#Polybios

2020-07-19

Bronkritiek

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Archeologisch Museum, Cherchell)

Oudheidkundigen, en dan vooral de wat meer op teksten gerichten onder hen, maken onderscheid tussen bronkritiek en tekstkritiek. Over het laatste heb ik al vaker geschreven: het is de bepaling van wat eeuwen geleden iemand op papyrus of perkament heeft gezet. De kritiek betreft de overlevering in de meestal middeleeuwse handschriften, meervoud, waarvan we de tekst niet zomaar kunnen aanvaarden maar eerst moeten toetsen. Daarbij passen filologen de Lachmannmethode toe. In de praktijk betreft het vooral Griekse en Romeinse teksten. Egyptische en spijkerschriftteksten zijn namelijk meestal op slechts een kleitablet of één papyrus zijn overgeleverd, zodat er weinig valt te vergelijken.

Bronkritiek

Bronkritiek is de vooral voor oudhistorici belangrijke volgende stap: is de informatie in een bron te herleiden tot een eerdere auteur? Dit is belangrijk, want die eerdere auteur stond dichter bij de beschreven gebeurtenissen en heeft vermoedelijk scherper zicht. Als de evangeliën van Marcus en Lukas elkaar tegenspreken, gaat de voorkeur uit naar Marcus, omdat hij de bron is van Lukas; Lukas geldt dan als “elimineerbaar”.

Dit is ingewikkelder dan het lijkt. De Romeinse historicus Livius benut een Griekse voorganger, Polybios, voor zijn beschrijving van Hannibals tocht over de Alpen; beide teksten staan hier in Engelse vertaling naast elkaar. Je zou denken dat Polybios de betrouwbaardere bron is, maar Livius heeft minimaal één andere bron gebruikt en waar Polybios’ verhaal lastig op de landkaart valt te plotten, lukt dat met Livius juist wel. Het is onbekend wat dit betekent. Misschien documenteert Polybios de onbetrouwbaarheid van een ooggetuige in onbekend gebied en heeft Livius’ andere bron zijn verslag ten onrechte gemodelleerd op een vertrouwde route, misschien ging Livius uit ontevredenheid met de rommelige Polybios op zoek naar iets beters en corrigeerde hij een fout. We weten het niet. In elk geval kun je recentere toevoegingen niet zonder meer elimineren.

Bronvermeldingen

Een volgend probleem bij de bronkritiek is dat het niet makkelijk is oudere bronnen te identificeren. Maar weinig auteurs geven aan wat ze citeren. Een voorbeeld is de Byzantijnse historicus Zosimos, die vertelt Olympiodoros te hebben gebruikt (5.27.1). Andere geschiedschrijvers hadden diverse teksten op hun schrijftafel liggen, namen de informatie daaruit zonder meer over als daarover consensus bestond en noteerden alleen afwijkingen. Dit was de methode van Titus Livius en Arrianus. Weer anderen geven juist weinig aan, zoals Cassius Dio. Om deze reden is bronkritiek bij Cassius Dio moeilijk en bij Zosimos makkelijk.

Soms helpt het om een beeld te hebben van hoe een eerdere auteur schreef. In de identificeerbare citaten blijkt Nearchos, de admiraal van Alexander de Grote, veel aandacht te hebben voor de geluiden die de soldaten konden horen. Als Arrianus later zonder bronvermelding een akoestisch effect beschrijft tijdens een expeditie waar Nearchos bij aanwezig was, is denkbaar dat we Arrianus’ bron toch kunnen identificeren. Denkbaar: ik zou er geen weddenschappen op afsluiten.

Onlogische informatie

Een andere aanwijzing is onlogische informatie. Rond 551 na Chr. schreef Jordanes een Geschiedenis van de Goten waarin hij op gezag van Cassiodorus (wiens verloren geschiedwerk was gepubliceerd in 533) vertelt dat deze Germaanse stam ooit vanuit Scandinavië naar Pommeren was getrokken, daarvandaan richting Oekraïne was gegaan om uiteindelijk via Roemenië het Romeinse Rijk binnen te komen. Er is allerlei literaire kritiek mogelijk: is dit geen verhaal om te tonen dat de Goten steeds beschaafder waren geworden door van de randen van de aarde naar het centrum te komen, dient die opgaande lijn niet om te legitimeren dat de Ostrogoten de macht hadden gekregen in Italië?

De tendens van het geschiedwerk van Jordanes en Cassiodorus is dus duidelijk maar om hun punt te maken, was het onnodig een herkomst te verzinnen in het hoge noorden. Een oorsprong in Oekraïne, het thuisland van de spreekwoordelijk barbaarse Skythen, volstond. De literaire overbodigheid van de noordelijke herkomst suggereert dat deze informatie behoorde tot datgene wat de Goten meenden te weten over hun verleden. Of het wáár is, is een andere vraag; we weten alleen dat het idee van een Scandinavische herkomst in omloop was voordat Cassiodorus de pen ter hand nam.

Dat blijkt trouwens ook uit de woordkeuze. Jordanes vermeldt ergens (op gezag van een andere bron, Orosius) haliurunnae, de heksen die volgens de Goten de voormoeders van de Hunnen waren geweest. Hoewel de etymologie omstreden is, is wel duidelijk dat dit een Germaans woord is. Jordanes/Orosius citeren dus een oudere, Gotische traditie. En nogmaals: dit wil niet zeggen dat de informatie betrouwbaar is, alleen dat de auteurs dit niet hebben verzonnen.

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

#antiekeGeschiedschrijving #Arrianus #bronkritiek #Cassiodorus #CassiusDio #eliminatie #Jordanes #Nearchos #ooggetuige #Orosius #Polybios #TitusLivius #Zosimos

2025-08-30

De Maghreb in de Middeleeuwen

Maquette van Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot Herodotos, Historiën 4.187.

Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.

Wat ik wel en niet snap

Wat ik wel weet: de regio die de Arabieren rond 710 in hun macht hadden, kende nomaden, dorpsbewoners en stedelingen, was meertalig en was bewoond door minimaal twee soorten christenen, door joden en door de eerste moslims. De regio zou, zoals ik in een eerder blogje al schreef, vrij snel verder islamiseren. Verder waren de Berbers verdeeld in twee hoofdgroepen, de Baranis en de Butr, waarvan ik nooit heb kunnen achterhalen wat daar nou precies achter schuil gaat. Er waren Arabieren, afkomstig uit diverse gebieden. Rond het midden van de achtste eeuw speelden deze tegenstellingen een rol bij de burgeroorlog op het Iberische Schiereiland waarover ik al eerder blogde. De definitie van Arabier en Berber sla ik gemakshalve over.

