#augustinus

2026-01-13

Manicheeërs in China

Schijf met manichese motieven (Wereldmuseum, Leiden)

Het manicheïsme is een verdwenen godsdienst uit de Late Oudheid. De stichter was de Mesopotamische profeet Mani (216-274 na Chr.), die onderwees dat het universum was verdeeld in twee strijdige kampen, de kwade materiële wereld (“de Duisternis”)  en de goede wereld van de geest (“het Licht”). Dit dualisme deelde het manicheïsme met het Perzische zoroastrisme. Daarnaast accepteerde het elementen uit het neoplatonisme, het rabbijnse jodendom, de gnosis, de hellenistische godsdiensten van Mesopotamië en het vroege christendom. Mani beschouwde zich als de Trooster (Parakleet) die in het Johannes-evangelie wordt aangekondigd.noot Johannes 14.16. Mani kende ook de Indische godsdiensten en er zijn in de manichese geschriften ook boeddhistische elementen aan te wijzen.

Van Mani naar China

Het manicheïsme ontstond in het nog jonge Sassanidische Rijk, geregeerd door een dynastie die als voorvader een belangrijke priester van Anahita had. De eerste koningen waren geen scherpslijpers en kunnen Mani’s opvattingen, die een synthese vormden van alle binnen het rijk bestaande ideeën, hebben beschouwd als nuttig om eenheid te scheppen.

Dat veranderde echter toen in 273 koning Bahram I aan de macht kwam. Deze stond onder invloed van een zoroastrische hogepriester, Kartir, die meende dat áls er dan zo nodig eenheid moest zijn, die moest uitgaan vanuit het zoroastrisme. De manicheeërs kregen daarna te maken met vervolging en Mani overleed in de gevangenis. Daar zou hij, als een soort Sokrates, in de cel gesprekken hebben gevoerd met zijn leerlingen, waarin hij hun uitlegde dat de dood voor de ware wijze iets nastrevenswaardigs is omdat de ziel dan terugkeert naar het Licht.

Mani zou twaalf apostelen hebben gehad, die het nieuwe geloof verspreidden over de rest van de wereld. Naar het Romeinse Rijk, maar ook naar het oosten. Het hielp natuurlijk dat een religie die zich baseert op eerdere godsdiensten, overal wel iets herkenbaars heeft. Een zekere Mar Ammo (d.w.z., de Aramese vorm van de christelijke naam Immanuel) bereikte al tijdens Mani’s leven het huidige Oezbekistan, dat destijds Sogdië heette. Daarvandaan verspreidde het manicheïsme zich langs de Zijderoute naar het oosten, over de Pamirbergen, naar Xinjiang en richting China. Met name tijdens de Tang-dynastie, die in 618 de macht verwierf, kregen de manicheeërs alle ruimte.

Manichese motieven

De bovenstaande metalen schijf, te zien in het Wereldmuseum in Leiden, toont vooral heel veel druiventrossen: het heilige voedsel van de manicheeërs. In de buitenring zijn deze trossen en ranken aangevuld met vogels, die golden als de brengers van vreugde en huwelijksgeluk. In de binnenring zijn leeuwen te herkennen, die de zon symboliseerden, en fabeldieren die stonden voor het Licht.

Invloed elders

Het manicheïsme heeft twee eeuwen kunnen bestaan, maar werd toen door de Chinese autoriteiten verboden. Iets dergelijks gebeurde in het westen, waar keizer Diocletianus al rond 300 na Chr. maatregelen had genomen tegen wat hij beschouwde als een on-Romeinse cultus. Evengoed waren er eind vierde eeuw nog aanhangers; geen stuk over het manicheïsme is compleet zonder de vermelding dat de christelijke kerkvader Augustinus in Karthago een tijd lang manicheeër is geweest.

Ook is een stukje over manicheïsme incompleet zolang niet is opgemerkt dat het in de zevende eeuw, dus toen het voet aan de grond kreeg in Tang-China, eveneens doorbrak in Armenië, waar de aanhangers van dit geloof bekendstaan als paulicianen, en dat de Byzantijnen hen overplaatsten naar de Balkan, waar ze bogomielen heetten, en dat zij vervolgens weer de Zuid-Franse katharen beïnvloedden. Ik noteer dit maar even, opdat u niet denkt dat ik de genreconventies niet zou kennen, maar ik voeg toe dat we over de paulicianen feitelijk helemaal niets weten en dat de overeenkomsten tussen katharen en manicheeërs weliswaar kunnen hebben bestaan, maar evengoed kunnen zijn geconstrueerd door inquisiteurs die de gelovigen het verhoor afnamen en gericht vroegen naar dualistische ideeën.

Kortom, laten we de nawerking van het manicheïsme maar negeren. Ze is veel te speculatief. Laten we ons liever beperken tot de Late Oudheid. Het toenmalige manicheïsme, dat zich uitstrekte van Karthago tot China, is immers interessant genoeg.

