar.

Ondertussen worden buitenlandse vijanden, zoals de  Numidische koning Jugurtha en enkele Germaanse stammen, onverwacht gevaarlijk. Titus Livius heeft hun successen waarschijnlijk gepresenteerd als gevolg van de morele ineenstorting van Rome. (Een verwijzing naar een toespraak over het huwelijk, in 9 v.Chr. gehouden door keizer Augustus, bewijst dat Boek 59 nadien is voltooid.) Boek 65 was, als de Periochae betrouwbaar is, een litanie van Romeinse rampen.

[wordt vanmiddag vervolgd]

#antiekeGeschiedschrijving #AntiochosIIIDeGrote #AntiochosIVEpifanes #DerdePunischeOorlog #digressie #EerstePunischeOorlog #GaiusSemproniusGracchus #Hannibal #Jugurtha #KlassiekeGeschiedschrijvers #MarcusFuriusCamillus #Periochae #Pydna #PyrrhosVanEpirus #ScipioAfricanus #Sentinum #TiberiusSemproniusGracchus #TitusLivius #TweedePunischeOorlog #Viriathus

Client Info

Server: https://mastodon.social
Version: 2025.07
Repository: https://github.com/cyevgeniy/lmst