Het stoort me een beetje dat ik de complexiteit niet goed doorgrond, want voor mij is de geschiedenis van de middeleeuws Maghreb nu iets dat ik beschrijf vanuit het perspectief van de heersende dynastieën. Daarbij vormen “de” Berbers dan een ongedefinieerd substraat van mensen die nog niet gearabiseerd en geïslamiseerd waren, maar verder geen eigen rol van betekenis speelden. Zo was het natuurlijk niet.

Een blad uit de “blauwe Koran” (Raqqada, Kairouan)

Eenheid en versplintering, deel één

Zoals ik het dynastieke deel begrijp, behoorde de Maghreb eerst tot het Umayyadische kalifaat van Damascus en ging het na het jaar 750 over in handen van de Abbasiden, die de residentie verplaatsten naar Bagdad. De situatie in de Maghreb schijnt gedurende een halve eeuw instabiel te zijn geweest, met allerlei lokale machthebbers die redelijk zelfstandig konden zijn zolang het kalifaat zwak stond, maar ook weer in het gareel konden worden gedwongen.

Ifriqiya, zoals Tunesië destijds heette, is rond 800 gepacificeerd door Ibrahim ibn al-Aghlab, die als emir werd erkend door kalief Harun ar-Rashid, wat betekende dat Ibrahim zich kon laten opvolgen door zijn afstammelingen, de Aghlabiden waarover ik al eerder blogde. Anders gezegd: een lokale dynastie verving het roulerend gouverneurschap. In het noordwesten van het huidige Algerije was verder een Emiraat van Tlemcen, dat me doet denken aan een voortzetting van het Berber-rijk Altava, maar rond 800 waren die emirs alweer vervangen door de dynastie van de Rostamiden, die ergens nog wat Perzisch bloed hadden. En helemaal in het westen, in het huidige Marokko, heersten de Idrisiden, een sji’itische dynastie met banden met het Emiraat van Córdoba. Deze groepen – en andere – hadden er weinig moeite mee de kalief in Bagdad te erkennen als de heerser der gelovigen, maar gingen in de loop van de negende eeuw steeds meer hun eigen weg.

Muntschat uit Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

Eenheid en versplintering, deel twee

Dat veranderde in de jaren na 900, toen een nieuwe, sji’itische dynastie de macht in Ifriqiya overnam: de Fatimiden. De heersers claimden het kalifaat en onderwierpen heel noordelijk Afrika. Hun hoofdstad was eerst Raqqada (naast Kairouan) en later het door hen gestichte Caïro. Van de Aghlabiden en de Rostamiden werd niets meer vernomen, de Idrisiden betaalden schatting.

En vervolgens gebeurde hetzelfde als in de negende eeuw: omdat de kalief ver weg was, konden de lokale heersers zich steeds zelfstandiger gaan gedragen. In Ifriqiya namen de Ziriden de macht over en in het huidige Algerije werden de Hammadiden steeds onafhankelijker. Hun hoofdstad was Qal’at Bani Hammad, momenteel werelderfgoed. In Marokko heersten eerst de Maghrawaden en daarna de Almoraviden. Over die laatste dynastie blogde ik al eens, omdat ze El-Andalus onderwierpen: op het Iberische Schiereiland, buiten de wereld van de islam, kon een dynastie laten zien dat ze streed voor de goede zaak.

Elfde-eeuws houtsnijwerk (Raqqada)

Eenheid en versplintering, deel drie

De Almoraviden werden rond 1147 in Marokko en Andalusië weer afgelost door de Almohaden, die de gehele Maghreb in handen kregen. En zoals het al eerder was gegaan, ging het opnieuw: het centrale gezag verloor de controle en lokale dynastieën namen de macht over. Meer specifiek: de Hafsiden in Ifriqiya en de Ziyaniden in Algerije, tot de verzwakte Almohaden in Marokko werden afgelost door de Meriniden.

Ibn Khaldun

Uiteindelijk vielen al deze gebieden in handen van weer een nieuwe groep heersers: de Ottomanen. Maar tot die tijd valt een patroon te ontwaren: er is een machtige dynastie die de regio beheerst, die delegeert de macht aan lokale heersers en vervolgens worden die zelfstandig, tot een nieuwe machtige dynastie opstaat. Er zit iets cyclisch in.

Pas toen ik dit blogje schreef, realiseerde ik me: dit is de wereld waarover de geleerde Ibn Khaldun (1332-1406) schrijft dat geen dynastie het langer uithoudt dan een paar generaties, omdat de groepssolidariteit (ʿasabiyyah) die hielp om het gezag te vestigen, al snel zou afnemen. Fascinerend.

#Abbasiden #Aghlabiden #Algerije #Almohaden #Almoraviden #Altava #Baranis #Butr #Cairo #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #Hafsiden #Hammadiden #HarunArRashid #HerodotosVanHalikarnassos #IbnKhaldun #IbrahimIbnAlAghlab #Idrisiden #Ifriqiya #Kairouan #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanDamascus #Marokko #Massinissa #Meriniden #nomadisme #Numidië #OttomaanseRijk #Polybios #QalAtBaniHammad #Raqqada #Rostamiden #seizoensmigratie #Tlemcen #Tunesië #Umayyaden #Ziriden #Ziyaniden

2025-07-26

Médracen (Madghacen)

Het Numidische koningsgraf van Médracen

Als we de Griekse geschiedschrijver Polybios mogen geloven, was Numidië lange tijd een volkomen achterlijk gebied, tot koning Massinissa (r.202-148 v.Chr.) opstond en het gebied in hoog tempo moderniseerde. Helemaal onwaar is het niet. Op de koninklijke domeinen werd de graanteelt geïntensifieerd en Numidië begon wijn te exporteren. Massinissa’s hoofdstad Cirta, het huidige Constantine, trok Italische en Griekse migranten aan, en kort na Massinissa’s dood werden de boeken uit de bibliotheken van het in 146 v.Chr. verwoeste Karthago overgebracht naar Cirta. In Polybios’ dagen was de stad inderdaad op weg een centrum van de hellenistische cultuur te worden.

Modernisering

Van de Franse oudheidkundige Stéphane Gsell is de observatie dat Numidië in de loop van de tweede eeuw v.Chr. een grotere vooruitgang boekte dan de door de Romeinen beheerste provincie Africa (zeg maar Tunesië). Daar is weinig aan toe te voegen.