[Dit was het 523e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#Augustinus #BahramI #Kartir #Mani #manicheïsme #MarAmmo #Sassaniden #Sogdië #TangDynastie #Zijderoute #zoroastrisme
xjoexjoe
2026-01-04

@Kraemer_HB Trump hat was von gehört? LOL

2026-01-01

Das neue Jahr startet mit starkem Wind hier im Norden, als wollte es das alte weg pusten, mit aller Kraft. Irgendwie gefällt mir diese Analogie besonders, nichts wünsche ich mir mehr als dass 2025 verschwindet und nie mehr wieder kommt. Zu sehr hat es versucht an mir zu kratzen und mich auszusaugen.

Wann beginnt also etwas Neues? Natürlich ist ein Jahreswechsel etwas artifizielles. Was soll […]

https://blog.hamdorf.org/2026-beginnt/
Nutt LosNuttLos
2025-11-13

Meine private These ist ja, dass Peter Thiel selber der Antichrist ist. Aber das müsst Ihr mir natürlich nicht glauben. Ich bin selber eine überaus fragwürdige Gestalt. 😁

youtube.com/watch?v=v8CWfDhNX7g

2019-11-30

Numidië

Timgad, een van de voornaamste Romeinse steden in Numidië

De Numidiërs waren de mensen die woonden in het gebied ten westen van Karthago. Er waren twee regio’s, bewoond door de Massyliërs in het noordoosten van het huidige Algerije en de Masaeisyliërs in het noordwesten. Ik weet er vrijwel niets van. Daarom zit ik, tegen de tijd dat u dit leest, in het vliegtuig naar Tunis, van waaruit ik Karthago wil bezoeken om daarna richting Algiers te reizen. Daar hoop ik ten tijde van de verkiezingen te zijn, dus wie weet wat we gaan beleven.

Om de waarheid te zeggen heeft mijn reis iets van een vlucht. Ik heb twee krankzinnig drukke maanden achter de rug. Ik werk aan een boek. Mijn vorige boek is donderdag gepresenteerd. Mijn huis wordt verbouwd – ze zijn er al anderhalf jaar mee bezig – en de rust die ik zoek, wordt me juist daar waar je denkt jezelf te kunnen zijn, het luidruchtigst ontnomen. Afgelopen woensdag, nadat ik ook onverwacht een nieuwe computer had moeten kopen en installeren, bedacht ik dat ik behoefte had aan vakantie; dat heb ik niet vaak en komt schokkend snel nadat ik verfrist terug was gekomen van mijn schrijfzomer in Gemmenich. Kortom, ik ga op reis om, door iets nieuws te leren, de accu op te laden.

Het land

Het Numidische landschap bestaat, zo begrijp ik, uit een kuststrook met daarin de havens van Caesarea (het moderne Cherchell), Tipasa, Icosium (Algiers) en Hippo Regius (Annaba). Daarachter beginnen de hooglanden van Numidië. Wie vanuit de havensteden het land intrekt, steekt eerst een oostelijke uitloper van de Tell Atlas over, bereikt daarna de golvende, steppeachtige vlakte die nu de “Hautes Plaines” wordt genoemd, en steekt vervolgens de Sahara-Atlas over om te eindigen bij de zandwoestijn, de Grand Erg. In het oosten sluiten de twee uitlopers van de Atlas zich in het berglandschap dat Aurès heet. Net ten oosten van de Tunesische grens werd bij Chimtou het beroemde giallo antico gewonnen dat je in alle delen van de oude wereld wel vindt.

Numidische goden, Chimtou

Ik heb begrepen dat het gebied vrij vruchtbaar is. Dat de Numidiërs voornamelijk zwervende herders zouden zijn geweest, is een misverstand gebaseerd op het feit dat hun naam lijkt op het Griekse woord νομάδες, dat verwijst naar herdersstammen. Die waren er zeker. Ze hadden hutten op wielen die ze mapalia noemden. Maar de meeste mensen waren sedentair, zoals Herodotos al correct vermeldt.

De Numidische kusten werden voor het eerst verkend door de Feniciërs, die hier verschillende kolonies stichtten, zoals Iol en Hippo Regius. Hier handelden ze met de mensen in het binnenland.

Numidisch koningsgraf te Médracen, niet ver van Batna

De vorsten van Numidië

De twee genoemde politieke eenheden, de Massyliërs in het oosten en de Masaeisyliërs richting Marokko, zijn gedocumenteerd vanaf de derde eeuw v.Chr. Beide groepen leverden cavalerie, die bijvoorbeeld tijdens de Tweede Punische Oorlog meevocht in het leger van Hannibal (218-202). De Karthaagse bondgenoot Syfax was in die tijd leider van de Masaeisyliërs; zijn rivaal was de Romeinse bondgenoot Massinissa van de Massyliërs. Deze profiteerde van zijn bondgenootschap met Rome en veroverde na de Tweede Punische oorlog de steden SabrathaOea en Lepcis Magna in het huidige Libië.