Tegelijk is Polybios’ claim dat Numidiës modernisering – om die term even te gebruiken – begon ten tijde van Massinissa, wel wat overdreven. Je kunt alleen wijn exporteren als je al weet hoe je wijnstokken moet behandelen. Dat hadden de Numidiërs al geleerd van de Fenicische kolonisten op de noordkust. Er waren al grote nederzettingen, die nog steeds herkenbaar zijn aan het feit dat de namen beginnen met een /t/, zoals Tipasa, Tazoult, Thagaste, Tiddis, Tebessa, Thubursicum Numidarum en Thamugadi.

Vermeldenswaard is ook de militaire kracht van Numidië. Na de Eerste Punische Oorlog, die voor Karthago was geëindigd in een catastrofe, kwamen de Karthaagse huurlingen in opstand en het zag er heel slecht uit voor de net door de Romeinen verslagen mogendheid. Het was alleen maar de interventie van de Numidische vorst Naravas die Karthago behoedde voor de ondergang.

Médracen (Madghacen)

Gaan we nog iets verder terug, dan is er het mausoleum waarvan u plaatjes ziet bij dit blogje. De plek heet in de Franse literatuur Madghacen en in andere talen Médracen.noot De Franse vorm komt doordat de Franse taal een huig-r heeft, zodat je makelijk van de R van Médracen komt naar Madghacen. Het is eigenlijk een enorme bazina, zoals de traditionele, ronde graven heten die we kennen uit heel Noord-Afrika en het noorden van het Arabische Schiereiland (bijv. Al-‘Ula). In zo’n rond graf ligt de overledene middenin en Médracen is geen uitzondering: er is een grafkamer.

Een bazina (Tiddis)

Een traditionele bouwvorm dus, maar wel van royale proporties: de doorsnede is negenenvijftig meter en de hoogte bedraagt bijna negentien meter. Het mausoleum is omringd door zestig pilasters met Dorische kapitelen. Die steunen een opvallend ver naar voren uitstekende kroonlijst.

Dorische pilasters

Omdat die kapitelen Griekse inspiratie veronderstellen, en omdat Polybios zich had geconcentreerd op Massinissa, werd het mausoleum aanvankelijk gedateerd in de tweede eeuw. Misschien was het wel het graf van koning Massinissa zelf, of anders toch van een van zijn opvolgers. Doordat het hout in de gang naar de grafkamer zich leende voor een koolstofdatering, weten we inmiddels dat het mausoleum dateert uit de late vierde eeuw v.Chr. De bouwheer is echter onbekend.

Koningsgraf

Het is echt heel indrukwekkend om te zien. Helemaal compleet is het echter niet. Bovenop heeft vermoedelijk een standbeeld gestaan, maar dat is weg. De loden klampen die ooit de enorme blokken natuursteen hebben verbonden, zijn in recenter tijden verwijderd, maar we weten dus dat de bouwers aan dit metaal konden komen en het konden bewerken. Ook het koper en tin, gebruikt bij de vervaardiging van hun bronzen werktuigen, moeten zijn geïmporteerd.

Het Numidische koningsgraf van Médracen

Honderden mensen moeten hebben meegewerkt aan dit project en de conclusie is simpel: wie toegang heeft tot deze metalen en zulke grote groepen mensen voor zich kan laten werken, mag met recht een koning heten. Koning Ptolemaios in Egypte zou zich niet hebben geschaamd als hij een soortgelijk mausoleum had kunnen bouwen. Dit werpt toch wel een ander licht op het Numidië vóór Massinissa.

Tot slot: in de lokale Berbertaal heet de plek Médracen, wat zoiets betekent als “de graven”. Er zijn inderdaad enkele bazina’s in de omgeving. Voor wie er heen wil: neem een taxi vanuit Constantine naar Batna, wat vermoedelijk uw bestemming is als u Lambaesis en Timgad wil bezoeken.

#Algerije #bazina #Berbertalen #brons #Cirta #Constantine #lood #Madghacen #Massinissa #Medracen #Naravas #Numidië #Polybios #StéphaneGsell #wijn

2025-06-27

Titus Livius (6): bronnen

Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Kunsthistorisch museum, Boedapest)

[Zesde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]

Livius pochte dat hij alle relevante Griekse en Romeinse geschiedenisboeken had gelezen en eigenlijk is er geen reden om daaraan te twijfelen. Dat wil niet zeggen dat gegarandeerd waar is wat hij schrijft. Niet omdat hij niet waarheidlievend zou zijn. Hij is erop gespitst de waarheid te vertellen en onderbreekt zijn verhaal regelmatig voor opmerkingen die een kritische houding verraden:

Van de vijanden kwamen 2500 man om en velen bezweken later aan hun verwondingen. Door [sommige eerdere geschiedschrijvers] wordt een veelvoud van verliezen aan weerszijden overgeleverd. Ikzelf houd om te beginnen niet van ongegronde overdrijving – een veel voorkomende neiging van geschiedschrijvers – en bovendien beschouw ik Fabius, een tijdgenoot van deze oorlog, als de beste bron.noot Livius 22.7.4; vert. Hetty van Rooijen.

Dit verhaal is meer geschikt voor een theatervoorstelling, waar wonderbaarlijke gebeurtenissen in trek zijn, dan om er geloof aan te hechten, en het is de moeite niet waard het te bevestigen of te weerleggen.noot Livius 5.21.8.

Moderne auteurs klagen over de topografische fouten van Livius, maar hij deed zijn best. Uit de aard der zaak is een juiste verbetering niet te herkennen en een verschlimmbesserung wel (voorbeeld), zodat het beeld van Livius als topograaf een tikje te zwart is. Dat correcte informatie hem interesseerde, blijkt bijvoorbeeld uit de terloopse vermelding dat hij in Liternum (bij Napels) een monument inspecteerde dat was gewijd aan Publius Cornelius Scipio Africanus.noot Livius 38.56.3. Het probleem is niet Livius’ gebrek aan kritische houding, maar de kwaliteit van zijn bronnen.

Geschiedvorsing en geschiedschrijving

Er zijn in wezen twee soorten auteurs die zich bezighouden met het verleden:

  • de geschiedvorser die archieven bestudeert en een kritische monografie schrijft over een klein onderwerp,
  • de geschiedschrijver, die zijn lezers door middel van een synthese bijpraat over een belangrijk thema.

Titus Livius behoort tot de laatste categorie. Zijn doel was een tot goed Romeins gedrag inspirerende synthese van het hele Romeinse verleden, en daarbij moest hij vertrouwen op eerdere bronnen. Als hij wilde slagen in zijn opzet, was er gewoon geen tijd om te controleren wat in zijn bronnen stond. Als die met elkaar in overeenstemming waren, presenteerde hij het als feit, en hij gaf aan als een auteur van de consensus afweek. Het is de methode die ook een Arrianus zou volgen. Gegeven de omvang van Livius’ project, was het onmogelijk het beter te doen.

Livius en Polybios

Hoewel Livius’ aanpak voor zijn gestelde doel goed was, is ze dat niet voor wat wij willen weten. Dat maakt de vraag relevant hoe hij zijn bronnen behandelde. Gelukkig kunnen we die vraag beantwoorden, omdat we de boeken 21-33 van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad kunnen vergelijken met een andere bron, de boeken 3-18 van de Wereldgeschiedenis van de Griekse auteur Polybios van Megalopolis (c.200-c.118). Livius  prijst zijn oudere collega als “een auteur die geenszins moet worden veracht” en “een betrouwbare autoriteit voor de gehele Romeinse geschiedenis”.noot Livius 30.45.5 en 33.10.10. Soms herkennen we letterlijke overeenkomsten.

Het is aantrekkelijk te denken dat Livius in eigen woorden navertelt wat hij bij Polybios had gelezen; zo bezien zou Livius’ geschiedwerk in wezen een compilatie zijn van oudere bronnen. Als je echter in detail gaat vergelijken, zoals ik heb gedaan voor het verhaal van Hannibals tocht over de Alpen, ontdek je dat Polybios en Livius dezelfde bron navertellen. Dat verklaart niet alleen de letterlijke overeenkomsten, maar verklaart bovendien waarom Livius informatie biedt die niet aan Polybios kan zijn ontleend maar wel correct is.

Livius en de Annalisten

We weten dat Livius ook andere schrijvers benutte. In de eerste pentade maakte hij gebruik van Quintus Fabius Pictor (rond 200 v.Chr.) en Lucius Calpurnius Piso Frugi (rond 150 v.Chr.). Zij waren de eerste geschiedschrijvers van Rome geweest en behoorden tot de Annales-traditie, waarin de stof jaar voor jaar werd gepresenteerd. Livius gebruikte ook jongere annalisten: de optimaat Quintus Valerius Antias (rond 80 v.Chr.) en de popularis Gaius Licinius Macer (rond 70 v.Chr.).

Ook verwijst Livius naar Quintus Aelius Tubero (rond 50 v.Chr.), maar zeer terughoudend, en het lijkt erop dat Livius deze auteur is gaan wantrouwen en er uiteindelijk geen waarde meer aan hechtte. Ik noemde Tubero vorig jaar al eens op deze blog als de aanklager van Quintus Ligarius.

In de tweede pentade kon Livius ook Quintus Claudius Quadrigarius gebruiken. Als hij de oorlog tegen Hannibal beschrijft, zijn Lucius Coelius Antipater (rond 110 v.Chr.) en Polybios de belangrijkste bronnen, terwijl Livius nog steeds Valerius Antias gebruikt voor de beschrijvingen van de gebeurtenissen in de stad. In de boeken 31-45 zijn Polybios, Antias en Quadrigarius de bronnen van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad. Al die eerdere bronnen zijn verloren gegaan – en dat zegt veel over de hoge waardering die men in de Oudheid had voor Livius.

Vertaalfouten

Livius’ verslag is dus zo goed als zijn bronnen: waar ze overeenstemden, presenteerde hij dat als feit, terwijl hij aangaf wat afweek. Dat sluit vanzelfsprekend blunders niet uit. Livius’ Grieks was niet fantastisch en soms begrijpt hij Polybios verkeerd. In een beschrijving van een belegering waarin mineurs en contramineurs in een tunnel slaags raken, vermeldt Polybios dat sommige soldaten vierkante schilden droegen, de zogeheten thyreous. Livius begreep dat als thyras, en vertaalde het als zodanig. Zodat er nu staat dat de soldaten met deuren door de tunnels liepen…noot Polybios 21.28.11 en Livius 38.7.10.

[wordt morgen afgerond]

#annalistiek #antiekeGeschiedschrijving #Arrianus #GaiusLiciniusMacer #KlassiekeGeschiedschrijvers #LuciusCalpurniusPisoFrugi #LuciusCoeliusAntipater #Polybios #QuintusAeliusTubero #QuintusClaudiusQuadrigarius #QuintusFabiusPictor #QuintusValeriusAntias #TitusLivius

2022-01-14

Was Hannibal bij Rochefort?

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, heb ik de coronacrisis gebruikt om twee boeken over Karthago te schrijven. Het tweede – chronologisch het eerste – verschijnt in maart, heet De vergeten oorlog en gaat over de Eerste Punische Oorlog (264-241 v.Chr.). Het eerste boek – chronologisch het tweede – heet Hannibal in de Alpen en gaat over de onmogelijkheid vast te stellen waar de Karthaagse generaal met z’n olifanten de Alpen is overgestoken. Het verschijnt min of meer nu.

Voor het goede begrip: de vraag waar Hannibal de Alpen overstak, is irrelevant. Het heeft desondanks niet aan wetenschappers ontbroken die beweerden de locatie van Hannibals Kraftakt te kennen. Meestal hadden ze al vastgesteld welke pas het moest wezen, en bogen ze daarna de weinige data zo dat die bij hun hypothese paste. Men redeneerde dus naar een conclusie toe. Aangezien de data niet alleen schaars zijn maar ook ambigu, passen ze bij elke hypothese en is er dus nul bewijs voor wat dan ook. Dit is gewoon slechte wetenschap.

In juli reisde ik met mijn zakenpartner door de Franse Alpen om nog een keer de diverse locaties te bekijken. Gekleed in een Tunesisch gewaad maakte ik zeven filmpjes, die er dankzij Kees Huijser ook nog een leuk uitzien. Eén ervan presenteerde ik al. Daarin leg ik uit dat we niet weten waar Hannibal de Rhône overstak, wat jammer is, omdat een noordelijke oversteekplek een sterk argument zou zijn tegen de hypothese dat hij altijd langs de Durance heeft willen trekken.

Vandaag een tweede filmpje, opgenomen bij Rochefort. Onze auteurs, Polybios en Livius, noemen allebei de stam der Allobrogen. Maar waar woonde die in 218 v.Chr.? Als we het heel zeker wisten konden we misschien concluderen dat Hannibals mannen langs de Isère en Arc naar de Mt Cenis zijn gegaan, Maar we hebben zoveel zekerheid niet.