Numidische ruiter (Musée national des antiquités, Algiers)

Massinissa stierf in 148 v.Chr., kort voordat de Romeinen Karthago veroverden en het huidige Tunesië annexeerden. De Massylische koning werd opgevolgd door zijn zonen Micipsa, Gulussa en Mastanabal en later door Jugurtha (r.118-104). De laatste werd verslagen door de Romeinse generaal Marius, waarna delen van zijn koninkrijk werden toegevoegd aan het Romeinse rijk. In 46 v.Chr. voegde Julius Caesar meer Massyliaans gebied toe aan het Romeinse Rijk. De Masaeisylische Numidiërs verloren hun onafhankelijkheid pas later en werden opgenomen in de provincie Mauretanië.

Romeinse provincie

Het Derde Legioen Augusta, aanvankelijk gevestigd in Tebessa (tegenwoordig Theveste), zou de grens verdedigen. Het werd later overgeplaatst naar Lambaesis (bij Batna). Even verderop lag de nieuwe stad Thamugadi (Timgad). Ik hoor dat dit een schitterende plak is om te bezoeken, werelderfgoed zelfs, dus ik kijk ernaar uit.

Hoewel we niet beschikken over antieke Numidische literatuur, kennen we de namen van verschillende goden. In Cirta (het huidige Constantine) is bijvoorbeeld een heiligdom opgegraven van Baal-Hammon, de heer van de Onderwereld. Ik blogde er al over. Onder de Numidische goden waren ook Aulisua, Iocolon en Motmanius, bekend van inscripties maar wel wat schimmig.

Lambaesis, Romeinse legioenbasis

De Romeinse auteur Cassius Dio verwijst naar religieuze bezweringen en betoveringen, waardoor de Numidiërs regen zouden hebben laten vallen. Soortgelijke bezweringen worden genoemd door Herodotos. Dit was de wereld waarin de christelijke auteur Augustinus leefde (354-430). Hij is geboren in Thagaste en eindigde als bisschop van Hippo Regius. Ik ben erg benieuwd wat we de komende twee weken zullen meemaken.

#Algerije #Algiers #Annaba #Augustinus #Cherchell #Chimtou #ChristianJongeneel #Cirta #Constantine #GaiusMarius #Gulussa #Hannibal #HerodotosVanHalikarnassos #HippoRegius #Icosium #IIIAugusta #IolCaesarea #Jugurtha #JuliusCaesar #Lambaesis #LepcisMagna #Masaeisyliërs #Massinissa #Massyliërs #Mastanabal #MauretaniaCaesariensis #Medracen #Micipsa #Oea #Sabratha #Syfax #Thagaste #Thamugadi #Timgad #Tipasa
2019-12-04

Augustinus’ olijfboom

Wat opvalt bij het lezen van Augustinus is dit: hij was rusteloos op zoek naar de waarheid. Hij bekeerde zich dus eerst (na de lectuur van Cicero’s Hortensius) tot de filosofie, bekeerde zich tot het manicheïsme, bekeerde zich tot het christendom, bekeerde zich daarbinnen weer tot de variant die we nu orthodox noemen en vond geen rust. De polemieken rond het pelagianisme zijn niet de teksten van een man die tevreden is met wat hij heeft gevonden of heeft bereikt.

Hij was bereid voor de waarheid een hoge prijs te betalen. Hij had, in de keizerlijke residentie Milaan, een voorname positie aan het hof, stond op het punt zich in te trouwen in een vooraanstaande familie en mocht vooruitzien naar lucratieve betrekkingen in het rijksbestuur, toen hij ineens een punt zette achter die loopbaan en zich terugtrok. Augustinus was maar een venditor verborum geweest, een kletsmajoor. Het is alsof iemand die op het punt staat de Nobelprijs voor de Letteren te krijgen, concludeert dat literatuur eigenlijk maar prietpraat is, de Zweedse Academie adviseert naar de pomp te lopen en besluit de waarheid buiten de literatuur na te jagen. Dat Augustinus zoiets deed, illustreert zijn gedrevenheid.

Anders dan zijn tijdgenoot Synesios, die bijvoorbeeld geloofde dat onbestrafte moordenaars na hun dood bleven spoken, is er bij Augustinus weinig kleingelovigs te vinden. Hij sneed grote thema’s aan. De aard van de tijd. Het ontwikkelende ego. De rol van de overheid. Het verschijnsel wil. De herkomst van het kwaad. Alleen mensen maken onderscheid tussen goed en kwaad. Het is een van de dingen die hen maakt tot mensen.

Omdat Augustinus leefde in de late vierde eeuw na Chr., drukte hij zijn ideeën uit in de toenmalige vormentaal van het neoplatonisme en van het christendom. Dat is voor ons wat lastig te doorgronden. Soortgelijke dingen zijn te zeggen over de andere filosofen uit die tijd. Ook zij worstelden met de vraag waarom mensen het kwade konden doen. Dat leidde dan tot discussies over de aard van de ziel – bestond die uit een deel dat naar het goede en een deel dat naar het slechte streefde? Of had een mens soms twee zielen? De hermeneutische exercitie bestaat eruit dat we de eigenlijke gedachten om te zetten in onze eigen vormentaal. Leefde Augustinus in onze tijd, hij zou het hebben gehad over het reptielenbrein.

***

Op weg naar M’daourouch, het antieke Madauros, zijn we woensdag door Souk Ahras gekomen: het Thagaste waar Augustinus is geboren. Een druk, levendig, modern stadje. De heuvel in het stadscentrum moet in de Oudheid gedomineerd zijn geweest door een tempel; tegenwoordig zijn daar een oud mausoleum en een verveloze mairie. In de achtertuin daarvan staat een olijfboom – zie de foto hierboven – met meerdere stammen. Die staat bekend als l’olivier de Saint Augustin. Een bijzondere band met de bisschop is er vanzelfsprekend niet. Dit soort associaties zijn normaal in de volkscultuur, vergelijk Stonehenge en de tovenaar Merlijn.

Een tijdje geleden heeft, zo vertelt men hier, een Amerikaans lab onderzocht hoe oud de boom was en hij bleek maar liefst negenentwintig eeuwen oud te zijn. Dat Augustinus de boom, toen al eeuwenoud, heeft gezien, is aannemelijk, want zijn heidense vader zal hem wel eens hebben meegenomen naar die tempel op de heuvel. Maar meer valt er niet van te maken.

***

Er is een bordje met uitleg, geschreven in het Tamazight ofwel Berber. Een mooi voorbeeld van culturele reappropriatie.

#Algerije #Augustinus #bisschop #cultureleToeEigening #Numidië #olijfboom #pelagianisme #reptielenbrein #SoukAhras #Thagaste #ziel

2021-06-10

De ketter van Carthago (1)

De oudste afbeelding van Augustinus (Lateraan)

Waarom lezen mensen na zestien eeuwen nog altijd Augustinus? In mijn geval is het simpel: het zou voor een oudheidkundige bizar zijn een immens corpus aan informatie ongelezen te laten. Voor anderen is het misschien wat problematischer. Je kunt namelijk veel over de bisschop van Hippo zeggen, maar niet dat het een toegankelijke auteur is. Ik heb basisschoolkinderen een vertaling van Homeros’ verhaal over Bellerofon voorgelezen en ze begrepen het; je kunt Suetonius, Herodotos en het Epos van Gilgameš lezen zonder al te veel voorkennis; maar Augustinus is lastiger.

Een vrolijk mensbeeld heeft hij ook niet. De mens heeft zijn onvolmaaktheid te danken aan de zonden van zijn voorouders en is daardoor ook zelf een zondaar: dat is toch iets heel anders dan het Verlichtingsidee dat de mens van nature goed is en zichzelf kan verbeteren. Ik wil dat laatste geloven. Schindler’s List is zo’n boeiende film omdat het toont dat een opportunist een goed mens kan worden, wat een stuk interessanter is dan het obligate “goed mens degenereert tot slecht mens”. Een goed educatief systeem geeft mensen de middelen zichzelf te verbeteren. Noem het voor mijn part Bildung. Maar ondanks mijn sympathie voor die optimistische idealen ben ik niet blind voor het feit dat evenveel mensen niet boven zichzelf uitgroeien, onderpresteren en van goed mens opportunist worden. Augustinus’ mensbeeld mag dan somber zijn, het is niet onrealistisch.

Donatisme

Misschien is dat wat Augustinus boeiend maakt, dat je kunt ziet dat hij ermee heeft geworsteld. Die worsteling ging om meer dan de abstracte vraag of mensen goede of slechte wezens waren. Terwijl Augustinus in Hippo aan het hoofd stond van wat ik gemakshalve een algemene kerk zal noemen, was in dezelfde stad een andere christelijke groep die zichzelf beschouwde als volmaakt zuiver. De wortels van de kerkscheuring lagen een eeuw eerder toen de keizers Constantijn en Licinius hadden aangekondigd dat de kerken gecompenseerd moesten worden voor de financiële verliezen tijdens de christenvervolgingen. In Karthago waren op dat moment twee bisschoppen waarvan er een én het geld kreeg én niet volgens de juiste procedures was gewijd. Zijn rivaal greep de onzuiverheid van zijn concurrent aan om het geld op te eisen.

Sindsdien waren er twee kerken in Afrika: de officiële, door de keizers erkende, waartoe Augustinus behoorde, en de donatistische, die zuiver claimde te zijn. Dat sloot wereldse rijkdom niet uit. Het donatische kerkelijke complex in Timgad is het grootste christelijke monument in Algerije. De donatistische beweging ging, in een tijd waarin Rome zich uit Afrika terugtrok, hand-in-hand met sociaal verzet tegen een als corrupt ervaren overheid, dat overging in het geweld van de Circumcelliones. Mischa Meier schrijft er goed over.