U bestelt Hannibal in de Alpen hier.

[Wordt vervolgd]

#Allobrogen #boek #Durance #filmpje #Frankrijk #Hannibal #HannibalInDeAlpen #Isère #Polybios #Rochefort #TitusLivius #TweedePunischeOorlog

2018-10-20

De grootste oorlog uit de Oudheid (3)

De Egadische Eilanden

[Dit is de derde aflevering van een reeks over de Eerste Punische Oorlog (264-241). In het eerste deel beschreef ik hoe de Romeinen en Karthagers in conflict raakten en dat de Romeinen een vloot waren gaan bouwen In het tweede deel beschreef ik hoe de Romeinen overstaken naar Afrika en hoe consul Regulus daar door de Karthagers werd verslagen.]

Het was een geweldige blamage dat Regulus krijgsgevangen was genomen, maar de operatie in Afrika was niet volledig mislukt. Enkele Numidische stammen ten westen van Karthago hadden zich aan de Romeinse zijde geschaard, wat betekende dat de Romeinen de volgende vijf jaar niet bang hoefden zijn voor grootschalige Karthaagse initiatieven. Bovendien verscheen de Romeinse vloot net op tijd om het expeditieleger te evacueren.

Scheepsrampen

De 364 schepen keerden behouden terug naar Sicilië en de Romeinen maakten zich op voor nieuwe operaties, toen een orkaan opstak en op tachtig na alle topzware oorlogsbodems vernietigde. “De kust lag bedekt met wrakstukken en lijken,” schrijft Polybios, die toevoegt dat “niet is overgeleverd dat ooit een grotere ramp op zee heeft plaatsgevonden.” Het zou betekenen dat meer dan 100.000 opvarenden om het leven kwamen, meer dan een tiende van alle weerbare mannen uit Italië. Dat is moeilijk voorstelbaar, maar het wordt bevestigd door de officiële, door Titus Livius overgeleverde censuscijfers (die zelfs een nog grotere terugval suggereren) en er is weinig aanleiding te twijfelen aan de genoemde scheepsaantallen.

Rome was echter nog in staat legers te lichten, terwijl de Karthagers hun troepen vooral nodig hadden in de strijd tegen de Numidiërs, zodat Palermo in Romeinse handen kwam. Hierna raakte de oorlog echter in een impasse. Zonder vlootoverwicht konden de Romeinen de laatste Karthaagse havens op Sicilië, Lilybaeum (het huidige Marsala) en Drepana (Trapani), niet innemen. Ook de terugval in mankracht begon zich te doen voelen.

Bokswedstrijd

Gedurende vele jaren sleepte de oorlog zich voort. Beide partijen hielden zich bezig met kaapvaart en het plunderen van elkaars kusten. Op een gegeven moment kwam ook daaraan een einde, doordat zowel de Karthagers als de Romeinen de economische middelen niet langer hadden om oorlogsschepen uit te rusten. Jarenlang zetten de legioenen hun belegering van de havens voort, terwijl de Karthaagse leider Hamilkar Barka de Romeinen lastigviel met guerrilla-aanvallen vanuit het gebergte ten westen van Palermo, zonder dat hij erin slaagde de belegerde steden te ontzetten. Polybios vergelijkt het met een wedstrijd tussen twee voortreffelijke boksers, waarvan een verslaggever ook niet elke klap hoeft te beschrijven, en ontslaat zichzelf daarmee van de verplichting uitgebreid in te gaan op deze oorlog: “Het verhaal zou zo saai worden dat de lezer er geen profijt van heeft.”

De oorlog sleepte zich zo voort tot 241, toen de Romeinen zich voldoende hadden hersteld van de ramp die zich een halve generatie eerder had voltrokken.

Het einde van de Eerste Punische Oorlog

Ze bouwden weer een vloot en zeilden daarmee naar het westen van Sicilië, waar ze rond het begin van de lente de laatste Karthaagse schepen in het zicht van de Lilybaion en Drepana versloegen. De vondst van bronzen scheepsrammen in de wateren bij Trapani – ik blogde er al over – vormt onverwachte bevestiging van Polybios’ verhaal over de zeeslag bij de Egadische Eilanden.

Nu de Karthaagse vloot – of beter: wat daarvan resteerde – was vernietigd, was de val van de twee steden onafwendbaar geworden en de Karthagers stemden in met een vredesverdrag, waarin ze Sicilië aan de Romeinen afstonden. Zo kwam er een einde aan een oorlog die volgens Polybios vierentwintig jaren zonder onderbreking had geduurd en daardoor de langste, meest intensieve en grootste oorlog was geweest uit de geschiedenis.

Op dat oordeel valt weinig af te dingen en het bewijst dat Polybios een eerlijk historicus is die de waarde van zijn eigen geschiedwerk weet te relativeren. Zijn verhaal over de Eerste Punische oorlog is namelijk slechts de inleiding tot zijn beschrijving van Romes groei tot hypermacht, het onderwerp waarnaar hij zelf onderzoek had gedaan. De Tweede Punische oorlog, die zoveel beroemder is dan zijn voorganger, was volgens een van zijn voornaamste chroniqueurs in feite van minder belang dan wat eraan was voorafgegaan.

#EerstePunischeOorlog #EgadischeEilanden #HamilkarBarka #hypermacht #Lilybaion #Polybios #Sicilië

2021-01-28

Skaras of Arar? (1)

De Romeinse geschiedschrijver Livius en zijn Griekse voorganger Polybios stemmen soms woordelijk overeen. Ik heb het voor Hannibals tocht over de Alpen weleens bij elkaar gezet: hier kunt u zien dat ze precies hetzelfde vertellen. Des te leuker zijn natuurlijk de punten waar ze verschillen en concreet denk ik aan een zinnetje uit Polybios (Wereldgeschiedenis 3.49.6) dat overeenkomt met Livius’ Geschiedenis sinds de stichting van de stad 21.31.4. Het gaat om de beschrijving van een landtong tussen de Rhône en de… ja, daar zit dus het probleem. Als u de links naar Polybios en Livius gebruikt, zult u in het Grieks en Latijn Isara lezen, maar dat staat er niet.