De immer actuele Augustinus

Een fascinerende geschiedenis, waaraan we enerzijds Augustinus’ acceptatie van wereldlijk gezag te wijten hebben: mensen moesten gedwongen kunnen worden hun redding te accepteren. Anderzijds danken we hieraan het beeld dat de kerk moet zijn als de boer die een veld heeft met goede planten en onkruid, en dat op de Jongste Dag wel zal blijken wie tot de hemel zal worden toegelaten. (Dit is vermoedelijk niet wat Jezus met die gelijkenis bedoelde, maar dat is verder niet belangrijk.) De kerk is er voor alle mensen, kent vergeving en streeft weliswaar naar zuiverheid maar accepteert dat we maar mensen zijn.

Zeg wat je wil, maar er zit een realistisch mensbeeld in: de mens kan een engel en een duivel zijn. Augustinus begreep wat mensen zijn. Dat geeft hem voor ons herkenbaar. Los daarvan stelt hij interessante vragen, waarop hij scherpzinnige antwoorden weet. Wat deed God voor de Schepping? Niets, want er was geen tijd voordat de schepping was geschapen. De vraag naar de natuur van de mens is ook zo’n goede. Wij hebben het niet meteen over goed en kwaad, maar ons discours over het reptielenbrein is niet wezenlijk anders.

Kortom, ook als je het met hem oneens bent is Augustinus gewoon interessant en het is dus logisch dat er een roman over verscheen.

[Wordt vervolgd]

#Augustinus #Circumcelliones #donatisme #donatisten #goedEnKwaad #reptielenbrein #roman #Timgad
2025-08-28

Heute gedenkt die #Kirche dem Heiligen #Augustinus, einem #Kirchenlehrer, der bis heute die #Theologie prägt. Doch Augustinus steht auch für etwas ganz Praktisches – das gesprochene Wort. Warum das wichtig ist, erklärt Werner Kleine:

Standpunkt: Es gilt das gespro...

2025-08-28

Augustinus over astrologie

Deel van een diptiek van twee astrologische tabletten (Archeologisch museum, Grand)

Van weinig antieke auteurs – misschien wel geen enkele – is het oeuvre zo goed bewaard als dat van de kerkvader Augustinus. Gek genoeg is hij moeilijk te peilen: nu eens denk je dat het een strenge man is geweest die hoge eisen stelde aan de mensheid, dan weer proef je oprechte vriendschap en vergevingsgezindheid. Maar misschien is die tegenstelling wel gewoon menselijk. In elk geval is hij heel intellectueel: hij stelt goede vragen en neemt geen genoegen met gemakkelijke antwoorden. Ook niet met moeilijke antwoorden trouwens. Hij lijkt zijn leven lang zoekend te zijn geweest.

Vandaag citeer ik eens een stukje uit De stad van God, zijn belangrijkste werk. En omdat het een echt klassieke tekst is, heeft menigeen ervan gehoord en heeft niemand het gelezen. Gelukkig is er een tijdje geleden een toegankelijke Nederlandse vertaling verschenen, gemaakt door Chris Dijkhuis. Het sterke ervan is dat deze veel toelichting bevat. Ik ben al een tijdje bezig met het lezen, en dat het niet opschiet, komt doordat er steeds andere boeken tussendoor komen.

In De stad van God haalt Augustinus nogal wat overhoop. Langs de weg maakt hij korte metten met de astrologen van zijn tijd. Hierbij haalt hij als voorbeeld twee tweelingbroers aan die tegelijk ziek werden en tegelijk genazen.

Augustinus over Hippokrates

Eerst citeert Augustinus de verklaring die de Griekse arts Hippokrates van Kos zou hebben gegeven. Wij zouden diens standpunt samenvatten als een overeenkomst in erfelijk materiaal en een overeenkomst in ontwikkeling, identieke nature and nurture dus.

Dit vermoeden is veel aannemelijker en het meest voor de hand liggend. De lichamelijke toestand van de ouders tijdens de paring heeft namelijk zó veel invloed op de kiemcellen van de verwekte kinderen, dat ze na de eerste groeiperiode in het lichaam van hun moeder met een gelijke constitutie geboren werden. Als ze daarna in één huis hetzelfde te eten hadden gekregen – de geneeskunde verklaart dat het klimaat, de woonplaats en de kwaliteit van het water van doorslaggevend belang zijn voor de ontwikkeling van het lichaam in positieve dan wel negatieve zin – en er ook aan gewend waren op dezelfde manier aan hun conditie te werken, dan moesten ze zich lichamelijk wel zó  gelijk ontwikkeld hebben dat ze ook tegelijkertijd gelijke ziekteverschijnselen kregen.noot Augustinus, De stad van God 5.2; vert. Chris Dijkhuis.

Ik weet niet of dit hedendaagse artsen overtuigt, want die zouden vermoedelijk zeggen dat er blijkbaar een virus heerste, waardoor de broers én de mensen in omgeving tegelijk besmet raakten, en waarvan ze ruwweg tegelijk herstelden. Maar Augustinus wist niets van virussen en bacteriën, dus hij slaat weliswaar mis, maar wel in een goede richting.

Augustinus over astrologen

Vervolgens rekent Augustinus af met de astrologen. Volgens de christelijke auteur is het bizar om de stand van de sterren bij de geboorte aan te voeren als verklaring voor gelijktijdige ziektegevallen, aangezien zoveel mensen onder dezelfde hemel zijn geboren. Het is bovendien inconsequent, want als tweelingen een verschillend leven hebben, verklaren astrologen dat door te zeggen dat ze juist niet op hetzelfde moment zijn geboren. Wie zo redeneert, kan eventuele overeenkomsten niet verklaren door te zeggen dat het moment van geboorte wél identiek is.

Astrologen maken een punt van het minieme tijdsverschil bij de geboorte van een tweeling vanwege het pietepeuterig stukje hemel op grond waarvan de notering van het uur plaatsvindt. “Horoscoop” noemen ze dat. Maar dat tijdsverschil is óf niet groot genoeg om het verschil te verklaren in de wilskracht, de daden, het karakter en de levensloop van een tweeling, óf juist te groot om de gelijkheid van een tweeling, van eenvoudige of voorname komaf, aanvaardbaar te maken. Ze verklaren immers een behoorlijk verschil tussen de twee, uitsluitend met het uur van ieders geboorte.

Als de kinderen daarom zó snel achter elkaar geboren worden dat de horoscoop voor beiden hetzelfde is, dan verwacht ik dat ze in alle opzichten aan elkaar gelijk zijn en dat is bij geen tweeling aan te treffen. Maar als de tweede met zoveel vertraging komt dat de horoscoop veranderd is, dan stel ik de vraag of ze verschillende ouders hebben en dat is bij een tweeling niet mogelijk.noot Augustinus, De stad van God 5.2; vert. Chris Dijkhuis, met aanpassingen.

Als u nu mocht denken “wat een moderne geest is hier aan het werk”, dan heeft u gedeeltelijk gelijk. Maar ik moet er wel iets bij zeggen. Augustinus is een tijdje een aanhanger geweest van het manicheïsme, waar men nogal veel waarde hechtte aan hemelverschijnselen. Toen de manichese leer niet overeen bleek te komen met de reële waarnemingen, begon Augustinus aan deze opvattingen te twijfelen. Afrekenen met de astrologie was voor hem niet slechts een pleidooi voor rationaliteit, maar tevens een afrekening met de religieuze concurrentie.

#astrologie #Augustinus #ChrisDijkhuis #DeStadVanGod #HippokratesVanKos #tweelingen

2025-08-23

De snelle arabisering van de Maghreb

Maghrebijnse munt, vroege achtste eeuw (Raqqada, Kairouan)

[Laatste van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

Er is een wonderlijk verschil tussen landen als Syrië en Egypte enerzijds en de Maghreb anderzijds: in de oostelijke landen bleef, toen de Arabieren kwamen, de laat-Romeinse bevolking nog lange tijd herkenbaar, terwijl ze in de Maghreb snel verdween. Anders geformuleerd: in de Levant (en ook op het Iberische Schiereiland, trouwens) waren nog eeuwenlang niet-Arabisch sprekende, joodse of christelijke groepen aanwezig, maar in de Maghreb was dat fors minder. Waarom?

Steden en nomaden

Het kan samenhangen met de inbedding van de steden in het grotere economische systeem. In het oosten waren de steden oeroud en was de hele sociaal-economische wereld gebaseerd op steden. In Tunesië, Algerije en Marokko waren de Fenicische en Numidische steden weliswaar ontstaan vóór de Romeinen, maar pas groot gemaakt toen de Romeinen begonnen met de systematische kolonisatie van de Hautes Plaines. Ze waren veel minder dominant en met de demografische neergang van de Late Oudheid verschoof het economisch zwaartepunt naar de nomadische Berbers.

Maar nomaden waren er overal. In beide regio’s, oost en west, trokken nomaden met kuddes tussen zomer- en winterweiden heen en weer. Ik heb me afgevraagd of er een verschil in nomadisme was dat de laatantieke de-romanisering in de Maghreb kon verklaren, maar kon niets vinden. Een factor als taal is zelfs contra-intuïtief. De Syrische nomaden spraken Aramees en Arabisch, de Egyptische spraken Egyptische of een Nubische taal, en die in de Maghreb spraken Berbertalen. Als je van één groep snelle arabisering zou verwachten, was het Syrië, maar juist daar verliep het proces het langzaamst.