De meeste middeleeuwse Polybioshandschriften noemen de tweede rivier Skaras, met als uitzondering een in München bewaarde Byzantijns manuscript dat bekendstaat als de Bavaricus of Monacensis graecus 157. Daar staat Skarôs en dat kan alleen een kopiistenfout zijn. Dit handschrift is namelijk een kopie van een verloren voorbeeld dat ook is gebruikt door de klerk die de Vaticanus graecus 1005 vervaardigde, en die noteerde Skaras. Een van de twee kopiisten maakte een overschrijffout en dat zal niet degene zijn geweest die hetzelfde schreef als alle andere handschriften. We mogen aannemen dat het Skaras en niet Skarôs was wat Polybios schreef.

Geen mens weet welke rivier daarmee kan zijn bedoeld en Livius helpt ons hier niet verder. Op precies dezelfde plek in zijn betoog stuiten we namelijk op nóg een kopiistenfout. In het oudst-bekende handschrift, de zogeheten Colbertinus, staat ibi Arar Rhodanusque confluunt, “daar stromen Arar en Rhône samen”. Dat staat ook in twee handschriften uit de dertiende eeuw, de Laurentianus Notatus en de Agennensis (ooit gecorrigeerd door de beroemde geleerde Petrarca).

Het staat bovendien in een tiende-eeuws manuscript, de Mediceus, al stond daar oorspronkelijk ibi Sarar. Iemand heeft dat echter verbeterd en we weten niet wanneer dat is gebeurd en over welke informatie de corrector beschikte.

Die vragen zijn niet onbelangrijk, want andere handschriften suggereren dat de S er wel degelijk moet staan. De Parisinus en de Cantabrigiensis (ooit vervaardigd voor Thomas Becket) gaan allebei terug op een verloren handschrift waarin Bisarar heeft gestaan. Ook in dat handschrift stond dus een S.

Tegelijk is daar ibi, “daar”, verdwenen. Dat levert een vreemde aansluiting op tussen twee zinnen: nadat Livius in het voorafgaande zinnetje heeft geschreven “Na vier dagmarsen bereikte hij het eiland” volgt abrupt “De Bisarar en Rhône stromen samen”. Omdat dit zo raar is, gaan oudheidkundigen er tegenwoordig van uit dat Arar de correcte lezing is, maar welbeschouwd is dit op niets anders gebaseerd dan de aanname dat Livius geen stijlfouten maakte. Die maakt hij inderdaad zelden, maar Sarar of eventueel Bisarar zijn niet volledig uit te sluiten.

[Wordt morgen vervolgd]

#Arar #Frankrijk #Polybios #Rhône #schrijffout #Skaras #stijlfout #TitusLivius

2023-11-28

De Huurlingenoorlog (1)

Borstpantser, mogelijk gebruikt door een kleine Italische huurling in de Huurlingenoorlog (Musée national du Bardo, Tunis)

Ik heb in het verleden regelmatig geblogd over Karthago en de Punische Oorlogen tegen de Romeinen. De Huurlingenoorlog (241-238 v.Chr.) heb ik echter nog nooit behandeld, terwijl dat een fascinerend onderwerp is. Het was een humanitaire catastrofe zonder weerga.

Eigenlijk is de naam “Huurlingenoorlog” net zo eufemistisch als de naam die de geschiedschrijver Polybios gebruikt: “de oorlog die de Verdragloze wordt genoemd”. Dat geeft weliswaar aan dat het conflict absoluut en onverzoenlijk was, maar het woord “oorlog” suggereert dat er definieerbare fronten en strijdende partijen waren. Maar zo geordend was het niet. Het was een bewapend conflict van allen tegen iedereen.

Het conflict begon in de laatste weken van de Eerste Punische Oorlog. De Romeinen hadden bij de Egadische Eilanden de Karthaagse vloot verslagen en de Karthaagse soldaten op Sicilië, vrijwel allemaal huurlingen, wisten dat ze nooit meer bevoorraad zouden worden. Ze capituleerden en mochten vertrekken naar Afrika. Daar veroorzaakten ze al snel de totale anarchie.

Ontevreden huurlingen

Geskon, de officier met de weinig benijdenswaardige taak opdracht de capitulatie te regelen, liet in de zomer van 241 v.Chr. de soldaten in groepjes laten terugkeren, opdat de Karthaagse autoriteiten hun regiment voor regiment konden betalen en demobiliseren. De voorzorgsmaatregel bevestigt dat er al problemen waren met de betaling van de soldaten, die al eerder in opstand waren gekomen.

De Karthaagse betaalmeesters gaven de manschappen een voorschot en stuurden ze door naar Sikka, 180 kilometer naar het westen, het huidige El Kef. Het is mogelijk dat ze opdracht kregen hierheen te gaan omdat de Karthagers hen het liefst zo ver mogelijk wilden hebben, maar het kan ook zijn dat oorlog dreigde met Numidië, of allebei.

Niet veel later arriveerde Hanno de Grote, een vooraanstaand politicus, om de huurlingen de situatie uit te leggen: Karthago had geen geld in kas en hoopte dat ze genoegen konden nemen met minder. Misschien zouden de manschappen, die wisten hoe slecht het ervoor stond, er enige redelijkheid in hebben kunnen herkennen en was er met rustig onderhandelen een acceptabel compromis mogelijk geweest, maar de tolken gaven de boodschap niet goed door en de Iberiërs, Kelten, Liguriërs, Balearen, Libiërs en Grieken beschouwden Hanno’s voorstel als onacceptabel. De strijdmacht rukte van Sikka op naar Tunis.

Ontevreden boeren

Er was nog meer ontevredenheid. De boeren waren de voorgaande jaren gedwongen geweest de helft van hun oogst af te staan aan Karthago, wat in elke voorindustriële samenleving absurd veel is. Ook de steden in het Karthaagse achterland hadden reden tot kwaadheid, want ze hadden dubbel tribuut moeten betalen. De onvrede greep om zich heen, en toen de 20.000 man sterke huurlingenschare was aangekomen in Tunis, wist de Karthaagse Raad van Ouden niet beter dan in te stemmen met de eis tot onmiddellijke betaling.

Nu roken de huurlingen bloed, en ze bedachten meteen enkele aanvullende kostenposten. Generaal Hamilkar Barka bleek als onderhandelaar onacceptabel – hij had in Sicilië betalingen toegezegd die nooit waren gedaan – maar Geskon had meer succes. Hij betaalde de eerste regimenten en begon soldaten naar huis te sturen.