De Vandalen

Een verschil was de Vandaalse aanwezigheid. In 429 staken de Vandalen over van Andalusië naar de Maghreb, waar ze in 439 Karthago veroverden en een eigen koninkrijk begonnen. Een eeuw later heroverden de Byzantijnen dat weer. Als we zouden beschikken over aanwijzingen dat de Vandalen de Maghrebijnse samenleving grondig hadden veranderd, zouden we kunnen zeggen dat dat de laatantieke traditie had verzwakt en de mensen ontvankelijk hadden gemaakt voor de arabisering. Maar zulke aanwijzingen zijn er niet.

Niet dat alles in de Vandaalse tijd peis en vree was. Er waren kerkelijke conflicten: de officiële, door de keizer gesteunde kerk verloor haar privileges ten gunste van de ariaanse geestelijkheid, die de steun had van de Vandaalse koningen. Maar bij nader inzien blijkt dit conflict niet zó heel ingrijpend, ja zelfs minder ingrijpend dan de discussies over het monofysitisme in Syrië en Egypte. Stedelijke en politieke conflicten zijn ook overal gedocumenteerd, dus ook die maken geen verschil.

Kloosterleven

Er is wel een ander verschil, en eigenlijk is dat wat paradoxaal. Een van de allerberoemdste christelijke auteurs – en ik heb het nu natuurlijk weer over Augustinus van Hippo – leefde in een klooster in Hippo Regius (het huidige Annaba). Hij stichtte niet alleen een eigen kloostergemeenschap, maar schreef ook een kloosterregel die nog altijd wordt gebruikt.noot De huidige paus is augustijn. Maar het gekke is: het kloosterleven sloeg in de Maghreb niet aan. We kennen er nauwelijks kloosters.

Hippo Regius, de basiliek van Augustinus

Vergeleken met Egypte en Syrië (en opnieuw het Iberische Schiereiland) is dat wezenlijk anders. Daar waren juist heel veel kloosters. Daar werden teksten gekopieerd en geschreven. En daar kwamen mensen naartoe met hun levensbeschouwelijke vragen. Een voorbeeld dat ik al eens noemde, is dat het klooster van Sint-Maron bij de bronnen van de Orontes het spiritueel gezag in Syrië overnam toen de Arabieren de macht overnamen en de patriarch van Antiochië vluchtte naar Constantinopel.

Zoiets ontbrak in de Maghreb. Je zou, met een man als Augustinus, al snel anders hebben verwacht, maar dat hij opvallend is, wil niet zeggen dat hij ook representatief is. (Dit is de Everest Fallacy.) Ik ben dus geneigd de afwezigheid van monniken te beschouwen als de sleutelvariabele die het verschil verklaart tussen de langzame arabisering/islamisering in de Levant en Egypte en de snelle veranderingen in de Maghreb. En dat roept natuurlijk de vraag op waarom het kloosterleven in het diocees Africa niet aansloeg. Ik heb geen idee.

#Algerije #ArabischeTalen #ArabischeVeroveringen #arabisering #arianisme #Augustinus #Berbertalen #EverestFallacy #HippoRegius #Marokko #monofysieten #nomadisme #Tunesië #Vandalen #verstedelijking

2025-08-19

Circumcelliones

Timgad, Donatistisch complex

Als we de kerkvader Augustinus mogen geloven, is de naam circumcelliones afgeleid van het feit dat deze lieden circum cellas pleegden te zwerven, “rondom de heiligdommen”. Dat is niet onmogelijk, maar “heiligdom” is niet de eerste betekenis van cella. Misschien bezondigt de hoogwaardige bisschop zich aan een volksetymologie, ik geef straks een andere verklaring. In elk geval gaat het om opstandelingen op het Numidische platteland die iets te maken kregen met de donatistische kerk.

Wat was dat ook alweer? Het zat zo. Nadat keizer Licinius (r.308-324) zijn medekeizer Constantijn (r.306-337) ervan had overtuigd dat de christenen financieel moesten worden gecompenseerd voor de jarenlange vervolging, kwam de vraag op of de bisschop van Karthago wel correct was gewijd. Eén van de deelnemende geestelijken had zich namelijk nogal meegaand betoond tijdens de vervolging. De officiële, door de keizers erkende kerk zou zich op het standpunt stellen dat priesters ook maar mensen waren, maar dat zo’n kerkelijke wijding toch vooral Gods eigen werk was. Gods zegen rustte dus wel op een bisschop die door niet-helemaal-volmaakte mensen was gewijd. De donatisten waren het daarmee oneens. Ze verwachtten totale zuiverheid van elke geestelijke. Lange tijd is er in de Maghreb naast de keizerlijke kerk een donatistische parallelkerk geweest, en de enorme omvang van het donatistische complex in Timgad bewijst dat die parallelkerk beschikte over aanzienlijke middelen.