Naar een Huurlingenoorlog

Sommige mannen hadden echter geen belang bij een oplossing. Zo was daar Spendius, een weggelopen slaaf uit Italië die niets te winnen had bij demobilisatie. Hij zou dan immers terug moeten naar zijn meester. Verder was er de Libiër Matho, die als een van de leiders van het oproer de aandacht al had getrokken en wist dat als het huurlingenleger eenmaal ontbonden was, niets hem zou beschermen wanneer de Karthagers een prijs op zijn hoofd zouden zetten. Door hun gestook – althans, zo presenteert Polybios het – liep Geskons poging de gemoederen tot bedaren te brengen uit op niets.

De opstandelingen namen de Karthaagse officier gevangen, en toen duidelijk was dat ze Karthago zouden aanvallen, kregen ze de steun van de uitgebuite Libische boeren. “De mannen hadden geen aansporing nodig,” noteert Polybios, die ook het oncontroleerbare aantal van 70.000 opstandige boeren vermeldt.

Even oncontroleerbaar is dat de vrouwen hun sieraden afstonden om soldij te betalen. Misschien gebeurde het echt, maar het is wel een cliché in de antieke literatuur. De munten uit deze jaren suggereren dat de huurlingen in dienst traden van de verenigde steden in het Karthaagse achterland, die een eigen leider hadden, Zarzas. Dat zal althans de officiële fictie zijn geweest in een tijd waarin het recht van de sterkste bepalend was.

[Wordt vervolgd; dit blogje was gebaseerd op een hoofdstuk uit mijn boek De vergeten oorlog. Wat mij betreft bestelt u het en doet u het iemand cadeau met Sint-Nikolaas. Maar u kunt natuurlijk ook mijn nieuwe boek bestellen, Oudheidkunde is een wetenschap. Mijn uitgever is goed voor me geweest en wil ook wel eens een bestseller hebben.]

#ElKef #Geskon #HamilkarBarka #HannoDeGrote #huurlingen #Huurlingenoorlog #Karthago #Matho #Polybios #soldij #Spendius #Tunesië #Tunis #Zarzas

2025-05-06

wer den vollen Text von #polybios und dem "Verfassungskreislauf" sucht, wird hier fündig:

penelope.uchicago.edu/Thayer/E

[..] who experienced the evils of oligarchical [..], they [..] set a high value on equality and freedom of speech. But when a new generation [..] have become so accustomed to freedom [..] that they no longer value them, [..] they begin to lust for power and [when they] cannot attain it through [..] their own good qualities, they [..] corrupting the people in every possible way.

rkslp.orgrkslp
2025-02-17

Wenn die Mehrheitsmeinung des Volkes in der Demokratie als heilige Legitimationsquelle tituliert, kann man sich fragen, ob er bewusst nicht zwischen und unterscheidet. Die neue Rechte hängt doch jetzt #Deneen an. Oder nicht? Da geht's nicht nur um Olis.

2024-04-24

Het Ptolemaïsche Rijk

Ptolemaios I Soter (Nationale Bibliotheek, Brussel)

Zo te zien heb ik op deze blog al achtenentwintig keer verwezen naar de Ptolemaiën en heb ik achtentachtig keer het woord “Ptolemaïsch” gebruikt. En ik zal weleens hebben verteld dat dat de hellenistische dynastie was die heerste over onder andere Egypte, maar eigenlijk kan ik daar ook weleens systematisch over schrijven. Voilà.

Alexander

In de eerste weken van 332 v.Chr. bereikte de Macedonische koning Alexander de Grote Egypte. Het lijkt een beetje vakantie te zijn geweest, want militair viel er weinig te doen. Het garnizoen dat de Perzen in Egypte hadden, was anderhalf jaar eerder uitgerukt om Alexander tegen te houden, maar ten onder gegaan in de slag bij Issos. Er waren nog altijd Perzische troepen in het land van de Nijl, maar die vormden geen bedreiging voor Macedonië of Griekenland. Alexander zou, na de inname van Tyrus en Gaza, hebben kunnen oprukken naar Mesopotamië. Maar Egypte was een land vol wonderen en had voor elke geletterde Griek of Macedoniër een zekere aantrekkingskracht.

Een offerende Ptolemaïsche koning (Louvre, Parijs)

En dus ging Alexander naar Egypte. Hij stelde een gouverneur aan, vereerde de Apis, bezocht het afgelegen orakel van Ammon in Siwa en herorganiseerde een paar dorpjes aan de westelijke mondig van de Nijl: Alexandrië. En toen was het weer tijd om te gaan.

Ptolemaios

Alexander overleed op 11 juni 323 v.Chr. in Babylon, en zijn officieren verdeelden het wereldrijk. Al hielden ze de schijn op dat het een eenheid was. Perdikkas gold als regent van Alexanders zwakbegaafde broer en opvolger, Filippos Arridaios. Een van de officieren, Ptolemaios, begon zich echter steeds onafhankelijker te gedragen en provoceerde de anderen door het stoffelijk overschot van Alexander, dat naar Macedonië werd getransporteerd, te laten roven. Perdikkas kon niet anders dan de oorlog verklaren, maar toen hij in 320 arriveerde, werd hij verslagen en vermoord.

De gebeurtenis markeert het begin van de onafhankelijkheid van Egypte onder een nieuwe dynastie, die van de Ptolemaiën. In 306 v.Chr. liet Ptolemaios zich kronen volgens het oud-Egyptische ritueel. Een Egyptenaar herkende hem nu als de god op aarde die de gehele mensheid vertegenwoordigde vis-à-vis de grote kosmische goden. Een Macedoniër of Griek herkende het idee van de kosmokrator, “wereldheerser”, een van de titels van Alexander.

Arsinoë II (Metropolitan Museum, New York)

In deze jaren breidde Ptolemaios ook zijn macht gestaag uit. Naar het westen, naar Cyrenaica; naar het noordwesten, richting Griekenland; naar noorden, naar Cyprus; en naar het noordoosten, naar het huidige Israël en Libanon. Later zou Ptolemaios’ zoon Ptolemaios II Filadelfos nog het gebied tussen het Eerste en het Tweede Cataract toevoegen. Deze uitbreidingen betroffen precies die gebieden waar een leger zich zou kunnen verzamelen voor een aanval op Egypte. Een soort voorwaartse verdediging dus.

De Ptolemaiën

De veertien koningen van deze dynastie heetten allemaal Ptolemaios. Men onderscheidde ze met hun bijnamen, zoals Soter (redder”), Euergetes (“weldoener”) of Auletes (“fluitspeler”). Moderne historici nummeren ze van I tot en met XV.noot Ptolemaios VII heeft nooit geregeerd. Een voor de oude wereld opmerkelijke kant van deze Ptolemaïsche monarchie was dat vrouwen een prominente rol konden spelen. Er waren zeven koninginnen genaamd Kleopatra, vier Berenikes en evenveel Arsinoës. Zij regeerden voor minderjarige zonen of broers. Dit was redelijk uniek in de Oudheid.

Een papyrus uit het archief van Zenon, een hoge Ptolemaïsche ambtenaar (Nationaal archeologisch museum, Athene)

Een ander intrigerend aspect was de bereidheid van de Ptolemaiën, vooral de wat latere, om zich te presenteren als Egyptische farao’s. Dit was minder uniek. Ook de Seleukiden in de Aziatische delen van het voormalige Alexanderrijk presenteerden zich regelmatig als bijvoorbeeld de koning van Babylonië.

Een rode draad in het buitenlandse beleid is de strijd om “Hol Syrië”, d.w.z. het Aziatische deel van het Ptolemaïsche Rijk. Daarop maakten ook de Seleukiden namelijk aanspraak. Tijdens de “Syrische Oorlogen” moesten beide partijen hun middelen herorganiseren. Dit lijkt wel wat op het Europese staatsvormingsproces in de Nieuwe Tijd.

Maquette van de Vuurtoren van Alexandrië (Dieter Cöllen)

Crisis

In de derde eeuw was het Ptolemaïsche Rijk oppermachtig. De multi-etnische hoofdstad Alexandrië was een cultureel centrum zonder weerga, met de beroemde bibliotheek en vuurtoren, een bloeiend literair leven, innovatieve architectuur en talloze grote wetenschappers.

Tegen het einde van die eeuw werden echter Egyptische soldaten opgenomen in het leger, dat voordien had bestaan uit Griekse huurlingen en soldaten van Macedonische afkomst. De geschiedschrijver Polybios meende dat de Egyptische troepen het begin van het einde vormden. Dat is vermoedelijk een schoolvoorbeeld van de redenatiefout die bekendstaat als post hoc ergo propter hoc, want er is geen mogelijkheid de emancipatie van de Egyptische bevolking te zien als oorzaak van het verval in de tweede eeuw.

Een mummie-kartonnage uit de Ptolemaïsche tijd (Archeologisch Museum, Zagreb)

Maar het verval was er. Na de dood van Ptolemaios IV Filopator in 204 was zijn zoon Ptolemaios V Epifanes nog te jong om te regeren. Bovendien werd zijn moeder Arsinoë III vermoord. Tijdens deze crisis besloten de Seleukidische koning Antiochos III de Grote en de Antigonidische koning Filippos V van Macedonië het Ptolemaïsche Rijk aan te vallen en de buit te verdelen. Toen in 195 een vredesverdrag tot stand kwam, had Egypte Hol Syrië en alle overzeese bezittingen verloren, behalve Cyprus. In de daaropvolgende jaren waren er verschillende opstanden in Egypte.

In 169 en 168 viel de Seleukidische koning Antiochus IV Epifanes Egypte binnen. Hij veroverde de Delta en belegerde Alexandrië. De Romeinen kwamen echter tussenbeide en dwongen hem terug te keren. Vanaf nu was het Ptolemaïsche Rijk feitelijk een Romeins protectoraat.

Het odeon van Alexandrië

Het einde

De eerste Romeinse plannen om Egypte te annexeren dateren uit de jaren 140, maar het fameus welvarende koninkrijk was een te grote prijs om door één man te worden bemachtigd. Zo’n veroveraar zou het Romeinse staatsbestel destabiliseren.

Egypte werd dus met rust gelaten tot 47 v.Chr., totdat Julius Caesar – die op dat moment alle andere senatoren al had verslagen – aankwam in Egypte. Na de Alexandrijnse Oorlog, waarover ik al heb geblogd, benoemde hij Kleopatra VII en haar twaalfjarige broer Ptolemaios XIV tot heersers. Zeventien jaar later dreef Caesars adoptiefzoon Octavianus Kleopatra tot zelfmoord. Haar zoon Ptolemaios XV werd vermoord en het Ptolemaiënrijk werd een provincie van het Romeinse keizerrijk. Pas negen eeuwen eeuwen later zou Egypte zijn onafhankelijkheid herwinnen.

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

Zelfde tijdvak


Alexander de Grote bij Halikarnassos (1)

april 9, 2025
De synagoge

april 28, 2024
M2 | Filippos II van Macedonië

november 3, 2023 Deel dit:

#AlexanderDeGrote #Alexandrië #AlexandrijnseOorlog #Antigoniden #AntiochosIIIDeGrote #AntiochosIVEpifanes #ArsinoëIII #bibliotheekVanAlexandrië #Diadochen #EersteCataract #FilipposIIIArridaios #FilipposV #Gaza #HolSyrië #huurlingen #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #Nijl #Octavianus #Perdikkas #Polybios #PtolemaïscheRijk #PtolemaiosISoter #PtolemaiosIIFiladelfos #PtolemaiosIVFilopator #PtolemaiosVEpifanes #PtolemaiosXIV #PtolemaiosXVCaesarion #SeleukidischeRijk #SyrischeOorlogen #TweedeCataract #VuurtorenVanAlexandrië #Zenonpapyri

Jona lenderingJonaLendering
2023-02-09

Een van de beste geschiedschrijvers uit de Oudheid is . Ik blog er vandaag over. Waarom is hij veel minder bekend dan andere, minder goede auteurs?

wp.me/p1HkCZ-kuG

Jona lenderingJonaLendering
2023-02-09

Een van de beste geschiedschrijvers uit de Oudheid is . Ik blog er vandaag over. Wat was volgens hem de reden voor het succes van de Romeinen?

wp.me/p1HkCZ-kuF

Jona lenderingJonaLendering
2023-02-09

Een van de beste geschiedschrijvers uit de Oudheid is . Ik blog er vandaag over en behandel ook de beroemde anekdote over de tranen van Scipio.

wp.me/p1HkCZ-kuE

Jona lenderingJonaLendering
2023-02-09

Een van de beste geschiedschrijvers uit de Oudheid is . Ik blog er vandaag over. Bijvoorbeeld over zijn leven.

wp.me/p1HkCZ-kuD

Jona lenderingJonaLendering
2023-02-09

Een van de beste geschiedschrijvers uit de Oudheid is . Ik blog er vandaag over. Eerst de centrale thematiek: Romes greep naar de wereldmacht.

wp.me/p1HkCZ-klO

Client Info

Server: https://mastodon.social
Version: 2025.07
Repository: https://github.com/cyevgeniy/lmst