Circumcelliones

En ze verwierf op zeker moment de steun van de circumcelliones, die voor het eerst rond 320 worden vermeld. Het lijkt te zijn gegaan om arme plattelandsbewoners, meestal dagloners zonder veel bestaanszekerheid, die de ambitie hadden opgegeven normaal werk te vinden. Verder lijken onder de circumcelliones keuterboeren te zijn geweest met schulden die ze niet langer konden aflossen. Augustinus schrijft dat ze werden behandeld als beesten, wat wel verklaart waarom ze zich uit de stads- en dorpsgemeenschappen terugtrokken en zich overgaven aan banditisme. Zouden het Galliërs zijn geweest, ze zouden Bagaudae genoemd zijn geweest, en als het in de Middeleeuwen was geweest, dan was er sprake van een jacquerie.

Het lijkt erop dat toen Constantijns zoon Constans (r.337-350) maatregelen nam tegen de donatisten, dezen antwoordden door de circumcelliones te instrueren om terreurdaden te verrichten tegen de officiële kerk. We kennen twee leiders bij hun (Berber)naam: Axido en Fasir. Hun opstand, die rond 340 plaatsvond, liep volledig uit de hand, want ze richtten zich vooral op de landhuizen van de grootgrondbezitters, waar ze de schuldregisters vernietigden en de bewoners – dat ging in een moeite door – dwongen hun slaven vrij te laten. De Romeinse generaal Taurinus onderdrukte deze opstand.

Ik schreef zojuist “lijkt erop” omdat we geen geschriften hebben van de circumcelliones zelf. Niet alleen waren ze merendeels ongeletterd, maar zelfs al zouden ze teksten hebben geschreven, dan nog zouden ze niet zijn gekopieerd toen de keizerlijke kerk eenmaal het pleit had gewonnen.

Het huis van Optatus in Timgad

Zelfmoordaanslagen

Enkele jaren later, tussen 345 en 347, was er een tweede revolte, die door generaal Silvester werd onderdrukt. Hierna lijken (lijken!) de circumcelliones hun modus operandi te hebben gewijzigd, want we vernemen dat ze heel riskante overvallen deden, waarbij ze zouden hebben gehoopt te sneuvelen, zodat ze als martelaren meteen naar de hemel zouden gaan. Hun aanvalskreet zou Deo laudes! zijn geweest, “Prijs God!” Dit moet rond 390 zijn geweest, en de regie zou in handen zijn geweest van de donatistische bisschop Optatus, wiens huis is opgegraven in Timgad. Een laatste geweldsgolf vond plaats rond 411.

Dat die zelfmoordaanslagen geen fictie zijn, wordt bewezen door vijfenzestig grafstenen die zijn gevonden bij de Jebel Nif en-Nser, niet ver van het Algerijnse stadje Ain M’lila: het gaat om circumcelliones die zich in een kloof hebben geworpen, mogelijk toen ze geen slachtoffers konden vinden om te vermoorden. We lezen ook over ongewapende circumcelliones die bewapende konvooien aanvielen. Wij zouden het suicide by cop noemen. Genadeloos als Romeinse gouverneurs waren, lieten ze de aanvallers vrij.

Jebel Nif en-Nser

Twijfel

Zoals gezegd: we weten het allemaal niet zo zeker. Hun eigen opvattingen kennen we eigenlijk niet en een auteur als Augustinus was vooringenomen. Weliswaar herkende hij de sociale oorzaak, maar hij maakte zich zó grote zorgen om het donatisme dat hij bereid was de overheid te vragen desnoods met geweld op te treden. Augustinus voelde sympathie voor de ontrechten, maar niet voor bondgenoten van de donatistische concurrentie.

Nog iets: het Latijnse woord cella kan ook “graanopslag” betekenen, wat prima past bij een plattelandsbeweging. Je zou de nomaden die bij de oogst kwamen helpen, kunnen aanduiden als degenen die zich bij de silo’s ophouden. Maar deze interpretatie van de naam maakt het lastiger – hoewel zeker niet onmogelijk – de circumcelliones te presenteren als donatistische terroristen.

“Eeuwig vrede voor de katholieke kerk”: anti-donatistische polemiek (Nationaal Museum, Algiers)

In elk geval: ze waren gevaarlijk. Reizigers, en zekere geestelijken in dienst van de keizerlijke kerk, vormden bewapende karavanen alvorens op pad te gaan. Dat zegt echt wel iets. Augustinus kan overdrijven als hij zegt dat de kreet Deo laudes gevreesder was dan het brullen van een leeuw, maar zijn angst was wel degelijk reëel.

Kortom: er zijn wat problemen in de bewijsvoering, maar we mogen de circumcelliones beschouwen als plattelandsrebellen die steeds meer veranderden in de gewapende tak van de donatistische kerk.

PS

De circumcelliones spelen een belangrijke rol in de historische roman De ketter van Carthago van Frans Willem Verbaas (2020; bespreking).

#Algerije #Augustinus #Bagaudae #banditisme #Circumcelliones #Constans #ConstantijnDeGrote #donatisme #FransWillemVerbaas #Licinius #Numidië #OptatusVanTimgad #terrorisme #Timgad #zelfmoord

Client Info

Server: https://mastodon.social
Version: 2025.07
Repository: https://github.com/cyevgeniy/lmst